Zuid Holland

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht: voldoen NIET

Deze gemeenten hebben de uitvoering van de Wmo samen georganiseerd middels de Sociale Dienst Drechtsteden.  De beleidsregels omschrijven het beleid inzake de huishoudelijke verzorging als volgt:  

“De maatwerkvoorziening ten behoeve van het voeren van een gestructureerd huishouden zal meestal bestaan uit huishoudelijke ondersteuning. Huishoudelijke ondersteuning wordt geïndiceerd als:
- Huishoudelijke ondersteuning (HO) Huishoudelijke ondersteuning is bedoeld voor het basaal laten functioneren van het huishouden.
- Huishoudelijke ondersteuning+ (HO+) Huishoudelijke ondersteuning+ is aan de orde bij problemen met het voeren van de regie. 
Beide categorieën kunnen zowel tijdelijk als langdurig worden ingezet.
- Huishoudelijke ondersteuning zorgstudio (HOZ) Dit is huishoudelijke ondersteuning inclusief regievoering. Deze variant bestaat alleen bij natura-verstrekking, dus niet als pgb.

[…]

De omvang en aard van de huishoudelijke ondersteuning wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de cliënt. Bij de verstrekking in natura wordt de huishoudelijke ondersteuning geïndiceerd in een of meerdere resultaten, conform afspraken in het contract met aanbieders en de SLA’s. Hoe het resultaat wordt bereikt en wat hiervoor van de kant van de aanbieder wordt ingezet, komen de cliënt en aanbieder samen overeen. De afspraken hierover worden vastgelegd in een ondersteuningsplan dat door beide partijen wordt ondertekend en dat bij de SDD wordt aangeleverd.”

Hieruit blijkt dat wordt gewerkt met resultaten en niet in uren. Dit wordt ook bevestigd door onze ervaring met de Sociale Dienst Drechtsteden. De beschikking noemt niet de taak, frequentie en tijd die daarvoor nodig is. Het bestuur c.q. het college laat de invulling van de indicatie over aan de zorgaanbieder.

Conclusie Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk: voldoen NIET

Deze drie gemeenten werken samen onder de noemer ‘BAR-dichtbij’.  Uit de veel gestelde vragen blijkt dat hulp bij het huishouden nog wel wordt aangeboden, maar kennelijk in zeer veel verschillende vormen, waaronder: 
Persoonsvolgend budget (pvb): met uw persoonsvolgend budget op basis van de minima-regeling kunt u gebruikmaken van een huishoudelijke hulp voor schoonmaakwerkzaamheden in huis. Maar ook bij overige hulp in huis kan de zorgaanbieder u helpen.
Persoonsvolgend budget (pvb) voor de verzorging van de was: Met uw persoonsvolgend budget op basis van de minimaregeling kiest u zelf een geschikte zorgaanbieder. Voer aan de rechterkant uw postcode en de gewenste uitvoerdatum in. Daarna krijgt u het overzicht van de aanbieders voor Was- en Strijkservice.Uw schone was ligt snel gestreken en gevouwen weer bij u in de kast.
Schoonmaakvoorziening via zorg in natura of via dienstverlening aan huis: een schoon huis, een goede maaltijd en schone en draagbare kleding. Het kan allemaal bijdragen aan een prettiger leven. De gemeente heeft u een Wmo-beschikking gegeven voor de schoonmaakvoorziening met Zorg in Natura. Via BAR-dichtbij komt u snel in contact met een aanbieder die voor u de juiste ondersteuning regelt.
Kortingsregeling hulp bij het huishouden: Met de kortingsregeling Hulp in het Huishouden kunt u gebruikmaken van een huishoudelijke hulp voor schoonmaakwerkzaamheden in huis. Maar ook bij overige hulp in huis kan de zorgaanbieder u helpen.

Het wordt op basis van de website niet duidelijk wie recht heeft op welke vorm van hulp en hoe de bovenstaande hulpvormen worden verstrekt of gekwalificeerd (algemeen gebruikelijke voorziening, algemene voorziening, maatwerkvoorziening.). Uit de beleidsregels van Ridderkerk blijkt in ieder geval dat een pgb voor huishoudelijke verzorging mogelijk is.  Desondanks gaan de gemeenten ervan uit dat de regeling via BAR-dichtbij een algemene voorziening is, meer concreet de schoonmaakvoorziening. Verder is het evident dat aan inkomenspolitiek wordt gedaan, doordat de haalbaarheid van algemene voorzieningen wordt gekoppeld aan een percentage van de bijstandsnorm (130%):

Personen met een ondersteuningsvraag die geholpen zijn met een algemene voorziening komen niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. Zij betalen de voorziening zelf. 
Het mag niet zo zijn dat een laag inkomen betekent dat de algemene voorziening niet toegankelijk is, omdat men deze voorziening niet kan betalen. Inwoners die als gevolg van een beperking adequaat geholpen zijn met de algemene voorziening maar aannemelijk kunnen maken dat zij de kosten van deze ondersteuning financieel niet kunnen dragen, komen in aanmerking voor financieel maatwerk. 
De norm om vast te stellen of de cliënt een algemene voorziening kan betalen is bepaald op 130% van de bijstandsnorm. Dit wordt getoetst door de klantmanager Inkomen. Cliënten met een inkomen boven 130% van de bijstandsnorm zijn de volledige kostprijs verschuldigd. 

Financieel maatwerk
1. Cliënten met een inkomen tot en met 130% van de bijstandsnorm komen in aanmerking voor financieel maatwerk. Zij kunnen via de bijzondere bijstand een aanvraag doen voor een persoonsvolgend budget. 
2. Cliënten met bij een inkomen boven 130% van de bijstandsnorm, betalen de kostprijs van de schoonmaakvoorziening per uur. Door het Rijk zijn gelden beschikbaar gesteld die het voor deze cliënten mogelijk maakt de algemene voorziening hulp bij het huishouden met korting af te nemen tot 1 januari 2017. Deze korting kan alleen verkregen worden wanneer de cliënt gebruik maakt van de, binnen de Wmo georganiseerde algemene voorziening via het onafhankelijk platform BAR-dichtbij. 
 
De Wmo 2015 geeft geen instrumenten om aan inkomenspolitiek te doen en het standpunt dat de algemene voorziening voor een ieder met een inkomen boven 130% van de bijstandsnorm adequaat is, is in strijd met de Wmo 2015. Daarnaast heeft de ‘klantmanager Inkomen’ niet de bevoegdheden om in het kader van de Wmo 2015 het inkomen van een cliënt op te vragen. De onderzoeker vindt het gekozen beleid uiterst opmerkelijk en het is evident dat het wel of niet verlenen van maatschappelijke ondersteuning wordt gekoppeld aan het inkomen en vermogen van een cliënt. Dit is onaanvaardbaar, volgens vaste jurisprudentie. 

Feitelijk is de algemene voorziening niets anders dan het zelf bekostigen van de huishoudelijke verzorging (inclusief de verzorging van de was), met voor de minima een vergoeding via de bijzondere bijstand en voor anderen een mogelijke korting via de HHT-gelden. Enkel het aanbieden van een financiële vergoeding is niet te kwalificeren als het aanbieden van een algemene voorziening. Hier houden de bezwaren niet op, want ook is een maximum gesteld aan de omvang van de hulp middels de algemene voorziening:

“Het resultaat van de inzet van de diensten is dat het huishouden 'op orde 'is, het effect is dat mensen (langer) hun zelfredzaamheid kunnen behouden. Deze algemeen toegankelijke voorzieningen voor zorg- gemaks- en welzijnsdiensten staan open voor alle inwoners van de gemeente en wordt door mensen zelf betaald. Door het op deze manier te regelen worden relatief goedkope oplossingen voor een brede doelgroep bereikbaar. 

Voor cliënten met een inkomen lager dan 130% van de bijstandsnorm is financieel maatwerk mogelijk via het minimabeleid (Bijzondere bijstand). De klantmanager Wmo bespreekt dit met de cliënt. De klantmanager Inkomen toetst of de cliënt aan de inkomensnorm voldoet. 
Voor deze cliënten is bepaald dat de maximale vergoeding volstaat voor 2,5 uur huishoudelijke hulp en zo nodig de vergoeding voor de goedkoopste was- en strijkservice. De uitbetaling wordt rechtstreeks aan BAR-Dichtbij gedaan.“

Niet alleen het de omvang van de ondersteuning gemaximaliseerd op 2,5 uur (per dag? Per week? Per maand? Per jaar? Vermoedelijk per week, maar het staat er niet), maar tevens wordt hier de algemene voorziening omschreven alsof het een algemeen gebruikelijke voorziening is. 

Is er dan helemaal geen maatwerkvoorziening mogelijk voor de huishoudelijke verzorging? Jawel, hh2 wordt nog wel via een maatwerkvoorziening vergoed:

“Een maatwerkvoorziening HH is aan de orde als een cliënt niet de regie over het dagelijkse leven kan voeren en/ of er jonge kinderen tot het gezin behoren. 
- Onder jonge kinderen worden kinderen t/m 12 jaar verstaan. 
- Regieproblemen en het structureren van het dagelijkse leven is aan de orde als er problemen zijn in de sociale redzaamheid.“

De gekozen werkwijze met betrekking tot de hh1 kan niet stand houden: hh1 categoraal uitsluiten van een maatwerkvoorziening en enkel een vergoeding toekennen op grond van de Participatiewet is in strijd met de Wmo 2015. Dit onderzoek in het kader van alle gemeenten is slechts oppervlakkig van aard en dat is bij deze drie gemeenten niet anders. De onderzoeker vermoedt echter dat bij meer gedetailleerd onderzoek nog meer juridische problemen aan het licht komen.

Conclusie Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar. Tevens is de eventuele algemene voorziening waarschijnlijk niet te kwalificeren als een algemene voorziening en is deze in omvang veel te beperkt én financieel niet laagdrempelig. Het in het kader van de Wmo 2015 opvragen van financiële gegevens is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Alphen aan den Rijn: voldoet NIET

Uit de website van de gemeente blijkt duidelijk dat wordt gewerkt met resultaten en niet met uren.  Tevens werkt de gemeente kennelijk samen met andere gemeenten middels het samenwerkingsorgaan ‘Participe’, maar onduidelijk is of de gemeenten die via Participe samenwerken (de gemeenten hebben alsnog hun eigen sociaal team/uitvoeringsorganisatie) ook daadwerkelijk hetzelfde beleid hebben. 

Niet wordt in het indicatiebesluit opgenomen welke taken worden verricht, met welke frequentie en hoeveel tijd daarvoor nodig is. 

Conclusie Alphen aan den Rijn: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen: voldoen NIET

Deze gemeenten uit de Hoeksche Waard werken kennelijk samen op het gebied van de Wmo 2015.  De gemeente Binnenmaas geeft op haar website summier aan dat onder bepaalde omstandigheden hulp bij het huishouden via de gemeente mogelijk is. Welke omstandigheden dit zijn wordt niet genoemd.  De website van de Hoeksche Waard zegt het volgende: 

“De Wmo-consulenten denken met de cliënt mee over een oplossing die past. Hierbij gaat de gemeente meer dan voorheen uit van wat een cliënt zelf kan doen of oplossen. Dat kan eventueel ook met ondersteuning van familie, buren, vrienden of kennissen.  Wie het zelf kan betalen en zelf kan regelen, krijgt van de gemeente dan geen hulp meer. Voor deze groep mensen is de hulp bij het huishouden dan voorliggend (zelf ingekocht of zelf geregeld in het sociale netwerk).  Wanneer uit het gesprek blijkt dat hulp toch noodzakelijk is, dan stelt de gemeente vast dat er recht is op huishoudelijke ondersteuning. De zorgaanbieder maakt hierna met de cliënt afspraken op maat over de invulling van de huishoudelijke ondersteuning.”

Een dergelijke formulering duidt doorgaans op het algemeen gebruikelijk verklaren van de hulp bij het huishouden. Uit de beleidsregels blijkt echter dat zowel hh1 als hh2 worden geregeld middels maatwerkvoorzieningen, waarbij het resultaat en niet het aantal uur van belang is. Er wordt zelfs gesteld dat de zorgaanbieder verantwoordelijk is om voldoende ondersteuning te bieden: 

“Indien een cliënt is aangewezen op ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis kan het College een maatwerkvoorziening toekennen in de vorm van huishoudelijke ondersteuning. 
Onderscheid Huishoudelijke ondersteuning (HO) en Huishoudelijke ondersteuning Plus (HO+) 
Huishoudelijke ondersteuning komt voor in twee vormen, nl: 
1. Huishoudelijke ondersteuning (HO) 
2. Huishoudelijke ondersteuning Plus (HO+) 
Uitgangspunt is HO. De aanbieder en de cliënt vullen de ondersteuning gezamenlijk in. Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieder om op maat een oplossing te bieden die past binnen het budget. Er is dus geen vast aantal uren gekoppeld aan de HO. Doordat de aanbieder een gelijk budget krijgt voor elke cliënt kan hij schuiven met uren en inzet. Daarom kan vrijwel elke situatie binnen deze vorm worden geregeld.”

Het is te allen tijde de verantwoordelijkheid van het college om de rechten en plichten van de cliënt vast te stellen, dus ook de omvang van de hulp. 

Conclusie Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Bodegraven-Reeuwijk: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat het beleid conform de uitspraken van de CRvB is en dat zij standaard normtijden hanteert.  Het gebruik van normtijden is geen probleem; het gebruik van verlaagde normtijden zonder deugdelijk onderzoek daarentegen wel. Uit de nadere regels blijkt dat deze gemeente inderdaad maatwerkvoorzieningen verstrekt voor zowel hh1 als hh2. De normtijden zijn echter aanzienlijk lager dan de normtijden van het CIZ-protocol,  waardoor de gemeente terecht op haar website zegt dat werk aan de winkel is om de verlaagde normtijden te onderbouwen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de verlaagde normtijden standhouden.

Conclusie Bodegraven-Reeuwijk: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne: voldoen NIET

De gemeente Brielle geeft summier op haar website aan dat hulp bij het huishouden onder omstandigheden te verkrijgen is via de gemeente.  Na bestudering van de beleidsregels blijkt dat deze drie gemeenten samenwerken in het kader van de Wmo 2015:

“De drie gemeenten op Voorne, te weten: Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hebben met het oog op de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (verder te noemen Wmo 2015) met de beleidsvoorbereiding nauw samengewerkt. De drie gemeenten hebben in 2014 gezamenlijk een beleidsplan en een verordening opgesteld. Ook onderhavige beleidsregels zijn in gezamenlijkheid tot stand gekomen.”

Uit de beleidsregels blijkt dat is overgestapt naar een resultaatgerichte financiering: 

“Vanaf 1 juli 2015 is de gemeente overgegaan op het aanbieden van de voorziening huishoudelijke ondersteuning op grond resultaatfinanciering. Dit houdt in dat er niet meer geïndiceerd wordt op basis van in te zetten tijd bij een klant. In plaats daarvan wordt de opdracht verstrekt aan de aanbieder om resultaten bij de klant te behalen.”

De zorgaanbieder bepaalt derhalve de omvang van de hulp en niet het college. De beschikking noemt niet de taak, de frequentie en de benodigde tijd. 

Conclusie Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Capelle aan den IJssel: voldoet NIET

De website van deze gemeente noemt hulp bij het huishouden als voorbeeld van een maatwerkvoorziening, maar verder wordt niets genoemd over dit type hulp. Uit de gedetailleerde beleidsregels volgt dat wordt gewerkt in resultaten en niet in uren. Het college stelt dus niet de rechten en plichten van de cliënt vast, maar laat dit over aan de zorgaanbieder: 

“Aan de basis van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning staat het zogenaamde resultaatgerichte werken. Wanneer is vastgesteld dat huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening nodig is, wordt op basis van de uitkomsten van het onderzoek (waaronder persoonskenmerken) een categorie toegekend aan de cliënt. Daarbij formuleert de gemeente resultaten die met betrekking tot bovenstaande resultaatgebieden (paragraaf 4.4.1) binnen deze categorie dienen te worden gerealiseerd. Aanbieders kunnen hiermee aan de slag zonder een urenverantwoording af te leggen, maar dienen zich wel op basis van een persoonlijk plan periodiek te verantwoorden op de inhoudelijke voortgang op cliëntniveau.”

Conclusie Capelle aan den IJssel: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Delft: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft aan dat ondersteuning mogelijk is bij de huishoudelijke verzorging, maar niet wordt vermeld in welke vorm dit wordt verstrekt. Uit de beleidsregels blijkt dat zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt.  Ook staan de normtijden genoemd in de beleidsregels en daaruit blijkt dat niet veel over is van bijvoorbeeld het MO-protocol:


De lichte en zware taken zijn op één hoop gegooid en een normtijd van 90 minuten is daaruit gekomen. De normtijden voor de verzorging van de was zijn wel overeenkomstig het CIZ/MO-protocol. Niet is inzichtelijk gemaakt waar de verlaagde normtijden op zijn gebaseerd.

Conclusie Delft: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Giessenlanden: voldoet NIET

De website van deze gemeente geeft geen informatie over de vraag of huishoudelijke hulp via de gemeente te regelen is. Uit de beleidsregels blijkt dat huishoudelijke hulp wordt toegekend middels maatwerkvoorzieningen: 

Huishoudelijke ondersteuning kan bestaan uit: 
1. Een algemene voorziening waaronder algemene huishoudelijke ondersteuning
2. Huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening in natura
3. Een persoonsgebonden budget te besteden aan huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening. 
Huishoudelijke ondersteuning in de vorm van een algemene voorziening bestaat op dit moment nog niet in Giessenlanden. Als dit aanwezig is, wordt dit gezien als een voorliggende voorziening. Huishoudelijke ondersteuning in natura is hulp door een gecontracteerde zorgaanbieder; de gemeente betaalt de geleverde zorg direct uit aan de zorgaanbieder. 
Een Persoonsgebonden budget (PGB) geeft de cliënt de mogelijkheid zelf huishoudelijke ondersteuning in te kopen. Er is sprake van een werkgever-werknemerrelatie tussen de cliënt en de hulpverlener. De aanvullende regels voor een PGB worden nader omschreven in hoofdstuk 4. 
Het resultaat, van de beoordeling van een aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning in de vorm van HO in natura of een PGB wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan. 

Uit de bovenstaande bewoordingen maakt de onderzoeker op dat wordt gewerkt in resultaten en niet in uren, des te meer omdat een protocol in de beleidsregels ontbreekt, terwijl dit wel is opgenomen in het besluit voor het bepalen van de omvang van een pgb.  De normtijden wijken overigens aanzienlijk af van de CIZ-normtijden. Ter verificatie of inderdaad wordt gewerkt in resultaten en niet in uren is contact opgenomen met de gemeente.

De volgende antwoorden werden door de gemeente gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Huishoudelijke ondersteuning wordt in onze gemeente in het kader van de Wmo nog steeds toegekend als maatwerkvoorziening. Zowel HO als HO-plus.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met resultaten, met de normering schoon en leefbaar huis.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Maatwerkvoorziening,
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigenbijdrage systematiek is die van een minimale bijdrage en een inkomensafhankelijke bijdrage. De minimale bijdrage is voor een echtpaar € 27,80 en een alleenstaande € 19,40. 
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
De zorgaanbieder bepaalt in overleg met de cliënt de activiteiten en de frequentie. Op basis van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beraden wij ons over een aanpassing.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Wasverzorging is onderdeel van de maatwerkvoorziening.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Er wordt geen urenaantal opgenomen in de beschikking. Indien de ondersteuning niet binnen de resultaatgerichte financiering kan worden uitgevoerd kan op uurbasis extra calamiteitentarief worden toegekend..

Er wordt aldus gewerkt met resultaten en in de beschikking wordt geen urenaantal genoemd. Niet het college, maar de zorgaanbieder bepaalt uiteindelijk de omvang van de hulp. 

Conclusie Giessenlanden: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Goeree-Overflakkee: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan, weliswaar summier, dat hulp bij het huishouden aangevraagd kan worden.  Uit de beleidsregels leidt de onderzoeker af dat wordt gewerkt met resultaten: 

“Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal er compensatie noodzakelijk zijn om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te behalen.
De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij een persoonsgebonden budget wordt het bedrag van dit pgb afgegeven als tegenwaarde van de hulp in natura. Daarbij wordt één tarief gehanteerd. 

Wanneer de cliënt in het geval kiest voor hulp in natura kiest de cliënt voor een gecontracteerde zorgaanbieder. De zorgaanbieder gaat het gesprek aan met de cliënt om gezamenlijk te bekijken voor welke geobjectiveerde beperkingen binnen het huishouden een compensatie noodzakelijk is. 

Bij dit compenseren wordt door de zorgaanbieder in samenwerking met de cliënt, indien dit behoort tot de mogelijkheden, een plan gemaakt (en vastgelegd) om de cliënt te stimuleren meer zelfredzaam te worden, door bijvoorbeeld regelmatiger een vloerreiniger met een synthetische doek te gebruiken en minder te stofzuigen, dan wel een cliënt te ondersteunen in het activeren en betrekken van het sociaal netwerk.“

Hoewel dit nog altijd niet zeer duidelijk is, laat het besluit zien dat de zorgaanbieder een vast budget per periode per cliënt ontvangt: 

“Huishoudelijke hulp verzorgd door een professionele zorgaanbieder wordt bepaald per resultaat van een schoon huis op basis van het tarief per resultaat van een schoon huis voor huishoudelijke hulp in natura door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder.”

Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt kennelijk de omvang van de hulp. 

Conclusie Goeree-Overflakkee: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Gorinchem: onbekend

De website van deze gemeente lijkt summier aan te geven dat hulp bij het huishouden eventueel mogelijk is via de gemeente.  Uit de beleidsregels blijkt dat hh1 en hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, maar niet is duidelijk of in resultaten of in uren wordt geïndiceerd. Dit omdat in de beleidsregels een protocol is opgenomen, maar enkel onder het kopje ‘pgb’ wordt er expliciet naar verwezen.  Voor meer informatie heeft de onderzoeker contact gezocht met de gemeente.

De gemeente heeft geweigerd om de opgevraagde informatie te geven op formele gronden. De informatieverzoek per e-mail wordt gekwalificeerd als een Wob-verzoek en deze kunnen niet elektronisch worden ingediend. Door deze bijzonder niet-coöperatieve houding van de gemeente, kan het beleid ten tijde van dit onderzoek niet geverifieerd worden. 

Conclusie Gorinchem: er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een goed oordeel te geven over het beleid van deze gemeente. 

Kies een andere gemeente>>

ZuidplasGouda">Gouda: voldoet NIET

De gemeente Gouda stelt op haar website dat hun beleid conform de uitspraken van de CRvB is.  Er worden maatwerkvoorzieningen verstrekt en de omvang van de hulp wordt vastgelegd. Als dit klopt, dan is de resterende vraag of het gehanteerde protocol ook voldoet. In de beleidsstukken kan de onderzoeker echter niets concreets vinden over de werkwijze. Vanwege het ontbreken van concrete informatie wordt contact opgenomen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Hh2 is afgeschaft. Indien nodig wordt deze zorg via het onderdeel begeleiding ingezet.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Gemeente Gouda werkt met toekenningen in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Er wordt via maatwerkvoorziening hulp verstrekt.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Geleverde uren worden doorgegeven aan het CAK. Zij berekenen de maximum eigen bijdragen en dragen zorg voor de inning daarvan.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Gemeente Gouda hanteert een protocol hulp bij het huishouden dat in december 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad Gouda. Dit protocol kan via de gemeentelijke website ingezien of gedownload worden.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Wasverzorging kan een onderdeel hiervan zijn.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Er wordt een urenaantal opgenomen in de toekenningsbeschikking.

De onderzoeker heeft het protocol opgezocht en uit het protocol blijkt dat de normtijden sterk zijn verlaagd bij zowel de lichte als zware huishoudelijke taken alsook de verzorging van de was. Dit is met name van toepassing bij een meerpersoonshuishouden. 

Conclusie Gouda: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Den Haag/’s-Gravenhage: voldoet NIET

De website van deze gemeente noemt dat de hulp blijft doorlopen tot in ieder geval 2017. Verder noemt de gemeente het volgende:

“Met de uitbesteding van de hulp bij het huishouden hebben we een gedeelte van onze taak uit handen gegeven aan gecontracteerde aanbieders. Hieronder geven wij u aan waar terecht kunt met uw vragen. 

De gemeente regelt dat: uw aanvraag hulp bij het huishouden of verlenging hiervan in behandeling wordt genomen, uw aanvraag zo snel mogelijk wordt beoordeeld de door u gekozen aanbieder een opdracht voor het leveren van hulp bij het huishouden krijgt, op deze manier kan de hulp zo snel mogelijk worden ingezet, een klanttevredenheidsonderzoek wordt gedaan en terugkoppeling van eventuele klachten.
De aanbieder regelt dat: u een geschikte hulp huishoudelijke toegewezen krijgt, er vervanging is bij ziekte of vakantie van uw hulp, de hulp komt op tijden dat het u uit komt, u eventuele klachten kunt melden over de geleverde hulp, de gemeente op de hoogte gehouden wordt van de klachten en knelpunten die bij de aanbieder worden aangeven, u een overzicht krijgt van de geleverde hulp.`

Dit lijkt te duiden op resultaat indiceren. Dit wordt bevestigd in de beleidsregels: 

“Een maatwerkvoorziening kan in ZIN als verstrekkingsvorm worden vastgesteld. Bij de ondersteuning in natura stopt het proces van indiceren (beoordelen) nadat is vastgesteld dat een cliënt/burger in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening. De nadere invulling (aard, omvang en duur) wordt in samenspraak met de cliënt ingevuld door de gecontracteerde zorgaanbieder.”

Het is de taak van het college om invulling te geven aan het indicatiebesluit, zowel qua aard, omvang en duur. De gehanteerde werkwijze is dan ook niet toegestaan. Volledigheidshalve, de gehanteerde normtijden bij een pgb zijn ook afwijkend van het CIZ-protocol.

Conclusie Den Haag/’s-Gravenhage: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Tevens zijn de gehanteerde normtijden in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

"Hardinxveld-Giessendam: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft zeer summier aan dat hulp bij het huishouden aangevraagd kan worden. Verdere informatie ontbreekt op de website.  Uit de verordening kan worden afgeleid dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, maar niet is bekend of in uren of in resultaten wordt geïndiceerd.  Vanwege het ontbreken van concrete informatie heeft de onderzoeker contact opgenomen met de gemeente. Die heeft vervolgens de beleidsregels en nadere regels doorgestuurd.  Ook daaruit kan onderzoeker niet afleiden op welke wijze wordt geïndiceerd. Wel is een protocol weergegeven in de nadere regels om de omvang van een pgb te bepalen. Uitgaande van deze normtijden concludeert de onderzoeker dat de omvang van de hulp te laag is, aangezien de normtijden zonder nadere uitleg afwijken van het CIZ-protocol. Het uitgangspunt is bijvoorbeeld bij het lichte en zware werk twee uur huishoudelijke hulp, terwijl daar volgens het CIZ-protocol 2,5 tot 4,5 uur voor staat, exclusief tijd voor eventuele bijzondere omstandigheden. 

Conclusie Hardinxveld-Giessendam: niet is bekend op welke wijze wordt geïndiceerd, behalve bij een pgb. De verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen: voldoen WEL

Deze gemeenten werken samen middels de gezamenlijke sociale dienst ISD Bollenstreek.  Uit de informatie die op de website wordt verstrekt maakt de onderzoeker op dat zowel hh1 als hh2 wordt verstrekt middels maatwerkvoorzieningen. Dit wordt bevestigd in de uitvoeringsregels en daarbij wordt ook expliciet benoemd dat wordt geïndiceerd in uren: 

“Rekening houdend met de hulpvraag van de klant wordt, op grond van een zelfstandig onderzoek naar diens beperkingen en zorgbehoefte, de omvang van de voorzieningen die getroffen moeten worden, vastgesteld. Dit onderzoek wordt op een inzichtelijke  en toetsbare wijze verricht, hetgeen vervolgens ook uit het daaruit voortvloeiende rapport moet blijken. Zodra is vastgesteld dat een klant in aanmerking komt voor hulp bij het huishouden, moet ook de omvang van de hulp worden beoordeeld. De omvang is onder andere afhankelijk van de taken waarvoor hulp bij het huishouden wordt toegekend en wordt uitgedrukt in een aantal uren, afgerond op halve uren. Aan de hand van het aantal geïndiceerde uren hulp bij het huishouden wordt de betreffende klasse aan de zorgvrager toegekend. Zowel het aantal geïndiceerde uren als de bijbehorende klasse worden in de beschikking aan de klant medegedeeld, waarbij het exacte aantal geïndiceerde uren wordt ingezet. Bij het vaststellen van het aantal noodzakelijke uren hulp bij het huishouden kunnen we in beginsel uitgaan van de standaardnormeringen uit het Protocol Indicatiestelling voor Huishoudelijke Verzorging en het Protocol Gebruikelijke Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Deze normtijden zijn richtinggevend voor het bepalen van het aantal uren hulp dat men krijgt bij hulp in natura of het bedrag wat met ontvangt bij een persoonsgebonden budget, te besteden aan een individueel in te huren hulp. Door gebruik te maken van normtijden is er sprake van een zo objectief mogelijke beoordeling.”

De gehanteerde normtijden komen overeen met het CIZ-protocol, zoals ook hierboven staat genoemd.

Conclusie Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

"Kaag en Braassem: voldoet WEL

De website van de gemeente lijkt aan te geven dat hulp bij het huishouden wordt geregeld via maatwerkvoorzieningen, voor zowel hh1 als hh2.  Hoe deze maatwerkvoorzieningen worden verstrekt en wat daarvan de omvang is, is ons onbekend. Om die reden heeft de onderzoeker contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden zijn cursief weergegeven.

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Wordt vergoed.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Maatwerk.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Via het CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Door eigen indicatie. De geldende beleidsregels zijn te vinden op de website.).
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja.

Uit het protocol uit 2012 blijkt dat de normtijden overeenkomen met de normtijden van het CIZ.

Conclusie Kaag en Braassem: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Katwijk: voldoet NIET

De Adviesraad Sociaal Domein in Katwijk laat er geen gras over groeien: de voltallige raad is opgestapt, omdat het college naar hun zeggen de wet blijft overtreden.  Een snelle blik op het beleid zoals beschreven door de gemeente op haar website bevestigt het standpunt van de ASD: hh1 is categoraal geschrapt en enkel als het niet betaald kan worden door de cliënt bestaat de mogelijkheid voor een financiële vergoeding: 

“Kunt u door uw beperkingen uw huis niet meer zelf schoon en leefbaar houden? En is er niemand in uw huishouding of in uw buurt die u kan helpen? Dan kunt u een beroep doen op hulp bij het schoon en leefbaar houden van uw huis. U moet daarbij o.a. denken aan: stoffen, opruimen, stofzuigen, reinigen, wassen, bedden opmaken en/of maaltijden voorbereiden. 
De gemeente gaat samen met u na of u zelf niet in staat bent om uw huis schoon en leefbaar te houden en als dat het geval is, kunt u gebruik maken van hulp. Voor die hulp kunt u kiezen uit verschillende hulpaanbieders. 
De kosten van de hulp betaalt u zelf, tenzij u daar onvoldoende mogelijkheden voor hebt. In dat geval kunt u van de gemeente financiële ondersteuning krijgen.“

De vergoeding is kennelijk geregeld via de bijzondere bijstand:

“Als ondanks de tijdelijke tegemoetkoming hulp bij het huishouden niet in staat bent om uw kosten voor hulp bij het huishouden te betalen, kunt u bijzondere bijstand aanvragen voor deze kosten. U betaalt altijd een eigen bijdrage. “

Door maatschappelijke ondersteuning te koppelen aan het inkomen en vermogen van een cliënt, wordt gehandeld in strijd met de jurisprudentie. Inkomenspolitiek in het kader van de Wmo 2015 is niet toegestaan.

Conclusie Katwijk: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Krimpen aan den IJssel: onbekend

Op de website van deze gemeente valt niets te lezen over de huishoudelijke verzorging, althans niets dat wijst op welk beleid wordt gehanteerd. Ook de beleidsstukken geven geen informatie en daarom heeft de onderzoeker contact opgenomen met de gemeente. De onderzoeker heeft echter geen reactie ontvangen. 

Conclusie Krimpen aan den IJssel: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Krimpenerwaard: voldoet NIET

De gemeente geeft duidelijk op haar website weer dat huishoudelijke hulp onder omstandigheden wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening en het gehanteerde protocol om de omvang van de hulp te bepalen staat ook prominent aanwezig op de website.  Hieruit blijkt dat in uren wordt geïndiceerd, maar de normtijden wijken sterk af van de normtijden van het CIZ-protocol. Uit de nadere regels maakt de onderzoeker op dat zowel voor hh1 als hh2 maatwerkvoorzieningen worden verstrekt en dat inderdaad in uren wordt geïndiceerd: 

“Het kunnen voeren van alledaagse huishoudelijke taken maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Ten aanzien van het adequaat voeren van een huishouden hanteert iedereen zijn eigen normen. Echter, objectivering is nodig wanneer een maatwerkvoorziening aan de orde is. Deze objectivering is vastgelegd in het indicatieprotocol Hulp bij Huishouden gemeente Krimpenerwaard 2015. De gemeente Krimpenerwaard kent hulp bij het huishouden als maatwerkvoorziening:“

Conclusie Krimpenerwaard: de gehanteerde normtijden zijn in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Lansingerland: voldoet NIET

Deze gemeente geeft op haar website duidelijk aan dat hh1 en hh2 worden verstrekt middels maatwerkvoorzieningen, waarbij de cliënt met de leverancier nadere afspraken moet maken: 

“Huishoudelijke Ondersteuning (HO) is de maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het schoonmaken van het huis. Deze ondersteuning kan bestaan uit licht of zwaar huishoudelijk werk, maar ook uit verzorging van kleding/linnengoed of ondersteuning bij maaltijden.
Als een inwoner naast de huishoudelijke ondersteuning ook specifieke hulp bij de organisatie van het huishouden nodig heeft of hulp bij de verzorging van kinderen dan noemen we dit Huishoudelijke Ondersteuning Plus (HO+). De invulling van HO of HO+ gebeurt door het bespreken van een takenlijst door leverancier en inwoner. Hierin worden de eigen inzet van de inwoner, ondersteuning door de sociale omgeving en het gebruik van voorzieningen in de wijk ook meegenomen. Deze afspraken worden vastgelegd in de takenlijst die de inwoner en de zorgaanbieder ondertekenen. Vervolgens voert de zorgaanbieder de afspraken uit zoals overeengekomen.“
De gemeente bepaalt dus niet de omvang van de indicatie; dit wordt overgelaten aan de zorgaanbieder. De taak, frequentie en tijdsduur worden niet opgenomen in een beschikking.

Conclusie Lansingerland: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Leerdam: voldoet NIET

De website van deze gemeente geeft geen informatie over het wel of niet verstrekken van huishoudelijke verzorging. Uit de beleidsregels blijkt dat zowel hh1 als hh2 worden verstrekt middels maatwerkvoorzieningen en dat geen algemene voorziening voor huishoudelijke verzorging bestaat: 

“Huishoudelijke ondersteuning in de vorm van een algemene voorziening bestaat op dit moment nog niet in Leerdam. Als dit aanwezig is, wordt dit gezien als een voorliggende voorziening. […]
De huishoudelijke ondersteuning wordt onderverdeeld in twee niveaus te weten HO en HO+. Onder HO wordt verstaan: de inzet door de aanbieder of PGB-hulp op één of meerdere activiteiten binnen de resultaatsgebieden:
1. Een schoon en leefbaar huis
2. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
3. Beschikken over schone en draagbare en doelmatige kleding.”

Uit de overige artikelen van de beleidsregels leidt de onderzoeker af dat wordt gewerkt met resultaten en niet in uren. Bij een persoonsgebonden budget wordt wel gewerkt in uren, waarbij de gehanteerde normtijden afwijken van het CIZ-protocol. 

Om zekerheid te krijgen of in resultaten wordt geïndiceerd, is contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HO en HO+ (naast huishoudelijke taken ook overname van regievoering over het huishouden) worden vergoed (voorheen HH1 en HH2).
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met resultaatgerichte financiering.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Een inkomensafhankelijke bijdrage (via het CAK)
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan in het geval van ZIN en in het geval van een Pgb op basis van normen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ontwikkeling (deels afgeleid van CIZ protocol).
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Nee.

Conclusie Leerdam: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude: voldoen NIET

Deze vier gemeenten werken samen op het gebied van onder andere de Wmo 2015. 

De gemeente Leiden geeft haar op website niet concreet aan of en hoe huishoudelijke ondersteuning wordt geregeld in de gemeente. Wel zijn relevante stukken overzichtelijk op de website gezet.  Uit de beleidsregels blijkt dat een algemene voorziening in het leven is geroepen voor hh1: 

“De algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning is gebaseerd op het resultaat standaard schoon huis, dat wordt bereikt door: licht schoonmaakwerk in huis, waaronder opruimen van kamers, stof afnemen en bedden opmaken; zwaardere huishoudelijke werkzaamheden, zoals stofzuigen, schrobben dweilen van sanitair en keuken, bedden verschonen en het opruimen van huishoudelijk afval.
Resultaat standaard schoon huis
Het te bereiken resultaat is een standaard schoon huis. Dit betekent dat iedereen gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes, gang/trap en eventueel balkon. […] Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek wordt schoongemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren.
Een cliënt kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wanneer er meer nodig is dan het resultaat standaard schoon huis.”

Wanneer sprake is van een grotere zorgbehoefte vanwege bijvoorbeeld COPD of incontinentie, wordt wel een maatwerkvoorziening verstrekt. 

De algemene voorziening blijkt niets anders te zijn dan de particuliere markt, waarbij een cliënt korting krijgt op het uurtarief middels de HHT-gelden: 

"Cliënten betalen de kosten van het uurtarief minus de HHT rechtstreeks aande Dienstverlener. De Dienstverlener kan daarbij werken met een periodieke voorschotnota via automatische incasso met aan het einde van het jaar een eindafrekening (zoals onder meer bij de energienota).”

Een dergelijke algemene voorziening is niet te kwalificeren als een algemene voorziening. Daarnaast is de algemene voorziening voor een grote groep niet financieel laagdrempelig. 

Ook wordt niet gewerkt in uren, maar in resultaten: 

“Met de invoering van dit model is de overstap gemaakt van een systeem waarbij cliënten een indicatie voor een x aantal uren hulp bij het huishouden ontvingen naar systeem waarbij het beoogde resultaat voorop stond.”

Conclusie Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. De zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt.

Kies een andere gemeente>>

"Leidschendam-Voorburg:voldoen NIET

De gemeente lijkt op haar website aan te geven dat huishoudelijke verzorging via de gemeente te regelen is. Een beschrijving van de werkwijze ontbreekt daarentegen. De beleidsregels beschrijven de werkwijze wel goed: 

“Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning zal een medewerker van de betreffende aanbieder bij de cliënt op huisbezoek gaan. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe huishoudelijke ondersteuning geboden zal gaan worden. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de cliënt en de aanbieder.”

Er wordt niet gewerkt in uren, maar in resultaten. Niet het college, maar de zorgaanbieder bepaalt de omvang van de indicatie. De taak, frequentie en tijd wordt dus niet opgenomen in het indicatiebesluit. 

Conclusie Leidschendam-Voorburg: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Maassluis, Vlaardingen en Schiedam: voldoen NIET

Deze drie gemeenten werken samen middels het uitvoeringsorgaan ROGPlus. Uit de informatie op de website blijkt dat wordt gewerkt met maatwerkvoorzieningen.  De keuzevrijheid voor een pgb wordt beperkt, aangezien met een pgb geen zorg ingekocht mag worden bij gecontracteerde zorgaanbieders: 

“Een pgb voor het voeren van een huishouden, maaltijdverzorging, kindverzorging, ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren en/of persoonlijke verzorging wordt geweigerd indien deze volledig wordt ingezet bij een gecontracteerde zorgaanbieder. Het volledig inzetten van een pgb bij een gecontracteerde zorgaanbieder ondermijnt de systematiek van de resultaatgerichte financiering en is om die reden niet toegestaan.” 

Een dergelijke weigering van een persoonsgebonden budget is niet mogelijk. Het doel van een pgb is volledige keuzevrijheid om een zorgverlener te kiezen. Het college kan dan ook geen pgb weigeren, als wordt gekozen voor een aanbieder waarmee ook zin-contracten zijn afgesloten. 

Tevens valt uit het bovenstaande op te maken dat wordt gewerkt met resultaatgerichte financiering. Dit wordt ook expliciet benoemd in de beleidsregels:

“De totaalscore valt binnen een bepaalde bandbreedte van scores en voor iedere bandbreedte is een vast tarief per 4 weken vastgesteld. Dit tarief ontvangt de aanbieder per CAK periode om in samenspraak met de burger het gewenste resultaat te behalen.”

In tegenstelling tot veel andere gemeenten hanteren deze gemeenten niet één of twee vaste tarieven per vier weken voor de zorgaanbieders, maar wordt blijkbaar gewerkt met verschillende bandbreedtes. 

Tot slot wijkt het voorheen gehanteerde protocol van het CIZ-protocol. Kennelijk is dat protocol nu verlaten in verband met de keuze voor het resultaatgericht indiceren. 

Conclusie Maassluis, Vlaardingen en Schiedam: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Midden-Delfland: voldoet WEL

De website van deze gemeente geeft informatie over de HHT, maar niet over het algemene beleid omtrent de huishoudelijke verzorging. In de beleidsregels staat wel duidelijk genoemd hoe wordt gewerkt: maatwerkvoorzieningen, waarbij de omvang van de hulp wordt bepaald aan de hand van een protocol.  

“Het kunnen voeren van een huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Ten aanzien van het adequaat voeren van een huishouden hanteert iedere burger zijn eigen normen. Enige objectivering is nodig wanneer een maatwerkvoorziening aan de orde is. De normering geeft aan hoeveel uren/min. nodig zijn om het huis schoon en leefbaar te houden (zie bijlage 10). Deze normering is niet allesbepalend. Telkens dient de consulent rekening te houden met de specifieke persoonskenmerken van de cliënt.”

De normtijden staan ook genoemd in het protocol en wijken af van het CIZ-protocol. In een enkel geval ten gunste van de cliënt, in een aantal gevallen ten nadele van een cliënt. Als bij de normtijden voldoende maatwerk wordt geboden (extra tijd bij bijvoorbeeld meerpersoonshuishoudens en incontinentieproblematiek en COPD), dan zouden de normtijden stand kunnen houden. 

Conclusie Midden-Delfland: het beleid is conform de Wmo 2015, mits voldoende maatwerk wordt geleverd in de uitvoering van het indicatieprotocol. 

Kies een andere gemeente>>

Molenwaard: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website duidelijk aan welk beleid wordt gevoerd sinds de inwerkingtreding van de Wmo 2015:  

“Vanaf 2015 moet er fors bezuinigd worden op de huishoudelijke ondersteuning. Om te zorgen dat mensen die dat hard nodig hebben de juiste hulp krijgen, gaan we huishoudelijke ondersteuning anders organiseren. Vanaf 1 januari 2015 bepaalt de gemeente nog wel of u huishoudelijke ondersteuning krijgt, maar niet meer hoeveel hulp u precies krijgt. Uw zorgaanbieder gaat samen met u bepalen wat er nodig is om uw huis schoon en prettig leefbaar te houden. Daarbij wordt gekeken naar wat u zelf kunt en welke ondersteuning u kunt krijgen van bijvoorbeeld familie, vrienden of mantelzorgers.”

Niet het college, maar de zorgaanbieder bepaalt de omvang van de hulp. 

Conclusie Molenwaard: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Nieuwkoop: onbekend

 

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over de werkwijze en ook geven de verordening en nadere regels geen inzicht in het beleid. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter geen reactie gegeven.

Conclusie Nieuwkoop: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Nissewaard: voldoet NIET

De gemeente geeft geen concrete informatie op haar website over hoe de huishoudelijke verzorging is ingericht en of deze wordt vergoed. Uit het beleidsplan blijkt dat de gemeente een algemene voorziening wil realiseren.  Onduidelijk is of dit is gelukt en derhalve is contact opgenomen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven op de gestelde vragen:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH wordt vergoed volgens de Wmo 2015.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met uren met als doel een schoon en leefbaar huis.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Inning gebeurt via CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Basis voorziening van 2 uur per week met de mogelijkheid dit te verhogen op basis van maatwerk ism de zorgaanbieder.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja.

Het is goed dat de algemene voorziening niet is gerealiseerd, maar een generieke norm van 2 uur hulp per week en al dan niet meer in samenspraak met de zorgaanbieder is niet een correcte wijze. Het college dient aan de hand van objectieve normen en maatstaven de urenomvang te bepalen en hierbij dient maatwerk te worden geleverd. Het college moet onderzoeken en bepalen of meer hulp dan 2 uur per week noodzakelijk is. 

Conclusie Nissewaard: de gehanteerde (basis)normtijden zijn in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie. Het college moet aan de hand van objectieve normen en maatstaven bepalen hoeveel hulp noodzakelijk is.

Kies een andere gemeente>>

Pijnacker-Nootdorp: voldoet WEL

Uit de website van de gemeente wordt niet duidelijk of huishoudelijke hulp wordt vergoed door de gemeente. Uit de beleidsregels blijkt dat zowel hh1 als hh2 worden vergoed middels maatwerkvoorzieningen: 

“Bij toekenning van ondersteuning bij het huishouden als voor regievoering, ondersteuning bij het realiseren van een schoon en leefbaar huis en andere resultaten die hier worden genoemd is er een onderverdeling in HV 1 en HV2. Deze onderverdeling is afkomstig uit het bestek voor de aanbesteding van hulp bij het huishouden en heeft betrekking op de aard en zwaarte van de benodigde hulp in een individueel geval.”

De omvang van de indicatie wordt vastgelegd in uren:
“Op de persoon afgestemd zal beoordeeld moeten worden aan hoeveel uur ondersteuning de cliënt behoefte heeft. Bij de vaststelling van wat er in het individuele geval noodzakelijk is wordt voortgebouwd op de systematiek zoals die tot 2014 onder de AWBZ werd gehanteerd, zie de bijlage 2. Normering ondersteuning art. 4.4 t/m 4.8 . Deze systematiek bestaat uit normen uitgedrukt in uren en is indertijd tot stand gekomen in overleg met de toenmalige koepel van zorgaanbieders. Binnen deze normen zijn er mogelijkheden om in specifieke situaties maatwerk te leveren.”

Ook staan de normtijden genoemd in de beleidsregels en daaruit blijkt dat het CIZ-protocol wordt gehanteerd.

Conclusie Pijnacker-Nootdorp: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Rijswijk: voldoet WEL

De website geeft geen informatie over hoe de huishoudelijke verzorging is ingericht. Uit de beleidsregels blijkt dat zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, waarbij een protocol wordt gebruikt dat volgens de gemeente is gebaseerd op het CIZ-protocol:

“Het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Ten aanzien van het adequaat voeren van een huishouden hanteert iedere burger zijn eigen normen. Enige objectivering is nodig wanneer een maatwerkvoorziening aan de orde is. De normering geeft aan hoeveel uren/minuten nodig zijn om het huis schoon en leefbaar te houden. De normering wordt gebaseerd op het protocol indicatiestelling voor huishoudelijke verzorging van het CIZ door voor de gemeente is aangepast. Deze normering is niet alles bepalend. Telkens dient de consulent rekening te houden met de specifieke persoonskenmerken van de zorgvrager. Rijswijk kent 2 typen hulp bij het huishouden (HH): HH1; hierbij ligt de nadruk op het overnemen van huishoudelijke taken (schoonmaken waarbij cliënt zelf kan aangeven wat er moet gebeuren); HH2; hierbij ligt de nadruk op de regiefunctie. Dit type hulp is voor mensen die zelf niet goed kunnen aangeven wat precies schoongemaakt moet worden of moeite hebben bij het organiseren van het huishouden. Dit type ligt dicht tegen de functie begeleiding en dient in samenhang bekeken te worden. In incidentele gevallen zal verzorging van kinderen en/of maaltijdvoorziening onderdeel uit kunnen maken van de indicatie.”

De normtijden staan niet genoemd in de beleidsregels en ook kan de onderzoeker
het protocol niet vinden, hetgeen reden is om contact op te nemen met de gemeente. De gemeente meldde het volgende: 

“Onlangs ontving ik uw verzoek inzake het opvragen van het door de gemeente Rijswijk gehanteerde protocol bij het indiceren van Huishoudelijk Hulp.De gemeente Rijswijk hanteert het protocol indicatiestelling voor huishoudelijke verzorging van het CIZ. Dit is vastgelegd in de beleidsregels Wmo 2015.“

Conclusie Rijswijk: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Rotterdam: voldoet NIET

Deze gemeente werkt al sinds in ieder geval 2013 met resultaatgericht indiceren. Op 18 mei 2016 verloor de gemeente een rechtszaak bij de Centrale Raad van Beroep.  Het beleid van de gemeente Rotterdam is dan ook in strijd met de wet. De gemeente is voornemens om ondanks de uitspraak van de CRvB toch verder te gaan met resultaatgericht indiceren, maar dat voortaan ook de frequentie van de taak wordt genoemd in een ondersteuningsplan. Een dergelijke wijziging van het beleid is nog altijd onvoldoende.

Conclusie Rotterdam: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Voorschoten: voldoet NIET

De gemeente lijkt summier op haar website aan te geven dat huishoudelijke ondersteuning mogelijk is via de gemeente.  De beleidsregels geven aan dat inderdaad hh1 en hh2 worden verstrekt middels maatwerkvoorzieningen en dat de zorgaanbieder de omvang van de indicatie bepaalt: 

“Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning heeft de cliënt de keuze uit een aantal gecontracteerde aanbieders. Een medewerker van de gekozen aanbieder gaat bij de cliënt op huisbezoek. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe huishoudelijke ondersteuning geboden zal gaan worden. Deze afspraken worden vastgelegd in een ondersteuningsplan.”

Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt de omvang van de hulp. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, frequentie als tijd in de beschikking staat genoemd.

Conclusie Voorschoten: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Waddinxveen: onbekend

De gemeente lijkt, weliswaar summier, aan te geven op haar website dat hulp bij het huishouden vanuit de gemeente mogelijk is.  Onder de Wmo oud werd gebruik gemaakt van het CIZ-protocol, maar niet is bekend of het beleid ongewijzigd is gebleven. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente gaf de volgende antwoorden:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Niet afgeschaft.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Maatwerk.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Via het CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
-
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja, indien nodig.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja.

De vijfde vraag werd niet beantwoord, terwijl dat juist de belangrijkste vraag is. Hierdoor blijft onbekend hoe de omvang van de hulp wordt bepaald.

Conclusie Waddinxveen: de gemeente verstrekt maatwerkvoorzieningen en indiceert in uren, hetgeen conform de Wmo 2015 is. Niet is bekend of het gehanteerde protocol voldoet.

Kies een andere gemeente>>

Wassenaar: voldoet NIET

De website van de gemeente lijkt summier aan te geven dat hulp bij het huishouden via de gemeente geregeld kan worden. Uit de beleidsregels blijkt dat inderdaad hulp bij het huishouden wordt geregeld via maatwerkvoorzieningen, waarbij het resultaat leidend is. De zorgaanbieder gaat met de cliënt in overleg om invulling te geven aan het indicatiebesluit: 

“Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning heeft de cliënt de keuze uit een aantal gecontracteerde aanbieders. Een medewerker van de gekozen aanbieder gaat bij de cliënt op huisbezoek. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe huishoudelijke ondersteuning geboden zal gaan worden. Deze afspraken worden vastgelegd in een ondersteuningsplan.”

Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt derhalve de omvang van de hulp. 

Conclusie Wassenaar: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Westland: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website aan dat hulp bij het huishouden mogelijk is via zowel zin als een pgb.  De werkwijze wordt niet genoemd. Uit de beleidsregels blijkt dat inderdaad maatwerkvoorzieningen worden verstrekt in uren voor zowel hh1 als hh2, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het beleid onder de AWBZ.  Vermoedelijk wordt gedoeld op de CIZ-protocollen (tijdsomvang en gebruikelijke hulp). 

“Om de noodzaak tot hulp bij het huishouden te objectiveren en zo beter de noodzaak voor een maatwerkvoorziening te kunnen vaststellen en met name ook het aantal uren/minuten is al onder de AWBZ beleid ontwikkeld wat ook onder de Wmo nog altijd stand houdt. Het spreekt voor zich dat ook bij de inzet van hulp bij het huishouden rekening is gehouden met de specifieke persoonskenmerken van de cliënt en het beoogde resultaat.”

De normtijden staan echter niet in de beleidsregels genoemd. Het protocol wordt ter verificatie bij de gemeente opgevraagd. De gemeente heeft ons het protocol gestuurd en hieruit blijkt dat (de normtijden van) het CIZ-protocol wordt gehanteerd

Conclusie Westland: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Zederik: voldoet NIET

De gemeente Zederik geeft op haar website duidelijk aan of een cliënt in aanmerking kan komen voor huishoudelijke ondersteuning en welk beleid hierbij wordt gehanteerd: 

Wanneer u door lichamelijke of psychische beperkingen niet meer in staat bent om thuis alles zelf te doen en hulp van familie, vrienden of kennissen niet meer voldoende is, komt u mogelijk in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning.
Wij beoordelen of u hiervoor in aanmerking komt. Daarbij kijken we naar welk resultaat bereikt moet worden, zoals:
Een schoon en leefbaar huis (licht en zwaar huishoudelijk werk);
beschikken over schone kleding;
beschikken over boodschappen en maaltijden;
zorg voor inwonende kinderen;
organisatie van het huishouden (regievoering);
het leren omgaan met het huishouden (instructie).
Dit resultaat leggen wij vast in een plan. Dit plan noemen we een “individueel ondersteuningsplan”. In dit plan staan ook welke activiteiten overgenomen moeten worden door de zorgaanbieder.
De zorgaanbieder bekijkt samen met u hoe u dit resultaat het beste bereikt. U maakt daarover afspraken met de zorgaanbieder. Deze afspraken worden ook door de zorgaanbieder vastgelegd in uw plan.

Niet het college, maar de zorgaanbieder bepaalt uiteindelijk de omvang van de hulp. Niets wijst op het opnemen van de taak, frequentie en tijd in de beschikking. 

Conclusie Zederik: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Zoetermeer: voldoet WEL

De gemeente lijkt op haar website aan te geven dat huishoudelijke hulp via de gemeente mogelijk is.  Dit ondanks eerdere berichten dat hh1 een marktproduct zou worden.  Uit de beleidsregels maken wij op dat huishoudelijke hulp wordt verstrekt middels maatwerkvoorzieningen, waarbij in uren wordt geïndiceerd.  De bijlage bij de beleidsregels noemen de normtijden.  De normtijden komen overeen met de normtijden van het CIZ. 

Conclusie Zoetermeer: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Zuidplas: onbekend

De gemeente maakt op haar website duidelijk dat huishoudelijke hulp wordt geregeld via de gemeente. Op dit moment wordt in principe gewerkt in uren, maar er is een proef gaande waarin resultaatgericht geïndiceerd wordt.  Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt de omvang van de hulp in deze proef. Resultaatgericht indiceren houdt niet stand en als deze proef leidt tot een wijziging van het beleid is dat een slechte gang van zaken. Niet is duidelijk hoe de omvang van de hulp wordt bepaald. Een eventueel indicatieprotocol is derhalve bij de gemeente opgevraagd. De gemeente heeft echter niet geantwoord. 

Conclusie Zuidplas: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>