Utrecht

Amersfoort: voldoet NIET

De gemeente Amersfoort indiceert in resultaatsgebieden en niet in uren. Het is echter nergens te vinden waar dit is vastgelegd en om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De werkwijze van het resultaatgericht indiceren is niet toelaatbaar, omdat niet de taken, de frequentie en de benodigde tijd wordt genoemd in de beschikking. Dit is wel noodzakelijk, gelet op de uitspraken van de CRvB.

Conclusie Amersfoort: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Baarn, Bunschoten en Woudenberg: voldoen NIET

De gemeenten geven in een nieuwsbericht op de site van (onder andere?) Baarn aan dat hh1 via een algemene voorziening geregeld zal worden. De cliënt moet hierbij zelf contact opnemen met de zorgaanbieder. Hieruit leidt de onderzoeker af dat het college niet de contracten sluit met de zorgaanbieder, inzake de algemene voorziening. Dit is gelet op de jurisprudentie wel noodzakelijk. Citaat van de website: 

De manier waarop de huishoudelijke hulp vanaf 2016 wordt georganiseerd, zal veranderen. De eenvoudige schoonmaakondersteuning zal worden geboden als een algemene voorziening. Dat betekent dat men straks zelf de hulp bij het huishouden regelt met één van de organisaties. Met iedereen die nu huishoudelijke hulp ontvangt via de Wet maatschappelijke ondersteuning, neemt de gemeente contact op. In een zogenoemd keukentafelgesprek waarbij goed gekeken wordt naar de persoonlijke situatie, krijgen mensen informatie over de aanbieders waar men contact mee kan opnemen om de vraag om hulp bij het huishouden te stellen.
De gemeente is niet meer direct betrokken bij de huishoudelijk hulp in de algemene voorziening. De gemeente heeft wel afspraken gemaakt met de aanbieders over bijvoorbeeld de kwaliteit van de hulp. Daarnaast draagt de gemeente bij in de kosten van de algemene voorziening. Dat betekent dat een eventuele eigen bijdrage beperkt kan blijven, omdat de gemeente ook meebetaalt.
Naast deze algemene voorziening voor eenvoudige huishoudelijke hulp, blijft huishoudelijke hulp beschikbaar als vangnet voor degenen voor wie de algemene voorziening niet passend is. Alle mensen die nu al huishoudelijke hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) krijgen, ontvangen van de gemeente een brief met informatie over de inzet van huishoudelijke hulp.

Het is uiterst moeilijk, vanwege het individuele karakter bij de vraag of en hoeveel huishoudelijke ondersteuning noodzakelijk is, ook gelet op alle andere feiten en omstandigheden, waaronder het inkomen en vermogen van een cliënt, om hh1 aan te bieden middels een algemene voorziening. Uit de beleidsstukken blijkt verder dat de algemene voorziening niet een algemene voorziening is conform de jurisprudentie: 

Artikel 12. Bijdrage in de kosten van de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden (HH)
1.Voor het gebruik van de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden (HH) is een bijdrage in de kosten verschuldigd aan de aanbieder.
2.De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van de algemene voorziening HH is gelijk aan de kostprijs van de voorziening. 
3.Het college komt tegemoet in de kosten voor het gebruik van maximaal 2,5 uren HH als algemene voorziening, voor wie tot de Wmo-doelgroep behoort. De hoogte van de tegemoetkoming is opgenomen in het Financieel Besluit Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Baarn 2016.
4.Om vast te stellen of een cliënt behoort tot de Wmo-doelgroep, voert het college voor de algemene voorziening HH een lichte toegangstoets uit.

Klaarblijkelijk wordt met de algemene voorziening de particuliere markt bedoeld. Daarnaast is het niet mogelijk om de eigen bijdrage voor de zogenaamde algemene voorziening te regelen bij besluit. Dit dient in de verordening te worden opgenomen. Verder blijkt dat een korting op de algemene voorziening mogelijk is, maar voor maximaal 2,5 uur per week.  Het college is overigens vergeten om ‘per week’ te noemen in de Nadere regels. Cliënten moet dus zelf de hulp regelen via de particuliere markt, eventueel met een korting voor de eerste 2,5 uur. Deze werkwijze is niet conform de Wmo 2015, daar te weinig wordt stilgestaan bij de compensatieplicht en het leveren van maatwerk. Doordat de algemene voorziening geen algemene voorziening is, heeft een ieder met een hulpbehoefte recht op een maatwerkvoorziening. 

Dit beleid geldt ook voor Bunschoten  en Woudenberg. 

Conclusie Baarn, Bunschoten en Woudenberg: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt en de beperkte omvang van de algemene voorziening. Het bestaan van een eventuele korting op de hulp voor 2,5 uur per week doet hier niets aan af. De eigenbijdragensystematiek voor de algemene voorzieningen is ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Bunnik: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar site aan dat hulp bij het huishouden te verkrijgen is middels een pgb en middels zin. Dit lijkt te duiden op het verstrekken van maatwerkvoorzieningen. Echter, de website linkt door naar de AWBZ. Deze informatie is aldus verouderd.  Uit de beleidsregels maakt de onderzoeker op dat hh1 wordt verstrekt middels maatwerkvoorzieningen, zolang geen algemene voorziening is gerealiseerd.  Voor het bepalen van de omvang van de hulp wordt echter geen protocol gebruikt, aldus de beleidsregels:

“Bij het verstrekken van hulp bij het huishouden worden voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijk uit te voeren taken geen vaste normtijden aangehouden. Uitgangspunt is dat men kan participeren op het voor de cliënt gebruikelijk geachte niveau. In overleg met de cliënt moet bepaald worden hoe lang het duurt om bepaalde huishoudelijke taken uit te voeren en hoeveel ondersteuning eventueel nodig is.”

Hoewel de onderzoeker het toejuicht dat in goed overleg met de cliënt de omvang van de hulp wordt bepaald, ligt het voor de hand om wel een protocol te gebruiken. Dit om geschilpunten zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook om ervoor te zorgen dat zowel het college als de cliënt een leidraad hebben om te bepalen hoeveel hulp in soortgelijke situaties nodig zou zijn. Het onder geen beding hanteren van een protocol kan leiden tot situaties waarin twee gelijke gevallen een wezenlijke andere maatwerkvoorziening krijgen c.q. een verschillende omvang van de hulp. Ter voorkoming van rechtsongelijkheid en eventueel willekeurig handelen juicht de onderzoeker het gebruik van een protocol toe, zodat beide partijen kunnen concretiseren hoeveel hulp normaliter noodzakelijk zou zijn. Als blijkt dat door het hanteren van geen protocol de omvang van de indicaties wezenlijk verschilt met de omvang die volgens het CIZ-protocol noodzakelijk zou zijn, ligt het voor de hand om aan te nemen dat het college onvoldoende compensatie verleent. Bij het ontbreken van een protocol mist het indicatiebesluit vermoedelijk een objectieve grondslag.

Conclusie Bunnik: in goed overleg met de cliënt de omvang van de hulp bepalen, zonder enige leidraad en protocol, is in strijd met de wet en de beginselen van behoorlijk bestuur. Gelet op het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, maar ook op de motiveringsplicht ligt het voor de hand dat een protocol wordt gebruikt. Een protocol dient immers vaak als de motivering, waarom voldoende ondersteuning wordt aangeboden.

Kies een andere gemeente>>

De Bilt: voldoet NIET

De website van de gemeente De Bilt geeft duidelijk weer dat de gemeente meent een algemene voorziening te hebben gerealiseerd voor huishoudelijke verzorging.  Deze mening deelt de onderzoeker niet. De algemene voorziening is niets anders dan de particuliere markt met eventueel een korting voor de minima. Citaat de gemeente:

“Daar ontvangt u voor 23,50 euro per uur hulp bij het huishouden, dit is een algemene voorziening. U bepaalt zelf het aantal uur. U kunt direct met deze organisaties contact opnemen en uw vraag om ondersteuning stellen, u heeft hiervoor geen gemeentelijke indicatie nodig.”

“Cliënten die voldoen aan bovengenoemde voorwaarden kunnen zich voor een lager tarief abonneren op hulp bij het huishouden via De Bilthuysen of Cordaan. Een abonnement kost voor hen 25,00 euro per vier weken in 2016. Daarvoor krijgen zij zes uur hulp bij het huishouden. Voor meer ondersteuning betalen zij vervolgens het standaard uur tarief van 23,50 per uur. Deze kortingsregeling loopt tot 31 december 2016.”

Dit vindt de onderzoeker een opmerkelijk werkwijze en dan niet in positieve zin. De omvang van een zogenaamde algemene voorziening wordt beperkt in omvang, waardoor veel cliënten het uurtarief van €23,50 moeten betalen als zij meer hulp nodig hebben dan 1,5 uur per week. Gelet op de jurisprudentie kan deze voorziening in ieder geval niet gekwalificeerd worden als een algemene voorziening. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Conclusie De Bilt: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt en de beperkte omvang van de algemene voorziening. Het bestaan van een eventuele korting op de hulp voor 1,5 uur per week doet hier niets aan af. De eigenbijdragensystematiek voor de algemene voorzieningen is ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

De Ronde Venen: voldoet WEL

De website lijkt aan te geven dat ondersteuning bij huishoudelijke taken mogelijk is. Erg concreet is de website niet. De beleidsregels daarentegen wel.  Hh1 wordt genoemd als maatwerkvoorziening, evenals hh2. De gebruikte normtijden komen overeen met de normtijden van het CIZ. Het beleid van deze gemeente is dan ook in orde.

Conclusie De Ronde Venen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Eemnes: voldoet NIET

De website geeft geen concrete informatie over het beleid, maar een van de beleidsstukken wel. Hieruit blijkt dat niet in uren, maar in resultaten wordt geïndiceerd: 

“De huishoudelijke hulp wordt niet toegekend in de vorm van een vaststaand aantal minuten per week. Per 2015 zijn wij gestart met de resultaatfinanciering binnen de CHT. Met de resultaatfinanciering staan de specifieke activiteiten per uur niet vast, waardoor de cliënt, op grond van zijn/haar behoefte, zelf bepaalt aan welke activiteiten hij/zij prioriteit geeft. Per januari 2015 krijgen cliënten geen indicatie in uren meer, maar gaat het om het resultaat: het bevorderen van de zelfredzaamheid van cliënten. Aan cliënten wordt een budget per periode (van vier weken) toegekend en samen met de aanbieders bepalen zij welke activiteiten er wanneer en met welke frequentie worden uitgevoerd. De berekening van de nodige inzet, gebeurt aan de hand van de normtijden zoals hieronder aangegeven. Het resultaat moet bij CHT in natura worden bereikt met de ingekochte activiteiten. Het beschikt budget vormt het kader op basis waarvan het resultaat bereikt moet worden. Met de invoering van resultaatfinanciering creëren we ruimte voor onze contractpartners om goed in te spelen op de persoonlijke situatie en behoeften van inwoners. We borgen dat maatwerk, ook na afronding van het onderzoeksproces bij de gemeente, centraal staat. Over de invulling van resultaatfinanciering zijn contractafspraken gemaakt met aanbieders die CHT leveren.”

Het is de taak van het college om concreet aan de cliënt duidelijk te maken waar hij of zij recht op heeft. Door de cliënt overleg te laten plegen met de zorgaanbieder, is dit niet het geval. Dit gevoel wordt versterkt doordat geen tijd wordt gekoppeld aan de te verrichten taken. 

Echter, ondanks het bovenstaande blijkt dat de gemeente Eemnes samenwerkt met Huizen, Blaricum en Laren:

“U heeft de gemeente Blaricum een aantal vragen gesteld over de huishoudelijke hulp. De gemeente Blaricum heeft de uitvoering van de wmo neergelegd bij de gemeente Huizen. Het beleid inzake huishoudelijke hulp is voor de vier deelnemende gemeenten Huizen, Laren, Blaricum en Eemnes gelijkluidend.”

Deze gemeenten werken met het MO-protocol en het beleid is derhalve juist.

Conclusie Eemnes: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan. Het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Houten:voldoet NIET

Het moet gezegd worden dat de informatievoorziening met betrekking tot de huishoudelijke verzorging op de website van deze gemeente goed geregeld is. Helaas vindt onderzoeker de manier van indiceren minder goed. Er wordt niet langer gewerkt in uren, maar met een te behalen resultaat, namelijk een ‘schoon en leefbaar huis’. Citaat: 

“Het Kabinet heeft besloten om flink te bezuinigen op de hulp bij het huishouden. De gemeente ontvangt ruim 30% minder geld dan eerder het geval was. De huishoudelijke ondersteuning wordt daarom per 1 januari 2015 anders georganiseerd. De belangrijkste verandering is dat het resultaat (een schoon en leefbaar huishouden) voorop staat en niet het aantal uren. Er volgt een nieuw besluit en een gesprek tussen u en de aanbieder. Het gevolg kan zijn dat uw hulp minder uren of minder vaak aanwezig is omdat de werkzaamheden een andere invulling hebben gekregen.”

Het is de taak van het college om concreet aan de cliënt duidelijk te maken waar hij of zij recht op heeft. Door de cliënt overleg te laten plegen met de zorgaanbieder, is dit niet het geval. Dit gevoel wordt versterkt doordat geen tijd wordt gekoppeld aan de te verrichten taken. 

Conclusie Houten: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Leusden: voldoet NIET

Uit oude berichtgeving (2014) blijkt dat Leusden van plan was om per 2017 de huishoudelijke verzorging stop te zetten, met voorgaande jaren als overgangsperiode.  Kennelijk heeft het college inmiddels een algemene voorziening gerealiseerd, namelijk de particuliere markt. De cliënt moet zelf de kostprijs betalen, te weten rond de €22,00 per uur. Opnieuw neemt een gemeente foutief aan dat de particuliere markt een algemene voorziening is. Het college oordeelt met het afschaffen van de hh1 dat de hulp kennelijk algemeen gebruikelijk is en dat de hulp op de particuliere markt ingekocht kan worden. Voor sommige groepen vindt misschien een tegemoetkoming in de kosten plaats. Het college werkt nog steeds toe aan volledige afschaffing van hh1 per 1 januari 2017.  Alles wijst op het uit de Wmo 2015 halen van de hh1 en sindsdien hebben zich geen concrete wijzigingen voorgedaan om te veronderstellen dat deze gemeente het op korte termijn wel goed gaat regelen. 

Conclusie Leusden: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt en de beperkte omvang van de algemene voorziening. Het bestaan van een eventuele korting op de hulp doet hier niets aan af. Het per 1 januari 2017 categoraal algemeen gebruikelijk verklaren van de hh1 is niet mogelijk, gelet op de noodzakelijke individuele toets.

Kies een andere gemeente>>

Lopik: voldoet WEL

De website van deze gemeente lijkt aan te geven dat huishoudelijke hulp bij de gemeente aangevraagd kan worden.  De beleidsregels geven duidelijk aan dat maatwerkvoorzieningen worden verleend voor zowel hh1 als hh2: 

“5.1 Huishoudelijke ondersteuning
De huishoudelijke ondersteuning betreft in Lopik een maatwerkvoorziening. Het eindresultaat bij het leveren van huishoudelijke ondersteuning kan bestaan uit:
de cliënt kan wonen in een schoon huis;
de cliënt kan dagelijks beschikken over voedsel
de cliënt kan beschikken over schone en draagbare kleding;
de cliënt kan de dagelijkse gebruikelijke zorg voor de kinderen bieden.
5.1.1 Onderscheid huishoudelijke ondersteuning

De vorm van huishoudelijke ondersteuning wordt onderscheiden in huishoudelijke hulp HH1 of HH2. Huishoudelijke ondersteuning HH1 betreft hulp voor mensen die nog zelf de regie kunnen voeren over het huishouden. Het doel van huishoudelijke ondersteuning HH2 is naast het voeren van een gestructureerd huishouden ook het organiseren van het huishouden.“

Niet is bekend welk indicatieprotocol wordt gehanteerd. Dit protocol is derhalve bij de gemeente opgevraagd. Een medewerker van de gemeente heeft ons het protocol ook gestuurd en daaruit blijkt dat de gehanteerde normtijden in principe overeenkomen met het CIZ-protocol, behalve dat niet een aparte categorie is opgenomen met betrekking tot een meerpersoonshuishouden. Het college benadrukt wel in haar antwoord dat met de cliënt wordt gekeken of meer hulp nodig is dan de normtijden. 

Conclusie Lopik: het beleid is conform de Wmo 2015, mits voldoende maatwerk wordt geleverd aan meerpersoonshuishoudens.

Kies een andere gemeente>>

Montfoort: voldoet NIET

De website geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. De website van de SWOM daarentegen wel.  De SWOM is vermoedelijk een sociaal team van de gemeente. De beleidsregels lijken te duiden op het indiceren middels maatwerkvoorzieningen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het gemeentelijke protocol (bijlage 1 bij de beleidsregels).  De normtijden komen nagenoeg volledig overeen met de normtijden van het CIZ, behalve wanneer het gaat om het indiceren van zwaar huishoudelijke werk. In het geval van een meerpersoonshuishouden wordt te weinig tijd geïndiceerd, evenals bij een persoonshuishouden in een grotere woning (3 of meer kamers). Omdat het tijdsverschil relatief groot is (1 tot 1,5 uur), is de onderzoeker van mening dat het beleid niet stand kan houden. Niet is aangetoond dat de verlaagde normtijden voor het zware werk in bovenstaande gevallen adequaat zijn, waarbij wordt getoetst aan de criteria van de CRvB. 

Conclusie Montfoort: het beleid is grotendeels conform de Wmo 2015, maar de verlaagde normtijden bij het zware werk zijn niet gemotiveerd en door onafhankelijk onderzoek tot stand gekomen.

Kies een andere gemeente>>

Nieuwegein: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat vanwege de bezuinigingen maatwerk geleverd gaat worden. Wat hiermee wordt bedoeld is niet bekend.  Uit de beleidsregels blijkt dat wordt gewerkt met het indiceren in uren en dat maatwerkvoorzieningen worden afgegeven voor de huishoudelijke verzorging.  Het gehanteerde protocol komt voor een groot deel overeen met het CIZ-protocol, maar de eisen wanneer iemand in de ruimere categorie valt (bijv. 3 of meer kamers of een meerpersoonshuishouden) zijn aangescherpt. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen een een- of meerpersoonshuishouden bij het zware en lichte werk. Op deze manier wordt afgeweken van het CIZ-protocol, aangezien het CIZ-protocol uitgaat van de ruime categorie bij een woning met 3 of meer kamers of een meerpersoonshuishouden. De gemeente gaat uit van de lage categorie, waardoor minder tijd wordt geïndiceerd en dus wordt afgeweken van het CIZ-protocol. Niet wordt duidelijk gemaakt waar de verlaagde normtijden op zijn gebaseerd en of deze tot stand zijn gekomen door onderzoek verricht door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van dat onderzoek.

Conclusie Nieuwegein: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Oudewater: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft duidelijk aan wanneer recht bestaat op huishoudelijke verzorging.  Het feit dat wordt weergegeven wanneer de site voor het laatst is gewijzigd, helpt ook: op 13 april 2016 is de laatste wijziging geweest. Hierdoor kunnen wij aannemen dat de informatie niet verouderd is. Het zou een goede ontwikkeling zijn als meer gemeenten dit zouden weergeven bij nieuws- en informatieberichten. De beleidsregels en het besluit geven duidelijk weer dat zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt. Het protocol is toegevoegd aan het besluit en daaruit blijkt dat bij de zware werkzaamheden onder omstandigheden verlaagde normtijden hebben. Dit komt overeen met het protocol van de gemeente Montfoort. In het geval van een meerpersoonshuishouden wordt te weinig tijd geïndiceerd, evenals bij een persoonshuishouden in een grotere woning (3 of meer kamers). Omdat het tijdsverschil relatief groot is (1 tot 1,5 uur), kan het beleid geen stand houden. Niet is aangetoond dat de verlaagde normtijden voor het zware werk in bovenstaande gevallen adequaat zijn, waarbij wordt getoetst aan de criteria van de CRvB. 

Conclusie Oudewater: het beleid is grotendeels conform de Wmo 2015, maar de verlaagde normtijden bij het zware werk zijn niet gemotiveerd en door onafhankelijk onderzoek tot stand gekomen.

Kies een andere gemeente>>

Renswoude: voldoet NIET

De website lijkt te duiden op het verstrekken van hulp via maatwerkvoorzieningen. De verdere informatievoorziening is slecht en ook op overheid.nl zijn nagenoeg geen stukken te vinden van deze gemeente inzake het Wmo beleid. Vanwege het niet kunnen vinden van concrete informatie wordt contact opgenomen met de gemeente. 

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? In Renswoude wordt nog steeds  HO1 of HO2 verstrekt. 
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met resultaten, Dit gebeurt wel in overleg met de cliënt. Daarop worden de uren  vastgelegd,
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De landelijke regels worden toegepast. (maximale EB).
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Bepaling zorgaanbieder in overleg met cliënt. Wordt vastgelegd in plan
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
De was verzorging  maakt,  indien nodig,  deel uit van de maatwerkvoorziening

Deze gemeente werkt aldus resultaatgericht, waarbij de zorgaanbieder de omvang van de indicatie bepaald.

Conclusie Renswoude: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Rhenen: onbekend

De website van de gemeente geeft aan dat huishoudelijke hulp een onderdeel is van de Wet maatschappelijke ondersteuning. In de beleidsstukken staat echter geen concrete informatie over hoe wordt gewerkt met betrekking tot de huishoudelijke verzorging. Om die reden legt de onderzoeker de gemeente wat vragen voor. Helaas is er geen antwoord ontvangen. 

Conclusie Rhenen: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Soest: onbekend

De website van de gemeente lijkt aan te geven dat geïndiceerd wordt in uren en dat een hulpbehoevende een voorziening bij de gemeente kan aanvragen.  De nadere regels noemen dat huishoudelijke verzorging middels een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.  Er worden echter geen normtijden genoemd in het besluit noch is een bijlage aangehecht. Bij de gemeente wordt daarom het indicatieprotocol opgevraagd. Er is echter geen reactie van de gemeente ontvangen. 

Conclusie soest: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Stichtse Vecht: voldoet NIET

Een nieuwsbericht uit december 2015 geeft aan dat de gemeente het plan had om hh1 op basis van inkomen en vermogen te vergoeden. De inkomens- en vermogensgrenzen van de bijzondere bijstand zouden hierbij gehanteerd worden en mensen met een hoger inkomen worden doorverwezen naar de algemene voorziening (korting via de HHT-vouchers).  Daarnaast wordt niet langer in uren geïndiceerd, maar wordt gewerkt met resultaten. Naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB heeft de gemeente besloten om het toch anders te gaan doen: alles zal gaan via maatwerkvoorzieningen, maar nog wel via het resultaatgericht indiceren.  Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt dus de omvang van de hulp. 

Conclusie Stichtse Vecht: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Utrecht: voldoet NIET

Over Utrecht kan de onderzoeker kort zijn: het beleid is niet conform de Wmo 2015, gelet op de uitspraken van de CRvB. De voorgestelde wijzigingen zijn ook niet voldoende. Het beleid moet radicaal anders. Standaard modules en daarmee afwijkingen van het CIZ-protocol zijn niet toegestaan, als niet wordt voldaan aan de eisen die de CRvB stelt aan de nieuwe normtijden. Zonder deugdelijk onderzoek verricht door derden die geen belang hebben bij de uitkomsten van het onderzoek naar de standaard modules die qua tijden sterk afwijken van het CIZ-protocol, zijn de standaard modules niet toegestaan. Als bovenop de standaard modules in elk specifiek geval beoordeeld wordt of sprake is van voldoende  hulp, spreken wij overigens niet langer van standaard modules. Ook is niet bekend op basis van welk eventueel onderzoek wordt beoordeeld of een standaard module voldoende ondersteuning biedt. Al met al zijn er geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het beleid, 2 uur hulp per week als uitgangspunt voor elk persoon, stand kan houden. Het is dan ook vreemd dat, volgens de berichtgeving, de wethouder eerst meer onderzoek wil laten verrichten naar de haalbaarheid van de 2 uur als uitgangspunt. Na de zomer komt meer duidelijkheid over het beleid.

Conclusie Utrecht: het beleid is niet conform de Wmo 2015 en de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Utrechtse Heuvelrug: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft duidelijk aan waar een hulpbehoevende cliënt op kan rekenen:

“Hoe werkt het?
Welke hulp u krijgt hangt af van wat voor u de beste oplossing is. Eerst kijken wij of u geholpen bent met een algemene hulpdienst. Als blijkt dat het nodig is kunt u individuele hulp aanvragen. Wij bieden dan hulp in het huishouden óf een geldbedrag, zodat u de hulp zelf kunt inhuren. Soms vragen wij u een deel van de hulp zelf te betalen. Hoeveel dat is hangt af van uw inkomen, uw persoonlijke situatie en de hulp die u krijgt. De individuele hulp is maximaal 2 uur per week. Bij bepaalde medische situaties is dit maximaal 2 ½ uur per week. Vindt u dit niet voldoende om uw huis schoon te houden? Dan kunt u zelf extra uren huishoudelijke hulp regelen. U betaalt deze uren ook zelf.“

Het college verleent maximaal 2 uur hulp per week en in bijzondere medische situaties 2,5 uur hulp per week. Dit is geen maatwerk. Het beleid kan dan ook niet standhouden.

Conclusie Utrechtse Heuvelrug: door slechts 2 tot 2,5 uur hulp aan te bieden, wordt te weinig maatwerk geleverd en afgeweken van het CIZ-protocol.

Kies een andere gemeente>>

Veenendaal: voldoet NIET

De website van deze gemeente geeft duidelijk weer hoe de huishoudelijke verzorging is geregeld:  

Hh1 is uit de Wmo 2015 gehaald en alleen hh2 wordt nog via maatwerkvoorzieningen vergoed. Niet is duidelijk of de minimaregeling en de kortingsregeling gezien moeten worden als algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen, maar vast staat dat op deze werkwijze te weinig maatwerk wordt geleverd. Dit klemt des te meer omdat slechts 12 uur per vier weken vergoed kan worden op basis van de kortingsregeling. Verder wordt een ongeoorloofd onderscheid gemaakt op grond van inkomen en vermogen. Hiermee wordt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 doorkruist. 

Conclusie Veenendaal: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt en de beperkte omvang van de algemene voorziening. Het bestaan van een eventuele korting op de hulp doet hier niets aan af. Huishoudelijke verzorging wel of niet volledig vergoeden op grond van het inkomen en vermogen is het hanteren van een ongeoorloofde inkomenstoets.

Kies een andere gemeente>>

Vianen: voldoet NIET

Ook het document ‘vraag en antwoord’, te vinden op de website van de gemeente, wordt duidelijk gemaakt dat niet in uren wordt gewerkt, maar met te behalen resultaten. De cliënt spreekt met de zorgaanbieder af hoe het resultaat tot stand komt. Het college stelt dus niet de concrete rechten van de cliënt vast (de inhoud en omvang van het indicatiebesluit), maar laat dit over aan de zorgaanbieder.  Onderzoeker is van mening dat, gelet op de jurisprudentie, deze werkwijze hoogstwaarschijnlijk niet is toegestaan. Het is de taak van het college om de omvang van de indicatie op te nemen in het besluit, waarbij de te verrichten taken, de frequentie en de tijd die nodig gespecificeerd moeten worden. 

Conclusie Vianen:  resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Wijk bij Duurstede: voldoet NIET

De website lijkt aan te geven dat hulp bij het huishouden wordt geregeld middels maatwerkvoorzieningen. De beleidsregels bevestigen dit en ook wordt genoemd dat een eigen protocol wordt gebruikt: 

“In jurisprudentie over hulp bij het huishouden worden de door het CIZ (destijds voor de AWBZ-functie huishoudelijke verzorging) ontwikkelde normtijden aanvaard al werd daarbij wel aangetekend dat in de Wmo de gemeente wel moet kunnen aantonen dat rekening gehouden is met de specifieke persoonskenmerken van de aanvrager. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft een eigen richtlijn indicering hulp bij het huishouden (zie bijlage) waarin ook eigen beleid rondom het voorkomen van overbelasting bij mantelzorgers is opgenomen.”

Het protocol waarover gesproken wordt is echter niet aangehecht op de website van deoverheid.nl en daarom wordt het protocol bij de gemeente opgevraagd. Deze is ook ontvangen en daaruit blijkt dat de normtijden afwijken van het CIZ-protocol met betrekking tot de lichte en zware werkzaamheden, alsmede de verzorging van de was. Ondanks dat het protocol uitgebreid is en ook wordt toegelicht, wordt niet duidelijk op welk objectief onderzoek de verlaagde normtijden berusten. 

Conclusie Wijk bij Duurstede: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Woerden: onbekend

De website geeft helaas geen informatie over het beleid met betrekking tot de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels maken duidelijk dat zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, waarbij de omvang van de hulp wordt bepaald aan de hand van bepaalde richtlijnen.  De richtlijnen, die als bijlage 1 toegevoegd zouden zijn, zijn echter nergens gepubliceerd. Derhalve is het indicatieprotocol bij de gemeente opgevraagd. De gemeente heeft echter niet gereageerd.

Conclusie Woerden: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

IJsselstein: voldoet NIET

De website van deze gemeente beschrijft de nieuwe werkwijze als volgt: 

“Vanaf 1 januari 2015 wordt niet langer gerekend met een vast aantal uren per week.

De huishoudelijke ondersteuning die u is erop gericht om uw huishouden op orde te hebben. In overleg tussen u en de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning overlegt u welke ondersteuning er nodig is om dit resultaat te bereiken. De aanbieder bespreekt met u  wat u zelf nog kunt doen en waar mensen in uw omgeving u mee kunnen helpen. Waar dat niet lukt, ondersteunt de zorgaanbieder met een aanbod op maat.  De gemeente zal daarbij zelfredzaamheid en meedoen zoveel mogelijk stimuleren.”

Het college indiceert dus niet in uren, maar in resultaten. De zorgaanbieder en de cliënt gaan zelf invulling geven aan het indicatiebesluit. De beleidsregels bevestigen dit beleid.  De onderzoeker is van mening dat het college de rechten en plichten van de cliënt moet vaststellen, dus ook de omvang van de huishoudelijke verzorging.

Conclusie IJsselstein: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Zeist: voldoet NIET

De website van deze gemeente beschrijft de nieuwe werkwijze als volgt: 

“Voor huishoudelijke hulp in natura wordt er gewerkt met een resultaatgerichte indicatie. Dat betekent dat er geen vast aantal uren meer wordt toegekend, maar een resultaat: een schoon en leefbaar huis. De hulp zorgt ervoor, eventueel samen met de cliënt en diens familie, vrienden en bekenden, dat het huis schoon is en dat de cliënt er bezoek kan ontvangen. Voor de ene cliënt is er meer hulp nodig dan voor de andere. De zorgaanbieder krijgt een vast tarief per vier weken per cliënt. De eigen bijdrage die de cliënt betaalt, wordt wel berekend op het daadwerkelijk door de hulp gewerkte uren. 
Niveau
HO: Huishoudelijke Ondersteuning (gemiddeld 8 uur per 4 weken)
HO+: Huishoudelijke Ondersteuning + (gemiddeld 10 uur per 4 weken)
HH3: wordt alleen per uur toegekend. Dit soort hulp wordt echter altijd tijdelijk verstrekt en komt zeer weinig voor.”

Het college indiceert dus niet in uren, maar in resultaten. De zorgaanbieder en de cliënt gaan zelf invulling geven aan het indicatiebesluit. De beleidsregels bevestigen dit beleid.  De onderzoeker is van mening dat het college de rechten en plichten van de cliënt moet vaststellen, dus ook de omvang van de huishoudelijke verzorging. 

Conclusie Zeist: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>