Zeeland

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen: voldoen NIET

Deze gemeenten werken samen, de zogeheten Bevelanden-gemeenten. De gemeenten leggen op hun gezamenlijke website de werkwijze als volgt uit: “De thuiszorgaanbieder komt bij u langs voor een gesprek en bekijkt samen met u welke taken in uw huishouden moeten worden overgenomen. Ook kijkt de zorgaanbieder samen met u welke taken kunnen worden uitgevoerd door uzelf of door mensen uit uw omgeving, zoals familie of mantelzorgers. De thuiszorgaanbieder maakt daarna een plan waarin staat hoe de ondersteuning wordt georganiseerd.” Dit betekent dat de cliënt met de zorgaanbieder een ondersteuningsplan maakt en op welke wijze. Oftewel: er is sprake van resultaatgericht indiceren. De gemeenten erkennen dat er niet wordt gewerkt met uren. Ondanks dat resultaatgericht indiceren door de CRvB is afgekeurd op 18 mei (uitspraken Utrecht en Rotterdam), blijven de gemeenten de gekozen werkwijze hanteren.  Nadere bestudering van het beleid roept echter zeer veel vragen op. Er wordt namelijk gewerkt met een zogeheten ‘resultaatvolgend budget’, waarvan onduidelijk blijft wat dat inhoudt, en een informatiefolder naar de cliënt noemt het volgende: “U maakt zelfstandig afspraken met uw hulp. Uw zorgaanbieder zorgt voor bemiddeling en de administratie.” Hieruit leidt de onderzoeker af dat niet alleen sprake is van resultaatgericht indiceren, maar tevens dat dit zou kunnen betekenen dat de hulp wordt georganiseerd via alfahulpen. Echter, vervolgens noemt de informatieflyer het volgende: “Als u liever alles zelf regelt, kan dat ook. U krijgt van uw gemeente een Persoons Gebonden Budget (PGB)”. Dit impliceert dat de werkwijze van zonet die duidde op alfahulpen, kennelijk niet gefinancierd wordt vanuit een PGB. Ook de beleidsstukken, zoals het stuk ‘Pilot: het resultaat geldt’, roepen alleen maar meer vragen op. 

Vanwege alle onduidelijkheid is besloten om contact op te nemen met de gemeente Borsel, die de onderzoeker doorverwees naar Goes. Het volgende werd aan de onderzoeker verteld: er wordt een gemiddeld budget gehanteerd per cliënt. De een krijgt dan wat meer hulp, de ander wat minder. Dit zou maatwerk opleveren. Op de vraag van de onderzoeker of gebruik wordt gemaakt van alfahulpen c.q. of gebruik wordt gemaakt van dienstverlening aan huis in de zorg in natura voorziening, wordt bevestigend beantwoord. Dit betekent dat niet alleen gebruik wordt gemaakt van het resultaatgericht indiceren, maar dat ook hoogstwaarschijnlijk een zorg in natura constructie wordt gehanteerd die niet toelaatbaar is. Immers, wanneer cliënten zelf contracten moeten sluiten met hulpverleners en daarbij gebruik dienen te maken van dienstverlening aan huis, kan niet worden gesproken van zorg in natura. Afgevraagd kan worden of de hulpverleners niet een verkapt dienstverband hebben bij de thuiszorgaanbieder c.q. de bemiddelaar. 

In eerste instantie leken de gemeenten een onderscheid te maken tussen cliënten die zich voor het eerst na 1 januari 2014 hebben gebeld en cliënten die voor die tijd ook al een indicatie hadden. Het kan dus zijn dat het college twee groepen cliënten op een andere wijze ondersteunt, hetgeen onacceptabel is gelet op het rechtsgelijkheidsbeginsel. Latere berichtgeving noemt dat alle cliënten in 2015 overgingen naar het nieuwe beleid. Een interview met een beleidsmedewerker van de gemeente Borsele schept verder enige duidelijkheid over het beleid.  Uit het interview maakt onderzoeker op dat een resultaatvolgend budget niets anders is dan resultaatgericht indiceren. De vraag die vooralsnog onbeantwoord blijft is de vraag wat precies de (contractuele) relatie tussen de cliënt, de zorgaanbieder c.q. de bemiddelaar en het college is. Feit is dat, ondanks dat bij de onderzoeker nog steeds veel onduidelijk is, deze constructie ontoelaatbaar is en deze gemeenten verdienen dan ook speciale aandacht. Een nieuwsbericht uit eind 2014 lijkt te duiden op gebruik van alfahulpen in deze regio.   

Tot slot een citaat uit de beleidsregels:  ‘bij Huishoudelijke Hulp stelt de zorgaanbieder vast hoeveel ondersteuning noodzakelijk is. De zorgaanbieder zorgt via bemiddeling voor een geschikte hulp. De hulpvrager zelf (of een persoon uit netwerk) maakt vervolgens werkafspraken met de hulp.’ Ook dit lijkt weer te wijzen op het gebruik van alfahulp in combinatie met resultaatgericht indiceren, gelet op het woord ‘bemiddeling’. 

Conclusie Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen: het beleid is niet toegestaan. Het college moet de omvang van de hulp bepalen, niet de zorgaanbieder. Daarnaast is de gekozen systematiek niet toegestaan, als daadwerkelijk via de maatwerkvoorziening zorg in natura een bemiddelingsbureau wordt ingeschakeld, waarmee de cliënt een contract moet afsluiten.

Kies een andere gemeente>>

Hulst: voldoet NIET

Constatering: de website van de gemeente Hulst lijkt alleen maar informatie te geven over de hht-gelden c.q. de vouchers (daar Plus Hulp geheten). Hierdoor lijkt het op het eerste oog dat hh1 alleen via de vouchers ingekocht kan worden, maar nadere bestudering van de beleidsregels geeft een ander beeld. Citaat uit de beleidsregels: 

“Met de nieuwe werkwijze is het van belang dat onderbouwd kan worden dat het te bereiken resultaat: een schoon en leefbaar huis, bereikt kan worden. Het keukentafelgesprek resulteert in een arrangement voor de compensatie. 
De hulp kan door het college worden toegekend in de vorm van zorg in natura. Als uit het gesprek aan de keukentafel blijkt dat een individuele Wmo-voorziening in de vorm van professionele inzet door een (zorg) aanbieder nodig is, wordt de compensatie nader ingevuld in een gesprek tussen de aanbieder en de klant. Verder kan ook nog opgemerkt worden dat het resultaat ook - wellicht deels - bereikt zou kunnen worden met behulp van hulpmiddelen. Denk aan de robotstofzuiger als hulpmiddel voor het stofzuigen van de vloer. Het is aan de gemeente een afweging te maken op welke manier er gecompenseerd zal worden.”

Hieruit leidt de onderzoeker af dat wordt gewerkt met resultaatgericht indiceren. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2016 geeft echter een gecompliceerder beeld:
Artikel 6. Huishoudelijke voorzieningen 
1. De door het college te verlenen maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning kan bestaan uit:
a. ondersteuning in natura als algemene voorziening met Plus Hulp, kostprijs € 5,00 per uur;
b. ondersteuning in natura bij een gecontracteerde zorgaanbieder, maximale eigen bijdrage € 25,20 per uur;
c. ondersteuning in de vorm van een pgb, maximale eigen bijdrage € 16,10 per uur.
2. De omvang van huishoudelijke voorzieningen in natura wordt afgestemd op persoonskenmerken, behoeften en mogelijkheden van de aanvrager en zijn omgeving door de zorgaanbieder van keuze in overleg met aanvrager.

Het besluit definieert Plus Hulp als volgt: 

Voor de Plus Hulp wordt een overeenkomst afgesloten tussen zorgvrager en zorgaanbieder voor het afnemen van huishoudelijke hulp (in loondienst). Vaak zal het gaan om het inkopen van aanvullende/extra hulp, met name door de klanten waarbij het aantal uren huishoudelijke hulp gedaald is of door nieuwe (geïndiceerde) klanten. Om het uurtarief voor ondersteuningsbehoevenden aantrekkelijk te maken wordt de landelijk beschikbare HHT (huishoudelijke hulp toeslag) ingezet en bedraagt de eigen bijdrage slechts € 5,00 per uur. De Plus Hulp is beperkt beschikbaar voor het jaar 2016.
Plus Hulp is dus bedoeld als een ‘extraatje’, bovenop de maatwerkvoorziening. Het is dan ook zeer vreemd dat deze Plus Hulp door het college wordt gedefinieerd als een algemene voorziening, die nota bene onderdeel uitmaakt van een maatwerkvoorziening. Artikel 6 lid 1 sub a lijkt de onderzoeker dan ook een juridisch onmogelijke constructie. Verder is lid 2 veelzeggend, aangezien daar wordt vermeld dat de omvang van de huishoudelijke hulp in natura wordt bepaald door de zorgaanbieder van keuze in overleg met de aanvrager, oftewel resultaatgericht indiceren. Deze werkwijze is gelet op de jurisprudentie niet toegestaan. 

Vanwege de onduidelijkheden is contact opgezocht met de gemeente. De volgende vragen en antwoorden kwamen hieruit: 

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH loopt nog via de Wmo 2015, het onderscheid HH1 en HH2 hebben we reeds medio 2011 afgeschaft; er is één vorm van HH-ondersteuning met één tarief.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Resultaatgericht.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Met de HHT heeft onze gemeente een Algemene voorziening opgezet(Plus Hulp), maar verder bleef de HH regulier onder de Wmo vallen. Dus beide vormen werden/worden ingezet, soms ook naast elkaar.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Plus Hulp € 5,00 per uur te betalen naar rato van afname aan de zorgaanbieder.
Eigen bijdragen Wmo HH via het CAK
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
In het Besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2016 is vastgelegd dat gewerkt kan worden met de Zelfredzaamheidsmatrix en de Richtlijn Indicatieadvisering van MO Zaak januari 2011. Indien nodig kan ook de CIZ-indicatiewijzer gebruikt worden.

Conclusie Hulst: resultaatgericht indiceren is niet toegestaan, evenals eventuele kortingen op de omvang van de hulp zonder deugdelijke onderbouwing. Het hanteren van het protocol van de MO-zaak is een goede zaak, maar het Besluit en de antwoorden van het college geven aan dat in beginsel wordt gewerkt met resultaten en niet met uren, terwijl het protocol van de MO-zaak uren hanteert. Naar mening van de onderzoeker zou dit protocol dan ook een meer prominente plaats moeten innemen in het beleid en dient de omvang van de hulp in een beschikking te worden opgenomen, waarbij de omvang van de hulp wordt bepaald door het protocol van de MO-zaak. Een pgb wordt overigens wel geïndiceerd in uren, door het college. Als hierbij het protocol van de MO-zaak wordt gehanteerd, is het beleid met betrekking tot de pgb’s juridisch correct, ook qua tarieven.   

Kies een andere gemeente>>

Middelburg: voldoet NIET

De gemeenten Middelburg, Sluis, Veere en Vlissingen werken samen en het uitvoerend orgaan is Porthos. Toch zijn er naar weten van de onderzoeker beleidsverschillen en derhalve wordt elke gemeente apart behandeld. De website van de gemeente Middelburg geeft de volgende informatie: 

HH2 cliënten komen kennelijk snel in aanmerking voor huishoudelijke verzorging. Wanneer het gaat om hh1, wordt verwacht dat cliënten kennelijk zelf hulp inkopen bij zorgleveranciers die via Facilitas leveren. Dat zijn er twee volgens de website, maar alleen over Zeeuws Schoon is informatie te vinden. Dat schijnt een bemiddelingsbureau te zijn, waarna aan de hand van dienstverlening aan huis huishoudelijke verzorgenden worden ingeschakeld. Pas wanneer de hulp niet betaald kan worden, bestaat eventueel recht op een persoonsvolgend budget van maximaal 3 uur per week. Wanneer geen recht op een PVB bestaat, kunnen eventueel uren worden ingekocht tegen een tarief van €5,00 per uur (de HHT-gelden). 

De gemeentelijke verordening noemt het volgende: “De gemeente Middelburg kent een regeling voor Persoonsvolgend budget (PVB). Dit is een korting op de kosten voor het gebruik van een algemene voorziening voor hulp bij het huishouden. Er ligt een sterke relatie met het Armoedebeleid. Het Armoedebeleid, voorziet in regelingen die het gebruik van algemene voorzieningen/ collectieve voorzieningen mogelijk maakt voor minima.” Op welke algemene voorziening wordt gedoeld, is niet bekend. Wellicht wordt de particuliere markt bedoeld, hetgeen een algemeen gebruikelijke voorziening is. 

In navolging van de eerder besproken Zeelandse gemeenten is dus ook het beleid van de gemeente Middelburg uiterst vaag te noemen. De Wmo 2015 kent twee voorzieningen: algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Wanneer iemand ondersteuning nodig heeft, wordt gekeken of algemene voorzieningen voorhanden zijn. Zo niet, dan dient een maatwerkvoorziening afgegeven te worden. Het is onduidelijk hoe de werkwijze van de gemeente Middelburg past in deze systematiek. Voor meer informatie is contact opgenomen met de gemeente en het volgende uitgebreide antwoord werd gegeven:

“In Middelburg is de werkwijze op dit moment als volgt:
•    Een klant komt binnen bij Porthos (o.a. ons Wmo-loket) met een vraag om Huishoudelijke Hulp/Huishoudelijke Zorg (HH/HZ) 
•    Daar wordt met de klant een gesprek gevoerd om te bepalen of hij/zij in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening HZ. Hierbij wordt gekeken of de klant wel of geen/verminderde regie heeft. Als de klant geen/verminderde regie heeft en dus niet zelf de hulp kan aansturen wordt de maatwerkvoorziening HZ toegekend. De gegevens van de klant worden dan vervolgens doorgegeven aan een (door de klant gekozen) gecontracteerde zorgaanbieder. De eigen bijdrage loopt via het CAK. NB: bij het gesprek wordt uiteraard ook besproken of de klant meer of iets anders dan HH/HZ nodig heeft, maar ik beperk me hier tot HH/HZ.
•    Als de klant wel regie heeft (en dus zelf kan aansturen/regelen) wordt doorverwezen naar de HH via de Algemene Voorziening Facilitas. Tijdens het gesprek wordt ook bekeken of de klant deze voorziening kan betalen. Als het antwoord daarop nee is (of niet volledig) wordt een PersoonsVolgendBudget (PVB) toegekend. Dit PVB wordt bij Facilitas geparkeerd en dit betekent dat de klant korting krijgt op de prijs van de HH (variërend van 40% tot 100% korting, afhankelijk van het inkomen). Facilitas beheert het PVB voor de klant, stuurt rekeningen voor het resterende bedrag dat de klant moet betalen, koppelt de klant aan een zorgaanbieder, betaalt de zorgaanbieders en controleert de dienstverlening.

De antwoorden op uw vragen zijn dus:
Welke algemene voorziening is dit? Facilitas (zie boven). Overigens blijkt uit de uitspraak van de CRvB dat er geen algemene voorziening is gecreëerd, maar een algemeen gebruikelijke voorziening. Inwoners krijgen wel de juiste hulp/zorg; alleen is de veronderstelde algemene voorziening niet aanwezig. Dit zal worden gerepareerd. Het streven is om dit op 1 januari 2017 te hebben gerealiseerd.
Stel, een cliënt heeft beperkingen en huishoudelijke hulp nodig. Niemand uit zijn of haar netwerk kan helpen. De cliënt doet een melding en vraagt vervolgens een maatwerkvoorziening aan. Hoe handelt het college dit verzoek af c.q. welke vorm van ondersteuning krijgt de cliënt c.q. moet de cliënt regelen?

Zie boven
Krijgt een cliënt een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke verzorging? Zo ja, in welke vorm? Zo niet, hoe wordt de cliënt dan wel gecompenseerd?
Ja, als hij/zij geen regie heeft. En HH/PVB als hij/zij wel regie heeft.”

Opvallend is dat de gemeente, terecht, aangeeft dat de algemene voorziening niet een algemene voorziening is in de zin van de Wmo 2015 en de uitspraak Aa en Hunze. 

Conclusie Middelburg: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het categoraal uitsluiten van maatwerkvoorzieningen voor hh1 is niet toegestaan. De zogenaamde algemene voorziening is niet te kwalificeren als een algemene voorziening. Het is niet duidelijk hoe het PVB gekwalificeerd moet worden (maatwerkvoorziening? Bijzondere bijstand?), maar de gekozen constructie lijkt in strijd met de Wmo 2015 te zijn. De Wmo 2015 kent immers slechts twee voorzieningen: een maatwerkvoorziening en een algemene voorziening. Laatstgenoemde is niet aanwezig, waardoor het college een maatwerkvoorziening voor hh1-situaties moet verstrekken.

Kies een andere gemeente>>

Sluis: voldoet NIET

De informatievoorziening van de gemeente Sluis en Porthos is zeer ontoereikend te noemen. Gemeente Sluis werkt kennelijk samen met Middelburg, Veere en Vlissingen via het uitvoeringsorgaan Porthos, al is het beleid tot stand gekomen in samenwerking met Terneuzen en Hulst. Cliënten krijgen op geen enkele wijze concrete informatie over de werkwijze van de gemeente c.q. Porthos met betrekking tot de huishoudelijke verzorging. Als er al informatie vinden is, gaat het over de HHT-gelden. De website van Zorgstroom, een aanbieder van hulp, zegt het volgende onder verwijzing naar Porthos: 

Dit lijkt te duiden op het algemeen gebruikelijk zijn van de hh1 dan wel dat de toelage wordt gezien als een algemene voorziening en dat alleen maatwerkvoorzieningen worden afgegeven voor hh2-situaties. Volledigheidshalve: Zeeuws Schoon is onderdeel van Zorgstroom, waarbij eerstgenoemde kennelijk de alfa-afdeling is.  

De constructie is juridisch niet houdbaar, daar niet wordt uitgegaan van het leveren van maatwerk. Het bieden van alleen hh2 via een indicatie is ontoelaatbaar, gelet op inmiddels vaste jurisprudentie. Hh1 is gewoon onderdeel van de Wmo 2015 en bij een ongewijzigde compensatieplicht kan het college niet vragen om een vergoeding van €5,00 per uur bij een overgroot deel van de hulpbehoevenden. Ook het maximum van drie uur per week middels de toelage is onacceptabel, aangezien dat zou betekenen dat alle overige uren volledig zelf betaald moeten worden. Het maximum van 3 uur per week komt ook aan bod in een nieuwsbericht. 

Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Sluis 2016 geeft echter een ander beeld: Artikel 23 - Omvang van huishoudelijke voorzieningen in natura. De omvang van huishoudelijke voorzieningen in natura wordt geïndiceerd in uren met een maximale omvang per week. Tot en met 2014 werd aangesloten bij de klassensystematiek, zoals gehanteerd werd in de AWBZ. Om meer flexibiliteit en maatwerk mogelijk te maken richting de cliënt en de zorgaanbieders wordt voortaan geïndiceerd in een maximum aantal uren (hele en halve) per week.” Kennelijk wordt in uren geïndiceerd en niet in resultaten en uit de beleidsstukken kan de onderzoeker niet opmaken dat dit alleen geldt voor bijvoorbeeld hh2. Vanwege de onduidelijkheden is contact gezocht met de gemeente. De vragen en antwoorden zijn als volgt:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Huishoudelijke hulp wordt vergoed volgens de Wmo 2015.    
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt geïndiceerd in uren.  
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Huishoudelijke hulp wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening.   
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigen bijdrage wordt berekend op basis van het inkomen en vermogen van cliënt. Hiervoor volgen we de landelijke tabellen conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
De omvang van de zorg wordt vastgesteld op basis van de uitkomsten van een huisbezoek.

Naar aanleiding van deze antwoorden bestaan nog steeds één vraag: welk protocol wordt gehanteerd of waar wordt een omvang van de hulp op gebaseerd? Er is derhalve opnieuw contact opgenomen met de gemeente, maar de onderzoeker heeft geen antwoord gekregen. Daar niet wordt genoemd dat een protocol wordt gebruikt, gaat de onderzoeker uit van het afwijken van het CIZ-protocol zonder nadere motivering. 

Conclusie Sluis: er is niet inzichtelijk gemaakt hoe de omvang van de hulp tot stand komt, waardoor de onderzoeker uitgaat van het afwijken van het CIZ-protocol. Dit acht de onderzoeker, zonder nadere motivering en een onderzoek naar de deugdelijkheid van de nieuwe normtijden, niet toelaatbaar.

Kies een andere gemeente>>

Terneuzen: onbekend

De website van de gemeente geeft niet concreet aan hoe huishoudelijke hulp is ingericht. Het Besluit MO Terneuzen 2016 zegt het volgende:

Artikel 6. Huishoudelijke voorzieningen
1. De door het college te verlenen maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning kan bestaan uit:
a. ondersteuning in natura bij een gecontracteerde zorgaanbieder, maximale eigen bijdrage €25,20 per uur;
b. ondersteuning in de vorm van een pgb, maximale eigen bijdrage € 16,10 per uur.
2. De omvang van huishoudelijke voorzieningen in natura wordt afgestemd op persoonskenmerken, behoeften en mogelijkheden van de aanvrager en zijn omgeving door de zorgaanbieder van keuze in overleg met aanvrager.
3. De omvang van een pgb wordt vastgesteld door de toegangsorganisatie ‘ aan Z’ op basis van het aantal (halve) uren per week, afgestemd op persoonskenmerken, behoeften en mogelijkheden van de aanvrager en zijn omgeving.

Het dikgedrukte wijst op resultaatgericht werken en dat het college dus niet de omvang van de hulp bepaalt. Deze werkwijze acht de onderzoeker juridisch onaanvaardbaar. Echter, zoals bij veel gemeenten is ook hier het beleid niet eenduidig. Citaat:
 
Artikel 1. Protocollen, indicatiewijzer
1. Voor het beoordelen van een aanvraag om een maatwerkvoorziening worden de CIZ Indicatiewijzer versie 7.1 en de Richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden jan 2011 MO Zaak, geacht integraal deel uit te maken van dit besluit. […]

Indien de huishoudelijke voorziening wordt verstrekt in natura wil dit zeggen dat de huishoudelijke zorg wordt geleverd door een gekwalificeerde medewerker van een, door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Daarnaast is het mogelijk om huishoudelijke voorziening te verkrijgen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij het bepalen van de omvang wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden en artikel 1 van dit besluit.

Hieruit valt juist af te leiden dat het protocol van de MO-zaak wordt gehanteerd, wat juridisch correct zou zijn. Om uitsluitsel te krijgen is contact opgenomen met de gemeente. De onderzoeker heeft echter geen reactie ontvangen, waardoor de onduidelijkheid blijft bestaan. 

Conclusie Terneuzen: de onderzoeker heeft onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Veere: voldoet NIET

Het beleid lijkt aansluiting te zoeken bij het beleid van Middelburg, alleen een persoonsvolgend budget is niet aanwezig. De Beleidsregels Wmo & Jeugdhulp noemen niets concreets over de huishoudelijke verzorging. Ook andere beleidsstukken geven geen duidelijkheid. Eerdere nieuwsberichten over Veere duiden op volledige afschaffing van de hh1, met een ‘zachte landing’. Vooralsnog wordt aangenomen dat het beleid identiek is aan het beleid van Middelburg en Vlissingen minus de PVB, dan wel dat cliënten alleen hulp kunnen realiseren via de vouchers/HHT-gelden. 

Conclusie Veere: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het categoraal uitsluiten van maatwerkvoorzieningen voor hh1 is niet toegestaan. De zogenaamde algemene voorziening is niet te kwalificeren als een algemene voorziening.

Kies een andere gemeente>>

Vlissingen: voldoet NIET

Vlissingen werkt samen met Middelburg en Veere. Een zaak van Jurist Wevers in 2015 in Vlissingen heeft erin geresulteerd dat de betreffende cliënt zijn uren huishoudelijke hulp terug heeft, nadat hij eerst naar de bijzondere bijstand was verwezen. Er is echter geen beschikking afgegeven, het wordt wel gegarandeerd uit het zorgpotje betaald en de cliënt betaalt een bijdrage aan het CAK, aldus Porthos. Onderzoeker citeert uit een e-mailbericht van de gemeente dd. 29-03-2016: Een collectieve voorziening is gedefinieerd in onze verordening Wmo & Jeugdhulp, artikel 1. De hulp van de heer Keersemeeckers wordt vanuit Wmo-gelden gefinancierd, niet vanuit bijzondere bijstand. Er is geen sprake van bijzondere bijstand, daar de gehele voorziening door de gemeente wordt gefinancierd met een deel eigen bijdrage dat achteraf wordt geïnd door het Centraal Administratiekantoor, volgens de hiervoor geldende landelijke regelgeving” en een e-mailbericht van 12-02-2016: “Er is een collectieve voorziening ingezet, hiervoor geven wij geen beschikking af. Naar mijn weten is deze collectieve voorziening tot tevredenheid van uw cliënt. Uiteraard is een afwijzende beschikking in het kader van een maatwerkvoorziening mogelijk, er is immers voorzien in een oplossing middels een collectieve voorziening met als gevolg dat er geen noodzaak meer is voor een maatwerkvoorziening. Ik vraag mij echter af wat het doel is van het afgeven van een beschikking nu het probleem van uw cliënt lijkt opgelost. Gaat het enkel om het verkrijgen van een beschikking voor het verkrijgen van een beschikking of ervaart uw cliënt nog problemen waarvoor hij een beroep wenst te doen op een Wmo voorziening? Graag verneem ik uw reactie.” Het blijft de onderzoeker onduidelijk hoe deze constructie precies werkt en ook Porthos heeft dit niet kunnen verduidelijken. Er is kennelijk een collectieve voorziening aanwezig waarvoor geen beschikking wordt afgegeven, maar waarvoor wel via het CAK een bijdrage wordt gevraagd (oftewel een maatwerkvoorziening). Een maatwerkvoorziening afgegeven zonder beschikking is echter niet mogelijk. Alleen bij een algemene voorziening is geen indicatie nodig, maar dan kan niet via het CAK een eigen bijdrage worden geïnd. Verder verwijst Vlissingen de cliënten in principe naar de bijzondere bijstand met betrekking tot hh1. 

Tot slot met betrekking tot Middelburg, Vlissingen en Veere het volgende, geciteerd uit het Beleidsplan armoedebeleid Walcheren 2015:  

Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat van de Walcherse gemeenten allen het doel hadden om hh1 af te schaffen en dat de cliënten worden doorverwezen naar de particuliere markt. Dit zou hun algemene voorziening zijn. Gelet op het onderzoek zijn er geen aanknopingspunten dat dit beleid sindsdien wezenlijk is veranderd. 

Conclusie Vlissingen: het beleid kan niet standhouden. Een collectieve voorziening is allereerst geen voorziening conform de Wmo 2015, aangezien slechts algemene en maatwerkvoorzieningen bestaan. Een (eventuele) constructie via de bijzondere bijstand is niet toegestaan. Een maatwerkvoorziening zonder beschikking is niet toegestaan. Verwijzing naar de particuliere markt is geen algemene voorziening.  

Kies een andere gemeente>>