Noord Holland

Aalsmeer: onbekend

De gemeente geeft op haar website informatie over de huishoudelijke verzorging. De onderzoeker leidt uit de tekst af dat het college indiceert en de zorgaanbieder dat vervolgens uitvoert.  De beleidsregels bevestigen dat wordt geïndiceerd in uren: 

“De omvang van Hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in uren per week.”

Niet is duidelijk of en welk protocol wordt gehanteerd. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet gereageerd.

Conclusie Aalsmeer: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Alkmaar: voldoet NIET

De website van de gemeente Alkmaar geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. Uit het beleidskader blijkt dat wordt gewerkt met resultaatgerichte financiering: 

Het is belangrijk dat de kostprijs voor de pro¬ducten (of resultaten) een realistische opbouw kent; daarbij gaat het om een goede verhouding tussen uitvoering en overhead, waarbij voor pro-fessionele inzet de geldende CAO gevolgd wordt. Het verschil tussen PGB-tarieven en tarieven voor Zorg in Natura kan kleiner. De PGB-tarieven zijn hierbij het vertrekpunt; waar nodig kan voor Zorg in Natura geplust worden. 
Kern van resultaatfinanciering is dat de gemeen¬te samen met cliënt en aanbieder een haalbaar resultaat opstelt en dat de aanbieder vervolgens samen met de cliënt nadere afspraken maakt over de ureninzet.

Voorbeeld: Gemiddeld ontvangt een cliënt, op basis van indicatie, 2,5 uur eenvoudige huis-houdelijke hulp per week. De aanbieder kan uitgaande van de totale ureninzet per periode, samen met de cliënt op een flexibele wijze en vraaggericht, invulling geven aan de uitvoering van het werk: op piekmomenten meer ureninzet, op rustige momenten minder ureninzet.”

Het is echter niet duidelijk of zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, aangezien de ‘ondersteuning thuis’ gericht lijkt te zijn op het samenvoegen van hh2 en individuele begeleiding. Om meer duidelijkheid te krijgen over het beleid is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet geantwoord, waardoor de onderzoeker uitgaat van resultaatgericht indiceren. 

Conclusie Alkmaar: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Amstelveen: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website duidelijk aan dat hulp bij het huishouden via de gemeente geregeld kan worden.  De beleidsregels omtrent de huishoudelijke verzorging zijn identiek aan de beleidsregels van de gemeente Aalsmeer: 

“De omvang van Hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in uren per week.”

Net als bij de gemeente Aalsmeer is geen protocol vindbaar. Deze is derhalve opgevraagd bij de gemeente. De gemeente reageerde als volgt:

“Voor het indiceren van huishoudelijke hulp maken van gebruik van het protocol van de MO-zaak.Het protocol is opgenomen in de bijlage.”

Het MO-protocol is een verdere uitwerking van het CIZ-protocol, maar gelijke normtijden.

Conclusie Amstelveen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Amsterdam: voldoet NIET

Deze gemeente verstrekt hulp bij het huishouden voor zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen, maar het beleid is gesneuveld bij de rechtbank.  Citaat van de rechtbank:

“De rechtbank constateert dat verweerder de wijze waarop dit resultaat kan worden bereikt heeft overgelaten aan zorgverlener T-zorg. Deze zorgverlener heeft immers de afsprakenlijst opgesteld. De afsprakenlijst geeft concreet inzicht op welke wijze dit resultaat wordt bereikt. Op die lijst wordt aangegeven welke taken door de cliënt zelf, het netwerk of professionele hulp kunnen/moeten worden verricht. Zo blijkt onder andere uit de ten behoeve van eiseres opgestelde afsprakenlijst dat bepaalde taken (zoals afwassen, bedden verschonen, de was doen, ophangen en opruimen) door het netwerk gedaan kunnen/moeten worden. De afsprakenlijst bepaalt dus feitelijk de mate van inzet van professionele hulp. 

De rechtbank acht deze gang van zaken in strijd met de Wmo. Dit komt omdat het tot de kerntaak van het bestuursorgaan behoort om de rechten (en plichten) van de cliënt vast te stellen. Wat er voor nodig is om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval. Zo kan de mate waarin hulp bij het huishouden nodig is per geval verschillen bijvoorbeeld omdat de ene cliënt meer beperkingen heeft dan de andere. Waar een cliënt recht op heeft kan dus per geval verschillen. Het is aan het bestuursorgaan om vast te stellen wat het recht inhoudt. Dat is hier ten onrechte niet gebeurd. De rechtbank volgt verweerder dus niet in zijn standpunt dat het opstellen van de afsprakenlijst door zorgverlener T-zorg slechts de uitvoering van een toegekende maatwerkvoorziening betreft. Daarbij betrekt de rechtbank tevens dat in de Nadere Regels niet dan wel onvoldoende is genormeerd hoe het resultaat een ‘schoon en leefbaar huis’ kan worden bereikt.”

Het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Amsterdam dat deed is niet toegestaan. Op dit moment ontvangt een ieder in Amsterdam zijn of haar oude uren terug, in afwachting van het nieuw te vormen beleid. 

Conclusie Amsterdam: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het nieuwe beleid is ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend.

Kies een andere gemeente>>

Beemster: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat de eerste 2,5 uur hulp algemeen gebruikelijk is.  Men moet zelf een oplossing hiervoor vinden. Het is echter niet mogelijk om categoraal de eerste 2,5 uur hulp bij het huishouden algemeen gebruikelijk te verklaren. Hoewel de website van de gemeente Beemster linkt naar deze pagina, staat in het webadres de naam van de gemeente Purmerend. Hierdoor is niet duidelijk of de informatie op deze webpagina ook van toepassing is op de gemeente Beemster.

Uit de beleidsregels blijkt dat als eenmaal een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, de omvang in uren en minuten wordt vastgelegd: 

“De omvang van de toe te kennen hulp bij het huishouden wordt na een optelling van het aantal minuten per over te nemen activiteit, uitgedrukt in uren, waarbij wordt afgerond naar boven op halve uren.”

De beleidsregels noemen verder niets over het algemeen gebruikelijk zijn van de eerste 2,5 uur. De gehanteerde normtijden staan wel in de beleidsregels genoemd en daaruit blijkt dat deze afwijken van het CIZ-protocol. 

Om duidelijkheid te krijgen over het beleid (met name vanwege het al dan niet algemeen gebruikelijk zijn van de eerste 2,5 uur hulp) wordt contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet geantwoord, waardoor onderzoeker uitgaat van het bovenstaande. 

Conclusie Beemster: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname. Ook is het niet mogelijk om de eerste 2,5 uur in z’n algemeenheid algemeen gebruikelijk te verklaren. 

Kies een andere gemeente>>

Bergen (NH), Castricum, Heiloo en Uitgeest: voldoen NIET

Deze vier gemeenten werken samen in het kader van het sociaal domein.[1] De website van de gemeente Bergen noemt dat hh1 niet langer wordt vergoed. Enkel voor de eerste twee uur wordt een korting gegeven:[2]

“Er zijn twee soorten hulp:

Schoonmaakondersteuning (algemene voorziening)

Hulp én ondersteuning in het huishouden (categorie 2).

Schoonmaakondersteuning

Heeft u hulp nodig bij het schoonmaken van uw huis? Vraagt u deze hulp dan zelf aan bij de aanbieder in uw wijk, waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. In het overzicht hieronder kunt u zien welke aanbieder voor u geldt met de bijbehorende contactgegevens. U betaalt zelf de kosten voor de hulp aan de aanbieder.

Als u kiest voor de hulp van deze aanbieder, krijgt u in 2016 korting op de eerste twee uur schoonmaakondersteuning per week. Als u kiest voor een andere partij voor schoonmaakondersteuning, ontvangt u geen korting van de gemeente.”

Het doorverwijzen naar de particuliere markt en een financiële tegemoetkoming geven is geen algemene voorziening. Daarnaast is een korting op twee uur veel te gering in omvang.

De gemeente Castricum geeft op haar website duidelijk aan dat sinds 1 januari 2016 de hh1 wordt geregeld middels een algemene voorziening.[3] Een cliënt moet zelf contact opnemen met de zorgaanbieder en betaalt kennelijk een bedrag aan de zorgaanbieder. De gemeente neemt een deel van de kosten voor haar rekening. Hh2 wordt vermoedelijk wel via een maatwerkvoorziening afgegeven.

De gemeente Heiloo heeft aan dat alleen aan de eerste twee uur per week wordt meebetaald.[4]

De gemeente Uitgeest vergoed ook een deel van de eerste twee uur hulp bij het huishouden.[5]

Conclusie Bergen (NH), Castricum, Heiloo en Uitgeest: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de geringe omvang van de voorziening en de financiële situatie van een cliënt.

Update 2017:

Op 22 augustus 2017 hebben de gemeenten ons aangeschreven en de volgende informatie gedeeld:

“De BUCH-gemeenten kennen voor huishoudelijke hulp zowel een algemene voorziening als een maatwerkvoorziening. Deze voorzieningen zijn geen 1-op-1 vervanging van huishoudelijke hulp 1 en huishoudelijke hulp 2. Dat is niet juist. De algemene voorziening moet uiteraard zowel naar inhoud als financieel passend zijn voor een inwoner. Waar dit niet het geval is, is de maatwerkvoorziening beschikbaar. De algemene voorziening is geen doorverwijzing naar de particuliere markt. De aanbieders van de algemene voorziening zijn gecontracteerd. Alle inwoners krijgt een korting op het uurtarief van €3,50. Voor minima (tot 120% van het sociaal minimum) is er een extra korting van €10,- per uur. Daarnaast worden extra middelen ingezet om aan iedereen het derde halfuur volledig te vergoeden. In de praktijk komt het er op neer dat het tarief voor de algemene voorziening €12,37 per uur is en voor minima €4,87 per uur.”

Ook met deze informatie kwalificeert onderzoeker de algemene voorziening niet als een algemene voorziening, daar deze niet laagdrempelig en vrij toegankelijk genoeg is om als zodanig getypeerd te worden. Immers, er zijn dusdanig veel hobbels aangebracht om in aanmerking te komen voor een laagdrempelige voorziening, te weten een korting op het tarief na vergaand financieel onderzoek, een maximum aantal uur voor de voorziening, waardoor onderzocht moet worden of de voorziening überhaupt passend is. Dit staat haaks op hetgeen de wetgever heeft beoogd waar het een algemene voorziening betreft, te weten vrij toegankelijke diensten, activiteiten of zaken, gericht op zelfredzaamheid, participatie, waarvoor geen voorafgaand, diepgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruiker wordt verricht. Voor een verdere onderbouwing waarom het beleid onjuist is, verwijs ik naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland.[6]

Conclusie Bergen (NH), Castricum, Heiloo en Uitgeest: de vermeende algemene voorziening is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de geringe omvang van de voorziening en de financiële situatie van een cliënt.

[1] http://www.castricum.nl/bestuur-en-organisatie/beleid-visie-en-besluiten_43065/item/beleidsplan-wmo_65989.html/

[2] http://www.bergen-nh.nl/inwoners/ondersteuning-en-zorg/hulp-bij-huishouden-/

[3] http://www.castricum.nl/zorg/onderwerpen-a-z_42546/product/huishoudelijke-hulp-wmo_718.html

[4] http://www.heiloo.nl/inwoners/onderwerpen-a-z_44774/product/huishoudelijke-hulp_706.html

[5] https://www.uitgeest.nl/ondersteuning-zorg/hulp-huishouden/

[6] Rechtbank Gelderland, 23-11-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6055

Kies een andere gemeente>>

Beverwijk: voldoet WEL

De gemeente beschrijft op haar website duidelijk hoe huishoudelijke hulp via de gemeente gerealiseerd kan worden en attendeert de cliënt ook op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning.  Niet is duidelijk of wordt geïndiceerd in uren of in resultaten. Om meer helderheid te krijgen is besloten om contact op te nemen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? De genoemde hh1 en hh2 zijn bij de gemeente Beverwijk niet afgeschaft. Beide categorieën worden nog geïndiceerd.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
De indicatie vindt plaats op uren basis
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Verstrekking vindt plaats op grond van een maatwerkvoorziening
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigen bijdrage is vastgelegd in de nadere regels. Een afschrift van de nadere regels treft u bijgevoegd aan.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Tijdens het keukentafelgesprek wordt de omvang van de hulp in kaart gebracht en getoetst aan het normenkader hulp bij het huishouden. Dit normenkader is opgenomen in de beleidsregels. Een afschrift van de beleidsregels treft u bijgevoegd aan.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Afhankelijk van de persoonlijke situatie kan de wasverzorging onderdeel uitmaken van de maatwerkvoorziening
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
De duur van de indicatie en het aantal uren worden vermeld in de beschikking.

De gemeente Beverwijk indiceert in uren en het gehanteerde protocol is opgenomen in de beleidsregels.  Uit de beleidsregels blijkt dat het protocol grotendeels overeenkomt met het CIZ-protocol en dat het protocol derhalve goedgekeurd zal worden door de rechtspraak. 

Conclusie Beverwijk: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Blaricum: voldoet WEL

De website van deze gemeente geeft geen concrete informatie over hoe de huishoudelijke verzorging is ingericht. Uit de beleidsregels maakt de onderzoeker op dat hh1 en hh2 worden verstrekt middels maatwerkvoorzieningen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het CIZ-protocol dan wel het MO-protocol.  Ter verificatie is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente noemde het volgende: 

“U heeft de gemeente Blaricum een aantal vragen gesteld over de huishoudelijke hulp. De gemeente Blaricum heeft de uitvoering van de wmo neergelegd bij de gemeente Huizen. Het beleid inzake huishoudelijke hulp is voor de vier deelnemende gemeenten Huizen, Laren, Blaricum en Eemnes gelijkluidend.”

De gemeente Huizen gebruikt het MO-protocol.

Conclusie Blaricum: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede: voldoen NIET

Deze drie gemeenten werken volgens de website van de IASZ samen.  Zeer summier wordt genoemd dat huishoudelijke hulp een maatwerkvoorziening is. Uit het beleidsplan van de gemeente Bloemendaal blijkt dat wordt gewerkt met resultaten: het college bepaalt de toegang tot een maatwerkvoorziening, de zorgaanbieder de omvang van het indicatiebesluit.  

“In juni 2014 hebben we besloten de Hulp bij het huishouden om te vormen tot de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning en deze in te kopen op basis van een zogenoemd periodetarief. Dit tarief is gebaseerd op een gemiddeld aantal (zijnde 2) uren ondersteuning per week per cliënt; dit is in totaal circa 20% minder dan tot nu toe het geval is. Hiermee is sprake van resultaatbekostiging. Voor de levering van de huishoudelijke ondersteuning gaan we met de aanbieders afspraken maken over het door hen te realiseren resultaat: een gestructureerd huishouden. Via de toegang in het Wmo-loket bepalen we óf huishoudelijke ondersteuning nodig is. Indien dat het geval is, verstrekken we standaard het periodetarief. De aanbieder bepaalt vervolgens in overleg met de cliënt het benodigde aantal uren hulp dat in het individuele geval per week nodig is. Dat zal soms meer, soms minder dan het gemiddelde aantal uren per week zijn. De cliënt betaalt een eigen bijdrage die gebaseerd is op het werkelijk geleverde aantal uren.”

Ook de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude  en Heemstede  hebben dit beleid.

Conclusie Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Diemen: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website geen informatie over de vraag of en hoe de huishoudelijke ondersteuning is geregeld. Ook kan de onderzoeker geen beleidsregels vinden en in de verordening staat ook niets over de huishoudelijke verzorging. Vanwege het gebrek aan informatie is contact opgenomen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? In de gemeente Diemen is de hh1 cq hh2 niet afgeschaft en wordt nog steeds vergoed vanuit de Wmo 2015.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
In de gemeente Diemen wordt gewerkt met uren. 
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Die cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd volgens de landelijke richtlijnen zoals berekend door het CAK. 
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
De omvang wordt vastgesteld aan de hand van het ciz-protocol dat iets verder gespecificeerd is.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
De wasverzorging is in principe geen onderdeel van de maatwerkvoorziening, maar het blijft maatwerk. 
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja, het aantal uren wordt opgenomen in de beschikking.

De gemeente heeft de beleidsregels meegestuurd en daaruit blijkt dat de normtijden inderdaad overeenkomen met het CIZ-protocol.  Ook bevat het protocol normtijden voor de verzorging van de was. De onderzoeker wil benadrukken dat als iemand de verzorging van de was niet zelf kan uitvoeren, de gemeente aan zet is (maatwerkvoorziening of algemene voorziening). Het lijkt de onderzoeker onwenselijk dat ‘in principe’ de verzorging van de was geen onderdeel is van de maatwerkvoorziening. Vooralsnog gaat de onderzoeker ervan uit dat de gemeente wel degelijk conform haar eigen protocol tijd indiceert voor de verzorging van de was, zodat inderdaad voldoende maatwerk wordt geleverd. 

Conclusie Diemen: het beleid is conform de Wmo 2015, mits daadwerkelijk tijd wordt geïndiceerd voor de verzorging van de was indien noodzakelijk.

Kies een andere gemeente>>

Drechterland: voldoet WEL

De gemeente lijkt op haar website aan te geven dat hulp bij het huishouden nog steeds wordt aangeboden, al stamt deze webpagina al uit 2011.  De beleidsregels bevestigen dat zowel voor hh1 als hh2 maatwerkvoorzieningen worden afgegeven, waardoor de informatie op de website van de gemeente nog steeds actueel en kloppend is. Tevens benoemen de beleidsregels dat wordt geïndiceerd in uren aan de hand van het gemeentelijk protocol: 

“Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de cliënt, zijn situatie met huisgenoten en sociaal omgeving. Om richting te geven aan deze beoordeling zal gebruik worden gemaakt van het huidige Indicatieprotocol Huishoudelijke hulp van de gemeente Drechterland.”

Het genoemde protocol is niet vindbaar en deze is derhalve bij de gemeente opgevraagd. De gemeente gaf in haar reactie aan dat het CIZ-protocol wordt gebruikt:

“In de gemeente Drechterland wordt het oude CIZ-protocol gehanteerd bij het indiceren van de huishoudelijke hulp. Hierin wordt verwezen in de beleidsregels.”

Conclusie Drechterland: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Edam-Volendam: onbekend

De gemeente geeft op haar website zeer summier aan dat hulp bij het huishouden geregeld kan worden via de gemeente.  Concrete informatie over hoe het beleid wordt uitgevoerd is niet gegeven. Ook de verordening en andere stukken noemen niets over de huishoudelijke verzorging. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter geen reactie gestuurd. 

Conclusie Edam-Volendam: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Enkhuizen: voldoet WEL

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. In het besluit zijn pgb-bedragen genoemd voor zowel hh1 als hh2, waardoor de onderzoeker ervan uitgaat dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt voor beide vormen van ondersteuning.  Niet duidelijk is of wordt gewerkt in uren of in resultaten. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente Enkhuizen en zij gaf de volgende antwoorden op de vragen:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Er is nog steeds een onderscheid tussen HH1 en HH2 in Enkhuizen.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met uren. Wel wordt er een resultaat benoemd in de beschikking bij toekenning. 
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigen bijdrage wordt opgelegd via de eigen bijdrage regelen van het CAK. Eventueel kunt u dit op de website van het CAK terugvinden.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Enkhuizen hanteert het bekende CIZ-protocol om de huishoudelijke hulp te indiceren.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Er worden ook indicaties gegeven voor het verzorgen van de was.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Indien men een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp toegewezen krijgt komt in de beschikking te staan of dit HH1 danwel HH2 betreft en het aantal uren wat toegekend wordt.

Er wordt dus in uren geïndiceerd, aan de hand van het CIZ-protocol.

Conclusie Enkhuizen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Gooise Meren: onbekend

Deze gemeente verstrekt geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging, behalve dat een nieuw initiatief is gelanceerd om de werkgelegenheid in de thuiszorg in de regio te behouden.  Het wordt niet duidelijk of de gemeente de website www.schoonthuis.nl kwalificeert als een voorziening in de zin van de Wmo 2015. Vanwege het gebrek aan informatie is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet gereageerd.

Conclusie Gooise Meren: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Haarlem: voldoet NIET

Deze gemeente werkt met resultaatgericht indiceren. De rechtbank Noord-Holland heeft in meerdere zaken bepaald dat de werkwijze van deze gemeente niet is toegestaan.  Inmiddels is bekend dat de gemeente het beleid gaat wijzigen, maar wat het nieuwe beleid wordt is op dit moment onbekend. 

Conclusie Haarlem: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het nieuwe beleid is ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend.

Kies een andere gemeente>>

Haarlemmermeer: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat hulp bij het huishouden geregeld is in overeenstemming met de Wmo 2015.  Echter, uit de bewoordingen van het persbericht maakt de onderzoeker op dat hh1 is afgeschaft. De beleidsregels bevestigen dit: 

“Voor het schoonhouden van de woning is schoonmaakhulp op de particuliere markt een voorliggende voorziening. Indien de inwoner niet in staat om zelf of met behulp van het sociale netwerk regie te voeren over het huishouden en schoonmaakhulp in te kopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor ondersteuning thuis. Schoonmaakhulp kan dan onderdeel uitmaken van het totale arrangement aan ondersteuning dat voor de inwoner noodzakelijk is. Tijdens het onderzoek wordt samen met de inwoner vastgesteld welke resultaten bereikt zullen worden. De zorgaanbieder stelt samen met de inwoner hiervoor een plan op. Bij de invulling wordt ook rekening gehouden met de inzet van mantelzorg, andere informele zorg en voor de inwoner bruikbare algemene voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een boodschappenservice van een supermarkt.

Als blijkt dat de inwoner wel zelf de regie kan voeren en zelf schoonmaakhulp kan inzetten, maar hier geen (voldoende) financiële middelen voor heeft, kan een beroep worden gedaan op de bijzondere bijstand.”

De gemeente is kennelijk van mening dat hh1 in zijn algemeenheid een algemeen gebruikelijke voorziening is. Met deze opvatting wordt onvoldoende rekening gehouden met het leveren van maatwerk. Daarnaast wordt een inkomens- en vermogenstoets gehanteerd, door enkel ondersteuning te bieden wanneer aanspraak gemaakt kan worden op bijzondere bijstand.

Conclusie Haarlemmermeer: de constructie via de bijzondere bijstand is niet toegestaan gelet op de uitspraak van de rechtbank Gelderland, 17 december 2015 en de uitspraken van de CRvB. Hh1 is niet zonder meer algemeen gebruikelijk. 

Kies een andere gemeente>>

Heemskerk: voldoet WEL

De website van de gemeente noemt niets over het huidige beleid omtrent de huishoudelijke verzorging. Ook worden geen beleidstukken gevonden, waaruit duidelijk wordt wat het beleid concreet is. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven.
Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Deze regelingen voeren wij als gemeente gewoon uit.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met uren  volgens CIZ protocol.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Via inning door het CAK, inkomens en vermogensafhankelijk.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
CIZ-protocol.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja dat kan het zijn, op het moment dat dit wordt geïndiceerd.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja dat wordt daarin opgenomen.
Er wordt aldus gewerkt in uren, aan de hand van het CIZ-protocol.

Conclusie Heemskerk: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Heerhugowaard: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website aan dat alleen bij uitzondering een indicatie voor huishoudelijke hulp afgegeven kan worden. Aan welke criteria moet worden voldaan, noemt de website niet.  Ook de beleidsregels noemen hier niets over. Volgens het besluit is een pgb mogelijk voor zowel hh1 als hh2, waardoor aannemelijk is dat huishoudelijke hulp via maatwerkvoorzieningen wordt verstrekt.  De omvang van het aantal uur hulp wordt bij een pgb bepaald aan de hand van het CIZ-protocol. Om meer duidelijkheid te krijgen over het beleid is contact opgenomen met de gemeente en de volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? In Heerhugowaard kennen we HH1 en HH2.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt geïndiceerd in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp bij het huishouden is een maatwerkvoorziening in Heerhugowaard.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Voor het vaststellen van de omvang maken we gebruik van het CIZ protocol.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Wasverzorging is onderdeel van de maatwerkvoorziening.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
In de beschikking worden de geïndiceerde uren vermeld.

Er wordt dus gewerkt met het CIZ-protocol en de omvang van de uren wordt in de beschikking opgenomen.

Conclusie Heerhugowaard: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Den Helder: voldoet NIET

De gemeente Den Helder geeft op haar website trots aan dat de huishoudelijke hulp goed geregeld is en dat de gemeente geen wijzigingen heeft aangebracht sinds de Wmo 2015 is ingegaan.  De beleidsregels bevestigen dat zowel hh1 als hh2 worden aangeboden middels maatwerkvoorzieningen en dat in uren wordt geïndiceerd. Ook staan de normtijden in de beleidsregels: 

De normtijden wijken sterk af van de normtijden die in het CIZ-protocol staan genoemd. Er is geen reden om aan te nemen dat deze normtijden voldoen aan de criteria die de CRvB daaraan stelt. 

Conclusie Den Helder: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Hilversum: onbekend

De gemeente is cryptisch op haar website: wanneer de hulp niet zelf geregeld of betaald kan worden, kan contact opgenomen worden met het sociaal plein. Daar kan de cliënt dan vragen stellen. Verder kan de onderzoeker niets vinden over het beleid, hetgeen reden is geweest om contact op te nemen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet gereageerd.

Conclusie Hilversum: Er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Hollands Kroon en Schagen: voldoen NIET

Deze gemeenten hadden het plan om de hh1 af te schaffen. Naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB is gekozen om de hulp toch te laten doorlopen.  Huishoudelijke hulp wordt dus middels maatwerkvoorzieningen aangeboden. Dat hulp bij het huishouden weer geregeld wordt via de gemeenten, wordt bevestigd in de beleidsregels van in ieder geval de gemeente Schagen. 

Aangezien beide gemeenten hh1 weer via maatwerkvoorzieningen verstrekken, is de vraag hoe de omvang van de hulp wordt bepaald. Bij beide gemeenten is daarom het indicatieprotocol opgevraagd. 

De gemeente Hollands Kroon hanteert blijkens de reactie van de gemeente verlaagde normtijden bij het zware huishoudelijke werk, zonder dat inzichtelijk is gemaakt waar de verlaagde normtijden op zijn gebaseerd.  Zowel bij een- als meerpersoonshuishoudens zijn de tijden verlaagd. De normtijden voor het lichte werk en de verzorging van de was zijn wel correct.

Van de gemeente Schagen heeft de onderzoeker geen protocol ontvangen, waardoor het niet is na te gaan of de normtijden voldoen. De onderzoeker gaat uit van niet, daar verlaagde normtijden eerder regel dan uitzondering is.

Conclusie Hollands Kroon en Schagen: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Hoorn: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat hulp bij het huishouden via de gemeente geregeld kan worden.  Uit de beleidsregels blijkt dat hulp bij het huishouden via maatwerkvoorzieningen wordt verstrekt. Er wordt in uren geïndiceerd: 

“Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de cliënt, zijn situatie met huisgenoten en sociaal omgeving. Om richting te geven aan deze beoordeling zal gebruik worden gemaakt van een aantal begrippen en richtlijnen die eerder in de Wmo en AWBZ ook werden gebruikt. Deze richtlijnen zijn in jurisprudentie bevestigd en verschaffen inzicht in wat redelijkerwijs van een cliënt en zijn sociale omgeving mag worden verwacht om zelf op te lossen en waar een beroep op algemene en voorliggende voorzieningen op kan worden gedaan.” 

Vermoedelijk wordt gedoeld op het gebruik maken van het CIZ-protocol, wanneer verwezen wordt naar de richtlijn uit de AWBZ. Ter verificatie is het indicatieprotocol bij de gemeente opgevraagd. De gemeente had het volgende te melden:

“U heeft ons op 15 juli gemaild met de vraag hoe de huishoudelijke hulp in de gemeente Hoorn is ingericht. In onze gemeente hebben we naar aanleiding van de bezuinigingen van rijkswege op het budget voor de huishoudelijke hulp de huishoudelijke hulp versoberd. Wij hebben er voor gekozen om iedereen te herindiceren, hierbij is er gekeken wat de huidige ondersteuningsbehoefte is. Hierbij is bijgaand protocol gehanteerd. Er loopt momenteel een onderzoek in de gemeente Hoorn om na te gaan of ons beleid en de normering die we gebruiken voldoet aan de maatstaven van de laatste uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.”

Het protocol werkt voor zowel de lichte als zware taken af van het CIZ-protocol, zonder deugdelijke onderbouwing.

Conclusie Hoorn: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Huizen: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website aan dat is gekeken naar een versobering op de omvang van de hulp, om zo de bezuinigingen op te vangen.  Hieruit is af te leiden dat sprake is van het indiceren in uren en het verlenen van maatwerkvoorzieningen. Onderzoeker heeft bij de gemeente nagevraagd hoe de omvang van de uren wordt bepaald. Het volgende antwoord werd gegeven:

"Om te bepalen welke en hoe veel huishoudelijke hulp nodig is voeren wij een gesprek met alle inwoners, die hierover contact opnemen met de gemeente. Als basis gaan we uit van het goedgekeurde normenkader MO-zaak 2011. Maar aan de hand van het gesprek wijken we hiervan naar boven of naar beneden af. Wanneer een inwoner bv. incontinent is of naast een lichamelijke beperking tevens een stofallergie heeft, houden we hier dus rekening mee. Maar ook wanneer uit het gesprek bv. blijkt dat een buurvrouw standaard de boodschappen doet of een dochter standaard de was voor haar rekening neemt. Maatwerk dus.”  

Het MO-protocol komt overeen met het CIZ-protocol en is inderdaad goedgekeurd. 

Conclusie Huizen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Koggenland: voldoet NIET

Op de website van de gemeente staat zeer summier genoemd dat hulp bij het huishouden middels de gemeente geregeld kan worden.  De beleidsregels zeggen het volgende: 

“De meest ingezette prestatiesoort in het huis(houden) is hulp bij het huishouden. Als een inwoner in aanmerking wenst te komen voor huishoudelijke hulp wordt er allereerst beoordeeld of de inwoner gebruik kan maken van een algemene voorziening huishoudelijke hulp (het zelf regelen en betalen van de huishoudelijke hulp).”

Vooropgesteld: de particuliere markt is geen algemene voorziening. Wel lijkt het college te indiceren in uren, als eenmaal een maatwerkvoorziening wordt verstrekt:

“Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de cliënt, zijn situatie met huisgenoten en sociaal omgeving. Om richting te geven aan deze beoordeling zal gebruik worden gemaakt van een aantal begrippen en richtlijnen die eerder in de Wmo en AWBZ ook werden gebruikt.”

Hiermee lijkt de gemeente aan te geven dat gebruik wordt gemaakt van het CIZ-protocol. Om meer duidelijkheid te krijgen is contact opgenomen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH1 en HH2 worden vergoed volgens de Wmo 2015.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met resultaten die vervolgens vertaald worden in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
De hulp wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De cliënt is de maximale wettelijke inkomensafhankelijke eigen bijdrage verschuldigd (inning via het CAK).
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Er wordt gewerkt met een richtlijn urennormering, zie bijlage.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
De wasverzorging kan een onderdeel zijn van een maatwerkvoorziening. 
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Er wordt in de beschikking geen urenaantal opgenomen.

Het is opmerkelijk dat wel in uren wordt geïndiceerd, maar dat het urenaantal niet in de beschikking wordt opgenomen. Een cliënt dient met het besluit te weten waar hij of zij recht op heeft, waardoor het voor de hand ligt dat het urenaantal in de beschikking wordt genoemd. Verder blijkt uit het protocol dat de normtijden voor het zware werk afwijken van het CIZ-protocol, in het geval van een meerpersoonshuishouden en in het geval van een eenpersoonshuishouden in een grote woning.  Niet wordt duidelijk waarom de normtijden voor het zware werk zijn verlaagd.

Conclusie Koggenland: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname. Verder dient de inhoud van het besluit voldoende concreet te zijn, waardoor het noemen van het urenaantal in de beschikking noodzakelijk is.

Kies een andere gemeente>>

Landsmeer: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website duidelijk aan dat hh1 via een algemene voorziening wordt geregeld.  Er geldt een inkomenstoets: enkel wanneer het inkomen en vermogen gelijk of lager is dan de geldende bijstandsnorm, kan een cliënt gebruik maken van de algemene voorziening. De eigen bijdrage bedraagt €5,00 per resultaat. Het is echter niet toegestaan om in het kader van de Wmo 2015 aan inkomenspolitiek te doen, volgens vaste jurisprudentie. Cliënten met een hoger inkomen krijgen korting op de hulp middels de HHT-gelden. Deze korting geldt voor maximaal twee uur per week. 

Verder is de verzorging van de was geen onderdeel van deze algemene voorzieningen. 

Ook is het opmerkelijk dat niet het college, maar de zorgaanbieder toetst of een cliënt in aanmerking komt voor de algemene voorziening:

“De zorgaanbieder beoordeelt op basis van een lichte toets en het inkomen of iemand voor deze voorziening in aanmerking komt.”

De verordening noemt het volgende: 

“Na 1 januari 2015 wordt alleen nog enkelvoudige huishoudelijke hulp toegekend als voorziening, als iemand door de bekostiging van een algemene voorziening hulp bij het huishouden onder het bestaansminimum komt en onvoldoende een beroep kan doen op het sociaal netwerk in relatie tot de zorgvraag. De gemeente beoogt hiermee een vangnet te creëren voor de kwetsbaarsten in de samenleving.”

De eigen bijdrage voor de (naar opvatting van de gemeente) in het leven geroepen algemene voorzieningen zijn niet opgenomen in de verordening. 

Conclusie Landsmeer: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt en de beperkte omvang van de algemene voorziening. Het bestaan van een eventuele korting op de hulp doet hier niets aan af. De verzorging van de was categoraal niet langer deel laten uitmaken van een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening is in strijd met de verplichting om maatwerk te leveren.

Kies een andere gemeente>>

Langedijk: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website, weliswaar summier, aan dat hulp bij het huishouden via de gemeente mogelijk is.  Het beleidsplan noemt het volgende: 
“We kiezen ervoor om in 2015 het huidige contract Hulp bij het Huishouden met de huidige aanbieders voor 1 jaar te verlengen en parallel daaraan pilots te starten met betrekking tot HH1 als algemene voorziening en HH2 als maatwerkvoorziening. De pilots richten zich op resultaatfinanciering en bij de inkoop zorgen we voor keuzevrijheid voor de cliënt”

Verder is geen concrete informatie te vinden over het beleid van deze gemeente en daarom zijn de gemeente enkele vragen voorgelegd. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH1 en HH2 zijn niet afgeschaft en worden nog vergoed volgens de Wmo (indien aan de voorwaarden wordt voldaan).
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Momenteel indiceren we nog in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
De hulp bij het huishouden is een maatwerkvoorziening in Langedijk.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Zoals alle eigen bijdragen Wmo, via het CAK, uitgaande van de daadwerkelijke tarieven en de landelijke normen mbt inkomen.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Langedijk hanteert het CIZ-protocol.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Indien het niet op een andere manier opgelost kan worden.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja.

De gemeente indiceert dus in uren aan de hand van het CIZ-protocol.

Conclusie Langedijk: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Laren: voldoet WEL

De gemeente noemt op haar website niets concreets over de huishoudelijke hulp. Uit de verordening is impliciet af te leiden dat maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke hulp worden verstrekt, maar concrete informatie heeft de onderzoeker niet kunnen vinden. Om die reden zijn de gemeente enkele vragen gesteld. De gemeente zelf heeft niet geantwoord, maar uit een e-mailbericht van BEL-combinatie (samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten) blijkt dat Laren hetzelfde beleid heeft als Huizen, Blaricum en Eemnes. Dit betekent dat wordt geïndiceerd in uren aan de hand van het MO-protocol.

Conclusie Laren: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Medemblik: voldoet WEL

Deze gemeente geeft op haar website niet veel informatie over de inrichting van de huishoudelijke verzorging. Ook de verordening noemt niets en andere beleidsstukken zijn niet te vinden of noemen ook geen concrete informatie over de inrichting van de huishoudelijke hulp. Vanwege het gebrek aan informatie is contact opgenomen met de gemeente. In een schriftelijke reactie worden de volgende antwoorden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Huishoudelijke hulp 1 en huishoudelijke hulp 2 worden beiden nog steeds toegepast in de gemeente Medemblik.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt in uren
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
De hulp wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening via Zorg in natura (ZIN) of Persoonsgebonden budget (PGB).
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigen bijdrage wordt inkomensafhankelijk vastgesteld zoals wettelijk geregeld in de Wmo. De inning vindt plaats via het CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
De omvang van de hulp wordt vastgesteld via de tijdsnormening. De gemeente Medemblik hanteert de normen zoals opgenomen in het CIZ-protocol ‘Hulp bij het huishouden’. 
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja, dat is zo
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja, dat wordt meegenomen

Uitgaande van de informatie van deze gemeente wordt geïndiceerd in uren aan de hand van het CIZ-protocol.

Conclusie Medemblik: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Oostzaan: voldoet NIET

Deze gemeente geeft op haar website aan dat huishoudelijke ondersteuning niet langer in uren wordt verleend, maar in resultaten.  De zorgaanbieder bepaalt aldus de omvang van de hulp. De gedachte hierachter is het leveren van maatwerk, maar in de praktijk blijkt dat resultaatgericht indiceren vrijwel altijd leidt tot een verlaging van de omvang van de hulp. Hoeveel tijd nodig is om de taken uit te voeren, wordt niet opgenomen in het besluit: 

“De taken en frequenties bij het begrip schoon en leefbaar huis moeten per geval duidelijk worden omschreven. Hierdoor is het duidelijk wat er verwacht wordt in dit arrangement.”

Enkel de taken en frequenties worden genoemd in een ondersteuningsplan. Niet het college maar de zorgaanbieder bepaalt uiteindelijk de omvang van de hulp.

Conclusie Oostzaan: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Opmeer: onbekend

De gemeente geeft op haar website aan, weliswaar summier, dat hulp bij het huishouden te regelen is via de gemeente.  Concrete informatie over hoe de huishoudelijke verzorging is geregeld, is niet op de website vindbaar. Uit het besluit is op te maken dat zowel hh1 als hh2 via maatwerkvoorzieningen worden verstrekt.  Dit omdat voor zowel hh1 als hh2 een pgb-tarief is vastgesteld. Omdat niet vindbaar is hoe wordt gewerkt (uren dan wel resultaten), is contact opgenomen met de gemeente. Er is echter geen reactie van de gemeente ontvangen.

Conclusie Opmeer: Er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Ouder-Amstel: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels daarentegen omschrijven de werkwijze wel goed. Hieruit blijkt dat zowel hh1 als hh2 worden verstrekt via maatwerkvoorzieningen, waarbij wordt geïndiceerd in uren. Aansluiting wordt gezocht bij normtijden en deze blijken grotendeels overeen te komen met de normtijden van het CIZ-protocol. Alleen de normtijden voor het zware huishoudelijke werk wijken af in het geval van een 3-kamerwoning voor een eenpersoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden in een relatief kleine woning (2 of minder kamers).  Zonder nadere motivering en deugdelijk onderzoek naar deze vernieuwde normtijden, kan dit niet in stand blijven. De afwijking is relatief groot, namelijk 60 minuten per week. 

Conclusie Ouder-Amstel: het beleid is conform de Wmo 2015, behalve met betrekking tot de zware normtijden. 

Kies een andere gemeente>>

Purmerend: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat hulp bij het huishouden voor de eerste 2,5 uur algemeen gebruikelijk is.  Hh1 voor de eerste 2,5 uur categoraal uitsluiten is echter niet mogelijk. De vraag of iets algemeen gebruikelijk is, hangt altijd van de omstandigheden van het geval af en vereist een individuele toets. Het college heeft kennelijk naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB besloten om de eerste 2,5 uur toch weer aan te bieden als onderdeel van een maatwerkvoorziening.  Dit is wat ons betreft een verstandige keus. Desondanks is het beleid nog altijd in strijd met de Wmo 2015, omdat gebruik wordt gemaakt van verlaagde normtijden.  De normtijden wijken af voor zowel het lichte als het zware huishoudelijke werk. De verlaagde normtijden met betrekking tot de wasverzorging als een droger aanwezig is, is misschien verdedigbaar. Het college zal echter wel moeten aantonen dat onafhankelijk onderzoek is verricht naar de verlaging van deze normtijden en dat de aanwezigheid van een droger een korting van 15 minuten op de normtijden rechtvaardigt. 

Conclusie Purmerend: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Stede Broec: voldoet NIET

De gemeente linkt op haar website naar oude beleidsregels, waardoor niet direct duidelijk wordt wat het beleid is. Op de website van de overheid staan de nieuwe beleidsregels en daaruit blijkt dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt voor hh1 en hh2. Er wordt geïndiceerd in uren, aan de hand van een eigen protocol: 

“Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de cliënt, zijn situatie met huisgenoten en sociaal omgeving. Om richting te geven aan deze beoordeling zal gebruik worden gemaakt van het huidige Indicatieprotocol Huishoudelijke hulp van de gemeente Stede Broec.”

Het genoemde protocol is helaas niet vindbaar en deze is derhalve bij de gemeente opgevraagd. De gemeente stuurde netjes het protocol op en daaruit blijkt dat verlaagde normtijden worden gehanteerd bij zowel de lichte als zware huishoudelijke werkzaamheden, alsmede voor de verzorging van de was. 

Conclusie Stede Broec: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Texel: voldoet WEL

De website van deze gemeente geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. Ook de verordening en de beleidsregels geven geen duidelijkheid. Doorgaans betekent een gebrek aan informatie het ongewijzigd laten doorlopen van het beleid, oftewel maatwerkvoorzieningen verstrekken voor hh1 en hh2. Voor meer informatie is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente gaf de volgende antwoorden:

Er wordt aldus in uren geïndiceerd, aan de hand van het CIZ-protocol.

Conclusie Texel: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Uithoorn: voldoet WEL

De gemeente geeft op haar website aan dat huishoudelijke verzorging via de gemeente te regelen is.  De beleidsregels bevestigen dit: 

“Het kunnen voeren van een huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Adequaat een huishouden voeren is een zeer subjectief begrip waarop eenieder eigen normen en waarden hanteert. Om dit te objectiveren en zo beter de noodzaak voor een maatwerkvoorziening te kunnen vaststellen -en met name ook het aantal uren/minuten dat nodig is om het huis schoon en leefbaar te houden te bepalen- is onder de Wmo beleid ontwikkeld. De werkzaamheden die onder huishoudelijke hulp vallen, is in het Protocol huishoudelijke hulp beschreven en is genormeerd in tijd, afhankelijk van het aantal personen in het huishouden en de grootte van het huis. Ten aanzien van dat laatste wordt uitgegaan van het aantal gebruikte kamers dat gezien de omvang van het huishouden nodig is, niet met het werkelijke aantal kamers, als het huis groter is. Er wordt rekening gehouden met algemeen geldende standaarden ten aanzien van het voeren van een huishouden. In bijlage 2 is het protocol huishoudelijke hulp opgenomen.”

De normtijden komen overeen met de normtijden van het CIZ-protocol, behalve bij een eenpersoonshuishouden met 3 of meer kamers. De tijd voor het zware werk wijkt dan af, maar in het kader van het leveren van voldoende maatwerk hoeft dit niet per se een probleem te zijn. Voor al het overige zijn de normtijden in overeenstemming met het CIZ-protocol.

Conclusie Uithoorn: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Velsen: voldoet WEL

Ten tijde van het onderzoeken van deze gemeente werkt de website niet. De verordening noemt ook niets over de huishoudelijke hulp en de nadere regels bepalen slechts wat de kostprijs is voor huishoudelijke hulp type 1 en 2. Wat het beleid concreet is blijft onduidelijk en daarom is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente gaf de volgende antwoorden op de gestelde vragen:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? In Velsen wordt zowel Hulp bij het Huishouden categorie 1 als 2 verstrekt op basis van de Wmo 2015.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
De indicatie wordt uitgedrukt in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp bij het Huishouden is in Velsen een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Voor Hulp bij het Huishouden categorie 1 geldt een eigen bijdrage tarief van € 17,- per uur en voor categorie 2 een € 19,- per uur. Het CAK berekent de hoogte van de eigen bijdrage (aantal uren x betreffende tarief). Het CAK berekent op basis van de gezinssituatie, leeftijd en het inkomen het maximaal te betalen bedrag eigen bijdrage. De eigen bijdrage kan niet boven de door het CAK berekende maximale grens komen (er wordt rekening gehouden met de draagkracht van de inwoner). Voor huishoudens met een inkomen tot 110 % van het toepasselijke sociaal minimum geldt het minimabeleid. Dit houdt in dat zij geen eigen bijdrage hoeven te betalen.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
In de beleidsregels is het normenkader CIZ opgenomen.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Het wassen van bedden- en linnengoed kan onderdeel zijn van de maatwerkvoorziening. De in te zetten taken zijn afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
De indicatie vindt plaats op basis van uren. Het aantal uren wordt in de beschikking vermeld.

Er wordt geïndiceerd in uren aan de hand van het CIZ-protocol. 

Conclusie Velsen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Waterland: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels noemen het volgende: 
“Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor ondersteuning en regie bij het huishouden aan cliënten die beperkingen ondervinden bij het zelfstandig leven in de eigen leefomgeving. Hierbij baseert het college zich op de notitie ‘Uitgangspunten hulp bij het huishouden’.”

Uit de genoemde notitie blijkt dat wordt gewerkt met resultaten: 

“Bij de maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden wordt gewerkt met resultaatafspraken en bijbehorende financiering. Deze financiering is vastgelegd in profielen binnen het arrangement ‘ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’ in de contracten met de aanbieders van hulp bij het huishouden”

Het budget dat de zorgaanbieder ontvangt is afhankelijk van welk ‘profiel’ de cliënt krijgt. Uiteindelijk bepaalt het college de omvang van de hulp, terwijl dit een taak is voor het college. De tijd die nodig is om de taken uit te voeren wordt niet opgenomen in de beschikking.

Conclusie Waterland: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Weespen Wijdemeren/: voldoet NIET

De gemeente Weesp geeft op haar website niet concreet aan hoe de huishoudelijke verzorging is geregeld. Uit de uitvoeringsregels blijkt dat wordt samengewerkt met de gemeente Wijdemeren en dat wordt gewerkt met resultaten: 

“In Weesp en Wijdemeren geldt sinds 1 januari 2015 de CHT resultaatgericht financieren. Stichtse Vecht gaat vanaf 1 januari 2016 resultaatgericht financieren. Bij resultaatfinanciering wordt geïndiceerd op basis van aangepaste normen, waarbij de indicatie niet meer per week wordt bepaald maar per vier weken. Daarmee kan de leverancier een andere frequentie afspreken dan tot nu toe gebruikelijk was. Bijvoorbeeld: een schoon huis wordt een leefbaar huis. Hierbij wordt de door de gemeente gehanteerde tijdsnormering op basis van indicatieprotocollen losgelaten en wordt er gestuurd op een resultaat. De flexibele inzet van hulp moet leiden tot een efficiëntere inzet van hulp en middelen. Hiermee komt er meer verantwoordelijkheid bij de zorgaanbieders te liggen om in overleg met de cliënt gericht te sturen op inzet waar die het meest nodig is.” 

In de praktijk betekent dit vaak korten op de omvang van de hulp, zonder deugdelijke motivering. Ondanks het resultaatgericht indiceren is er wel het ‘Indicatierichtlijn Compensatie Huishoudelijke Taken (CHT)’  Het is dus goed dat taken een normtijd krijgen, maar de gedachte erachter is niet goed:

“Net als in het verleden willen we maatwerk leveren bij de inzet van ondersteuning bij het huishouden. In het verleden was het te bereiken resultaat "een schoon huis". De nieuwe omschrijving in de wet is "een leefbaar huis". Feitelijk is de norm "schoon" daarmee verlaagd. Daarnaast wordt de individuele beoordeling nog belangrijker.”

De compensatieplicht is in principe ongewijzigd, waardoor dus niet gesteld kan worden dat een woning sinds de ingang van de Wmo 2015 minder schoon hoeft te zijn. Verder stelt het college van de gemeente Weesp het volgende:

“Een grote verandering is dat het resultaat "een leefbaar huis" wat ons betreft ook kan worden bereikt door 1 x per twee weken het huis schoon te maken en dat ook de inzet kan fluctueren gedurende vier weken.”

Het willen toekennen van minder hulp lijkt de insteek te zijn van de werkwijze van deze gemeenten. De normtijden wijken verder af van het CIZ-protocol, zeker in het geval van een meerpersoonshuishouden of een (relatief) grote woning. 

Bij de gemeente wordt verder nadere informatie opgevraagd over de werkwijze, met name om te weten te komen of een urenaantal wordt genoemd in de beschikking dan wel de taak, frequentie en benodigde tijd. De gemeente, meer concreet Weesp, heeft echter niet gereageerd. De onderzoeker bij de beoordeling van deze gemeenten dan ook uit van resultaatgericht indiceren, met als leidraad een afwijkend protocol.

Conclusie Weesp en Wijdemeren: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. De verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Wormerland: voldoet NIET

De gemeente beschrijft op haar website de nieuwe werkwijze: in verband met de bezuinigingen zal niet langer in uren, maar in resultaten worden geïndiceerd: 

“Mensen die al een indicatie hebben voor hulp bij het huishouden krijgen uiterlijk 1 juli 2016 een herindicatie gericht op het resultaat van een schoon en leefbaar huis in plaats van een indicatie gekoppeld aan uren. Een WMO-consulent zal hierover een gesprek voeren en in overleg het meest passende arrangement bepalen.  Voor het gesprek kunnen inwoners een beroep doen op gratis cliënt ondersteuning (van stichting MEE). Vervolgens kunnen inwoners zelf afspraken maken met de zorgaanbieder over wat de hulp doet. De ruimtes die daadwerkelijk worden gebruikt zoals woonkamer, slaapkamer, badkamer, hal en toilet worden schoongemaakt.”

Niet het college, maar de zorgaanbieder bepaalt kennelijk de omvang van de indicatie. Het budget dat de zorgaanbieder ontvangt is afhankelijk van het type profiel waar de cliënt in valt, maar de zorgaanbieder ontvangt een vast budget per vier weken voor een bepaald profiel.  Er zijn geen aanknopingspunten dat zowel de taak, de frequentie als de benodigde tijd in de beschikking wordt opgenomen.

Conclusie Wormerland: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Zaanstad: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat niet langer wordt gewerkt in uren, maar in resultaten.  Ook maakt de verzorging van de was niet langer deel uit van de hh1-indicatie: 

“Voor de afweging of iemand huishoudelijke hulp nodig heeft wordt het bestaande beoordelingskader gebruikt. Wel wordt het protocol aangescherpt: 
Dit protocol bevatte drie hoofdactiviteiten: licht huishoudelijke werk, zwaar huishoudelijke werk en was. het lichte en zware huishoudelijk werk zullen onderdeel blijven van de indicatie voor hbh1 maar het onderdeel was komt te vervallen. Alleen in uitzonderlijke situaties, waar men geen gebruik kan maken van een was-service, is het mogelijk de indicatie te verhogen voor het doen van de was.“

en 

“Het huidige beoordelingskader voor hulp bij het huishouden blijft hetzelfde voor de hoofdactiviteiten “licht huishoudelijk werk” en “zwaar huishoudelijke werk”. Activiteiten rondom “het doen van de was” vallen niet langer onder de maatwerkvoorziening.”

We zien geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel de taak, de frequentie als de benodigde tijd in de beschikking wordt opgenomen. Daarnaast is het categoraal uitsluiten van de verzorging van de was niet mogelijk.

Conclusie Zaanstad: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. De verzorging van de was categoraal niet langer deel laten uitmaken van een maatwerkvoorziening is in strijd met de verplichting om maatwerk te leveren.

Kies een andere gemeente>>

Zandvoort: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft summier aan dat hulp bij het huishouden mogelijk is via de gemeente.  Niet wordt beschreven hoe de ondersteuning wordt aangeboden. Uit de uitvoeringsregels blijkt dat het college niet de omvang van de indicatie bepaalt, maar dit overlaat aan de zorgaanbieder: 

“Bij de maatwerkvoorziening in natura wordt de omvang en aard van de huishoudelijke ondersteuning in een persoonlijk gesprek tussen de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning en de burger besproken. In dit gesprek wordt wederom nadrukkelijk gekeken naar de eigen mogelijkheden, de mogelijkheden binnen het eigen netwerk en de basisinfrastructuur. Er worden vervolgens tussen de burger en de zorgaanbieder afspraken gemaakt over de taken die door de zorgaanbieder gedaan zullen worden en de benodigde uren. De uitkomst van dit gesprek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, dat door zowel de burger als de aanbieder wordt ondertekend.”

Het college is echter verplicht om de rechten van de cliënt vast te stellen, dus ook de omvang van de indicatie. Dit kan niet worden overgelaten aan de zorgaanbieder. Er zijn  verder geen aanknopingspunten dat zowel de taak, de frequentie als de benodigde tijd in de beschikking worden opgenomen.

Conclusie Zandvoort: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan.

Kies een andere gemeente>>