Noord Brabant

Aalburg: onbekend

De website van de gemeente lijkt te duiden op het verstrekken van maatwerkvoorzieningen voor hulp bij het huishouden.  Dit wordt bevestigd in het beleidsplan van de gemeente.  Tevens wordt vermeld in het beleidsplan dat kritisch wordt gekeken naar de omvang van de hulp:

“Vanaf 2012 werken we al volgens de kanteling zoals in onze visie is beschreven. Daardoor is er al flink bezuinigd. De verwachting is dat het beroep op de huishoudelijke verzorging zal toenemen doordat mensen langer thuis blijven wonen en ouder worden. Huishoudelijk hulp is een belangrijke vorm van zorg en zullen we blijven inzetten. Ondanks dat zullen we kritisch kijken naar de inzet van uren en de mate van zorg die daarbij nodig is.”

Vaak is dit een synoniem voor normtijden verlagen. Omdat de onderzoeker zelf geen normtijden van deze gemeente kunnen vinden, is het protocol bij haar opgevraagd. De gemeente verwees in haar reactie naar de beleidsregels en de verordening, maar die konden de onderzoeker zelf ook vinden. Onderzoeker heeft opnieuw het protocol opgevraagd, maar de gemeente stuurde enkel het beleidsplan en de verordening. Hierin zijn de normtijden niet vindbaar.

Conclusie Aalburg: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Alphen-Chaam: voldoet NIET

De website geeft kort aan dat hulp bij het huishouden via de gemeente geregeld kan worden, maar niet wordt vermeld op welke manier dit wordt verstrekt. Uit het beleidsplan blijkt dat geen wijzigingen zijn aangebracht in het beleid met betrekking tot de huishoudelijke verzorging.  De normtijden zijn echter al sinds oktober 2012 sterk verlaagd, zonder dat dit aan de hand van objectief onderzoek wordt gemotiveerd. 

Conclusie Alphen-Chaam: de gehanteerde normtijden zijn in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren: voldoen NIET

Deze zogenaamde Peel-gemeenten werken samen met betrekking tot de huishoudelijke verzorging. Er wordt niet in uren geïndiceerd, maar in resultaten.  Niet het aantal uur is leidend, maar het resultaat. De cliënt moet overleg voeren met de zorgaanbieder. In de praktijk heeft dit vaak geleid tot minder hulp voor de cliënten. Het is niet duidelijk op welke objectieve gronden deze werkwijze wordt gebaseerd. De gemeenten bestuderen op dit moment de uitspraken van de CRvB. 

Conclusie Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeenten is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Baarle-Nassau: voldoet WEL

De website van de gemeente geeft aan dat huishoudelijke verzorging vergoed wordt. Concrete informatie over het beleid is echter nergens te vinden, wat reden is om contact op te nemen met de gemeente. Uit het contact blijkt dat de gemeente Baarle-Nassau hetzelfde beleid hanteert als de gemeenten Alphen-Chaam en Gilze en Rijen. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven. 

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Wordt nog vergoed volgens de WMO.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Met uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Via een maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Via het CAK, afhankelijk van inkomen en vermogen
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Eigen protocol van de gemeente, indicatie wordt afgegeven door de WMO consulent
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja.

Andere normtijden worden gebruikt dan bij de gemeente Alphen-Chaam. De normtijden van deze gemeenten komen namelijk overeen met de normtijden van het CIZ. 

Conclusie Baarle-Nassau: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden: voldoen NIET

De website van de gemeente Bergeijk geeft aan dat hulp via de gemeente in principe mogelijk is.  De beleidsregels geven aan dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, waarbij de omvang van de indicatie wordt bepaald aan de hand van het Protocol Indicatiestelling hulp bij het huishouden ISD de Kempen. Onderdeel van de ISD de Kempen zijn de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mieren. Deze gemeenten werken kennelijk samen op het gebied van de Wmo 2015.  Het gehanteerde protocol is vrij karig ten opzichte van het CIZ-protocol en tevens zijn de normtijden verlaagd voor zowel het zware als lichte huishoudelijke werk.  Ook wordt in de normtijden geen onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. 

Conclusie Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden: de gehanteerde normtijden zijn in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht: voldoen NIET

Deze gemeenten werken met resultaten en niet in uren. Dit wordt ook bevestigd in een flyer van deze gemeenten.   Er wordt niet gewerkt met taken, frequentie én tijden, waardoor onvoldoende bepaalbaar is waar een cliënt recht op heeft. Het college kan de vaststelling van de rechten van de cliënt, waaronder de omvang van de indicatie, niet overlaten aan de zorgaanbieder. 

Conclusie Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeenten is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Bernheze, Boekel, Boxmeer, Landerd, Oss, Sint Anthonis, Sint Oedenrode en Veghel: voldoen NIET

De website van de gemeente Bernheze geeft geen informatie over het beleid inzake de huishoudelijke verzorging. De verordening ook niet en beleidsregels zijn ook niet te vinden. Oude berichten lijken te wijzen op het resultaatgericht indiceren sinds 2013; ter verificatie is contact opgenomen met de gemeente. De volgende vragen en uitgebreide antwoorden zijn het resultaat:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH1 en HH2 bestaat in Bernheze al jaren niet meer. Wij werken met resultaatfinanciering. Wmo bepaald de toegang en indiceert de aandachtsvelden (Licht huishoudelijk werk, Zwaar huishoudelijk werk, De was doen en strijken, Boodschappen, Brood- en warme maaltijden aanreiken / bereiden , Anderen helpen bij de zelfverzorging, anderen helpen bij de maaltijden, Dagelijkse organisatie van het huishouden, Advies, instructie en voorlichting gericht op het huishouden.)
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt dus gewerkt met resultaten op bovenstaande aandachtsvelden. De concrete zorg en omvang is ter beoordeling en de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Zorgaanbieders ontvangen per klant een vaste vergoeding. Zorgaanbieder bepaalt op basis van indicatie het aantal uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Combinatie van beiden; eigen kracht, oplossingen binnen het eigen netwerk, algemene voorziening gaan voor op de Wmo maatwerkvoorziening. Iemand die beperkingen niet binnen een algemene voorziening kan oplossen, kan in aanmerking worden gebracht voor een maatwerkvoorziening bijv. als aanvulling op de eigen mogelijkheden en de mogelijkheden van een algemene voorziening. Boodschappenservice is een algemene voorziening (iedere supermarkt kan boodschappen aan huis leveren). Dus is een maatwerk op het resultaat/aandachtsveld het doen van boodschappen niet geïndiceerd. Als aanvulling op kan een klant extra zorg inkopen via de regeling Huishoudelijke Toelage (zorgaanbieders leveren extra zorg tegen gesubsidieerd tarief, dus zorg die niet onder compensatieplicht van de Wmo. Dit is gecreëerd nav de beschikbaar gestelde budgetten van Staatssecretaris van Rijn ter voorkoming van werkloosheid binnen de Thuiszorg). 
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Eigen bijdrage is geregeld via het CAK. Zij zorgen voor de inning van de eigen bijdrage volgens de beleidskeuze van de gemeente. Dus de kostprijs van een voorziening wordt doorgegeven aan het CAK. Het CAK berekent op basis van gezamenlijk inkomen wat een klant moet betalen aan eigen bijdrage tot de kosten van de kostprijs.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Aan de hand van een ondersteuningsplan opgesteld door de zorgaanbieder na ontvangst van de leveringsopdracht. Er is geen protocol, iedere zorgaanbieder regelt dit op zijn eigen manier.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja, in de gemeente Bernheze wel
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Nee, niet in de beschikking van de gemeente. Wel in het ondersteuningsplan van de zorgaanbieder, waar klant voor akkoord tekent.

Na verder zoeken kwam onderzoeker het document ‘Evaluatie pilot huishoudelijke verzorging’ tegen, waaruit blijkt dat bovenstaande gemeenten samenwerken aan een pilot om huishoudelijke ondersteuning anders in te richten.  Deze andere inrichting betreft het resultaatgericht indiceren. De pilot is als volgt omschreven:

In deze pilot is een nieuw contract afgesloten met de aanbieders dat gebaseerd is op financiering op resultaat in plaats van op het aantal uren verleende zorg. Het resultaat van het product ‘Huishoudelijke Verzorging’ dient te zijn dat de cliënt door de adequate compensatie in staat is een huishouden te voeren.
De onderzoeker acht het onacceptabel dat de zorgaanbieder de omvang van het indicatiebesluit bepaalt en niet het college. Door de resultaatgerichte indicering wordt de omvang van de hulp minder, waardoor feitelijk wordt afgeweken van het CIZ-protocol zonder nadere onderbouwing.

Conclusie Bernheze, Boekel, Boxmeer, Landerd, Oss, St. Anthonis, St. Oedenrode en Veghel: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeenten is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Best: voldoet NIET

De informatie met betrekking tot de HHT-regeling is prominent aanwezig op de website, maar hoe wordt omgegaan met hh1 en hh2 wordt niet genoemd.  Uit een gepubliceerd artikel c.q. folder blijkt dat wordt gewerkt met resultaten. Er worden dus geen uren geïndiceerd: 

“Hebt u nu een indicatie voor een vast aantal uren per week, dan blijft u dat tot 13 juli op dezelfde manier ontvangen via de aanbieder die u nu hebt. In de eerste helft van 2015 maakt deze samen met u afspraken hoe de huishoudelijke ondersteuning er na 13 juli uit komt te zien. U heeft dan vanuit de gemeente geen recht meer op een vast aantal uren per week, maar wel op een schoon en leefbaar huis. Dit geldt ook voor nieuwe aanvragen.”

De cliënt moet in samenspraak met de zorgaanbieder tot invulling van het indicatiebesluit komen, waarbij het resultaat een ‘schoon en leefbaar huis’ moet worden. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, tijd als frequentie worden genoemd.

Conclusie Best: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeenten is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Boxtel: voldoet NIET

De gemeente geeft duidelijk op haar website weer welke veranderingen zijn gerealiseerd met betrekking tot de huishoudelijke verzorging. Er is gekozen voor een resultaatgerichte financiering.  De cliënt moet in samenspraak met de zorgaanbieder tot invulling van het indicatiebesluit komen, waarbij het resultaat een ‘schoon en leefbaar huis’ moet worden. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, tijd als frequentie worden genoemd.

Conclusie Boxtel: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Breda: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft niet weer hoe de huishoudelijke verzorging is geregeld en of een cliënt daarvoor in aanmerking komt. De verordening lijkt aan te geven dat cliënten in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening als problemen bestaan bij het voeren van een gestructureerd huishouden.  Er wordt echter niets genoemd over hoe de omvang van de indicatie wordt bepaald. Uit het uitvoeringsbesluit maakt de onderzoeker op dat wordt gewerkt met een protocol.  Het gehanteerde protocol komt overeen met het CIZ-protocol. 

Echter, uit andere stukken blijkt dat al sinds 1 januari 2015 wordt gewerkt met resultaatgerichte financiering.  De werkwijze van het college strookt dan ook niet met het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (gemeente Breda) en de verordening. Hoewel het beleid conform Wmo 2015 bleek te zijn gelet op de regelgeving, blijkt dit in de praktijk niet zo te zijn. Het is opmerkelijk te noemen dat een indicatieprotocol in het uitvoeringsbesluit wordt opgenomen, terwijl hier schijnbaar geen gebruik van wordt gemaakt. 

Conclusie Breda: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Cranendonck: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft aan dat huishoudelijke ondersteuning via de gemeente mogelijk is, maar de werkwijze wordt niet toegelicht. Eén van de stukken van de gemeente lijkt aan te geven dat sprake is van een inkomens- en vermogenstoets, als wordt bekeken of iemand wel of niet financiële ondersteuning krijgt om huishoudelijke hulp in te kopen:  De onderzoeker weet echter niet hoe wij deze verordening moeten lezen. Is de gemeente van oordeel dat huishoudelijke verzorging algemeen gebruikelijk is? Worden aldus geen maatwerkvoorzieningen meer verstrekt? Hier lijkt het wel op, gelet op een brief van het college van burgemeester en wethouders.  Aan de hand van de Participatiewet wordt eventueel een financiële vergoeding van de hulp bij het huishouden gerealiseerd.

Conclusie Cranendonck: de constructie via de bijzondere bijstand is niet toegestaan gelet op de uitspraak van de rechtbank Gelderland, 17 december 2015 en de uitspraken van de CRvB. Hh1 is niet zonder meer algemeen gebruikelijk en verwijzen naar de particuliere markt is geen algemene voorziening.

Kies een andere gemeente>>

Cuijk, Grave en Mill en Sint-Hubert: voldoen WEL

Deze drie gemeenten werken samen op onder andere het gebied van de Wmo 2015 en zij hebben gezamenlijk besloten om in 2015 geen wijzigingen aan te brengen in de huishoudelijke ondersteuning.  De beleidsregels van in ieder geval de gemeente Cuijk bevestigen dit en ook zijn daarin de normtijden opgenomen.  De normtijden komen overeen of nagenoeg overeen met de CIZ-normen. Er zijn geen reden om aan te nemen dat de normtijden in de praktijk problemen opleveren, als voldoende maatwerk wordt geleverd.

Conclusie Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Dongen: voldoet NIET

De website van de gemeente Dongen geeft aan dat huishoudelijke hulp bij de gemeente aangevraagd kan worden, als geen andere oplossingen bestaan.  Deze informatie blijkt echter niet kloppend te zijn, aangezien van een hulpbehoevende wordt verwacht dat de eerste drie uur hulp zelf betaald worden:  

Wanneer iemand voldoende of volledig zelfredzaam is en er is alleen ondersteuning nodig bij het schoonmaken van de woning, dan is er voldoende aanbod in de particuliere markt aanwezig om dit zelf te regelen. Eenvoudige schoonmaakondersteuning tot 3 uur per week wordt beschouwd als een algemeen gebruikelijke voorziening. 
Indien iemand niet in staat is om dit financieel te bekostigen, dan kan eventueel een beroep worden gedaan op bijzondere bijstand. Dit is uitgewerkt in de Beleidsregels bijzondere bijstand voor kosten hulp bij het huishouden.

Deze werkwijze komt overeen met de oude werkwijze van o.a. de gemeente Montferland, welke door de rechtbank Gelderland is afgewezen. Het is niet mogelijk om categoraal de eerste drie uur hulp algemeen gebruikelijk te verklaren, daar dit altijd een individuele toets en afweging vereist. Daarnaast wordt op deze manier effectief aan inkomenspolitiek gedaan, daar de vergoeding van de hulp wordt gekoppeld aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet.  

Conclusie Dongen: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar. Enkel het aanbieden van een maatwerkvoorziening als meer dan drie uur ondersteuning nodig is, is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Drimmelen: voldoet NIET

De informatievoorziening met betrekking tot de huishoudelijke verzorging van deze gemeente is goed. Duidelijk wordt aangegeven dat drie mogelijkheden bestaan: zin, pgb en pgb via een bemiddelingsbureau. De beleidsregels geven echter aan dat slechts een maatwerkvoorziening wordt verstrekt als sprake is van problemen met de regie, oftewel een hh2-situatie:[1]

“Enkel wanneer de cliënt geen regie meer heeft over het huishouden kan een maatwerkvoorziening Hulp bij het Huishouden (HbH2)verstrekt worden om een schoon en leefbaar huis te bereiken.”

Een ieder die hh1 nodig heeft, wordt doorverwezen naar de particuliere markt, die het college kwalificeert als een ‘algemene voorziening’. Doorverwijzen naar de particuliere markt of een korting op de prijs hiervoor aanbieden is echter niet te kwalificeren als een algemene voorziening. Daarnaast moest in ieder geval getoetst worden of de algemene voorziening daadwerkelijk voldoende compensatie biedt, ook gelet op de financiële positie van de cliënt. Het college benadrukt echter dat financiën geen rol spelen en dat de algemene voorziening per definitie passend is:

“Niet relevant is of de cliënt gebruik wil maken van een algemene voorziening. Ook is in principe niet relevant welke kosten aan de algemene voorziening zijn verbonden.”

Het is wel degelijk relevant welke kosten aan de algemene voorziening zijn verbonden. De gemeente Drimmelen houdt overduidelijk te weinig rekening met de persoonlijke omstandigheden van de cliënt en zodoende wordt te weinig maatwerk geleverd. Het bestaan van vergoeding voor de minima (waarbij aansluiting wordt gezocht bij de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet) doet hier niets aan af. Verder is het opmerkelijk dat het college een beschikking stuurt voor de algemene voorziening:

“In het besluit dat naar de cliënt wordt toegestuurd worden de volgende zaken genoemd:

  • de opbouw van de financiële bijdrage (HHT en financiële tegemoetkoming).
  • voor welke zorgverlener de cliënt gekozen heeft
  • voor hoe lang de toekenning geldt

-voor hoeveel uur de financiële bijdrage geldt (meer uren afnemen gaat tegen het volle tarief)dat de betaling van de financiële tegemoetkoming aan de zorgverlener plaatsvindt, zodat de cliënt een lager bedrag voor de huishoudelijke hulp betaalt.

Wanneer al deze aspecten in een beschikking worden opgenomen, kwalificeert de onderzoeker de afgegeven voorziening als een maatwerkvoorziening en niet als een ‘verwijzing’ naar een algemene voorziening. De essentie van een algemene voorziening is dat deze laagdrempelig en voor grote groepen toegankelijk is, juist zonder concreet onderzoek en beschikking.

Conclusie Drimmelen: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de particuliere markt, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de financiële situatie van een cliënt.

De gemeente heeft onderzoek gemaild op 16 augustus 2017 en de volgende informatie werd gedeeld:

“Naar aanleiding van uw verzoek per e-mail van 28 mei 2017 zend ik u hierbij onze opmerkingen bij uw rapport van september 2016 over de juridische toets van het huishoudelijke hulp beleid. De informatie die ten tijde van uw onderzoek op de website stond, was nog niet volledig bijgewerkt. Inmiddels is dit wel het geval. Zie hiervoor onze website drimmelen.nl (onder Zorg en ondersteuning). De hoofdlijn van het door ons gevoerde beleid is als volgt:

• HbH1 is in 2015 omgezet naar een algemene voorziening binnen de Wmo met daaraan gekoppeld financieel maatwerk voor de cliënten die de hulp niet zelf kunnen organiseren en betalen. • Het financiële maatwerk is afgestemd op de situatie van de cliënten, zowel voor wat betreft het benodigde aantal uren hulp als voor wat betreft de hoogte van de tegemoetkoming in de kosten.

• Bij de overgang naar de algemene voorziening is met alle cliënten een gesprek (dialoog) gevoerd om diens situatie te bespreken en te komen tot een oplossing die op de situatie en behoeften van de cliënt is afgestemd; hetzelfde geldt voor nieuwe cliënten.

• Bij de overgang naar de algemene voorziening is een overgangstermijn van minimaal drie maanden in acht genomen en is rekening gehouden met de eigen-bijdragen- perioden van het CAK.

• HbH2 (behalve schoonmaken van het huis ook ondersteuning bij de organisatie van het huishouden) is maatwerk gebleven. HbH2 kan worden geleverd als zorg in natura of door de cliënt zelf worden ingekocht via een PGB. De algemene voorziening is voor iedereen toegankelijk, maar in een keukentafelgesprek wordt de persoonlijke situatie en financiële positie van de cliënt onderzocht om te bepalen of deze algemene voorziening geschikt en bereikbaar is voor de cliënt. Als blijkt dat de hulp noodzakelijk is en de cliënt problemen heeft met het betalen van de algemene voorziening, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming toekennen. Voor deze tegemoetkoming wordt een beschikking afgegeven. De tegemoetkoming wordt afgestemd op het inkomen van de cliënt en op de noodzakelijke hoeveelheid huishoudelijke hulp. Daarom wordt die hoeveelheid hulp ook genoemd in de beschikking. Per saldo betalen Wmo-cliënten tussen de € 3 en € 10 uur per uur voor Hulp bij het Huishouden.

[…]

Uw conclusie dat HbH2 alleen wordt toegekend als er sprake is van problemen met regie c.q. organiseren van het huishouden klopt. Uw conclusie dat voor HbH1 een verwijzing naar de private markt geldt, delen wij gelet op bovenstaande volstrekt niet. De combinatie van algemene voorziening met financieel maatwerk maakt het misschien lastig om van een laagdrempelige algemene voorziening te spreken. De HbH1 voorziening als zodanig is dat echter wel. Het financieel maatwerk heeft als doel deze algemene voorziening toegankelijk te maken voor cliënten die de hulp niet zelf kunnen betalen en organiseren.”

Zoals de gemeente zelf al aangeeft is het zeker lastig om te spreken van een laagdrempelige algemene voorziening. Onderzoeker is van mening dat deze constructie niet gezien kan worden als een algemene voorziening. Voor een verdere onderbouwing waarom het beleid onjuist is, verwijs ik naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland.[2]

Conclusie Drimmelen: de vermeende algemene voorziening is niet te kwalificeren als een algemene voorziening dan wel zal deze vaak als niet passend beoordeeld moeten worden, gelet op de geringe omvang van de voorziening en de financiële situatie van een cliënt.

[1] Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016 (gemeente Drimmelen)

[2] Rechtbank Gelderland, 23-11-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6055

Kies een andere gemeente>>

Eindhoven: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging, behalve als het gaat om de HHT-gelden. Ook in de beleidsstukken valt niets te vinden, kwalijk is voor zo’n grote gemeente. Vast staat dat deze gemeente eind 2015 is teruggefloten door de Centrale Raad van Beroep, in verband met verlaagde normtijden.  Vanwege het niet kunnen vinden van concrete informatie over de huidige situatie, is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter nagelaten om te reageren. De onderzoeker gaat dan ook uit van het beleid zoals beoordeeld door de Centrale Raad van Beroep, eind 2015.

Conclusie Eindhoven: het beleid is conform de uitspraak van de CRvB in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert: voldoen NIET

Deze gemeenten werken samen met betrekking tot het beleid van de huishoudelijke verzorging.  In een recentelijke folder van de gemeente Etten-Leur wordt uitgebreid stilgestaan bij de vraag of en hoe huishoudelijke ondersteuning wordt aangeboden: 

“Wat staat in de beschikking? 
Hierin staat; 
- of u de gevraagde hulp krijgt en zo ja, 
- in welke categorie 
- hoeveel uur per week 
- de begin- en einddatum 
- de Zorgaanbieder bij wie u aangemeld bent 
- informatie over de eigen bijdrage 
- hoe u bezwaar kunt aantekenen, als u het niet mee eens bent met het besluit“

Hieruit wordt duidelijk dat maatwerkvoorzieningen worden verleend en dat in uren wordt geïndiceerd. Deze informatie blijkt echter verouderd, aangezien de beleidsregels expliciet noemen dat wordt gewerkt met resultaatgerichte indicering: 

“Vanaf 1 januari 2016 worden nieuwe indicaties huishoudelijke ondersteuning (HO) zorg in natura uitsluitend geïndiceerd op basis van resultaatsturing; vanaf 1 januari 2017 is dit ook voor pgb’s voor HO het geval. Dit betekent dat er niet meer wordt geïndiceerd in de vorm van een aantal uren per week c.q. dat per activiteit normtijden worden gehanteerd. Voortaan wordt er geïndiceerd op resultaat, namelijk ‘een gestructureerd huishouden’. Dit betekent dat de cliënt en de zorgaanbieder samen een leveringsplan opstellen. Daarin is opgenomen welke aandachtsgebieden en activiteiten bij de cliënt in huis worden uitgevoerd. Cliënt en zorgaanbieder stemmen samen af wanneer wat gebeurt. Het resultaat in de vorm van een gestructureerd huishouden, is wat telt.”

Taak en frequentie worden genoemd, maar niet de tijd die nodig zou zijn voor de te verrichten taken. 
Ook de website van bijvoorbeeld de gemeente Halderberge geeft dit duidelijk weer:: 

“Resultaat gericht werken
Vanaf 1 januari 2015 wordt er niet meer gekeken naar het aantal uren huishoudelijke hulp, maar naar het resultaat. Dus niet meer ‘twee uur zwaar huishoudelijk werk per week’, maar het resultaat ‘een gestructureerd huishouden: een schoon en leefbaar huis’. Het is bij huishoudelijke taken namelijk heel normaal dat dit de ene keer wat meer tijd kost dan de andere keer. Het hoeft niet overal ‘spic en span’ te zijn, maar het huishouden moet ‘op orde’ zijn.
Onder een gestructureerd huishouden verstaan we een huishouden waarbij iedere bewoner van de woning gebruik kan maken van een opgeruimde en functionele huiskamer, slaapkamer, keuken, toilet, badkamer en hal. Bij een gestructureerd huishouden horen dus niet de zolder, de niet-gebruikte ruimten in een woning, de kelder en werkzaamheden die buiten de woning plaatsvinden (ramen lappen buiten en tuinonderhoud) en klusjes als de kerstboom optuigen of verhuisdozen in/uitpakken.”

Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, frequentie als tijd in de beschikking wordt opgenomen. Het college laat het bepalen van de omvang van de indicatie over aan de zorgaanbieder.

Conclusie Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Geertruidenberg: voldoet WEL

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over het beleid; wel over de HHT-gelden. De beleidsregels en verordening geven ons geen goed inzicht of en hoe de huishoudelijke verzorging is geregeld. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven. 

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Zowel HbH1 als HbH 2 worden nog vergoed volgens de Wmo 2015.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
In de gemeente Geertruidenberg wordt geïndiceerd in uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp bij het huishouden wordt verstrekt via een maatwerkvoorziening
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Eigen bijdrage loopt per 4 weken via het CAK. Gemeente Geertruidenberg maakt gebruik van de parameters van het CAK voor het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage. Klanten met een inkomen op of rond sociaal minimum zijn vrijgesteld van het betalen van een eigen bijdrage (zie Besluit 2016)
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Consulenten werken met het voormalig CIZ protocol.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Op dit moment is de wasverzorging nog onderdeel van de maatwerkvoorziening. Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja, de uren worden vermeld in de beschikking

De gemeente stelt dat wordt gewerkt met het CIZ-protocol en dat in uren wordt geïndiceerd.

Conclusie Geertruidenberg: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Geldrop-Mierlo: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft aan dat cliënten een indicatie bij de gemeente kunnen aanvragen, waarna door het CMD (Centrum Maatschappelijke Deelname) wordt bepaald hoeveel uur hulp een cliënt krijgt.  De beleidsregels geven aan dat een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke verzorging mogelijk is:

“In dit hoofdstuk worden wel enkele specifieke maatwerkvoorzieningen besproken. De richtlijnen met betrekking tot de ondersteuning bij het huishouden en met betrekking tot de begeleiding zijn als bijlagen bij dit uitvoeringsbesluit gevoegd.”

De normtijden staan ook genoemd in de beleidsregels en daaruit blijkt dat deze voor zowel de lichte als zware huishoudelijke taken afwijken van het CIZ-protocol, alsook bij de verzorging van de was. Niet is inzichtelijk gemaakt waar de verlaagde normtijden op zijn gebaseerd.

Conclusie gemeente Geldrop-Mierlo: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Gilze en Rijen: voldoet NIET

De website geeft geen concrete informatie over de inrichting van de huishoudelijke verzorging, behalve over de HHT-gelden. Het besluit geeft aan dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt voor hh1 en hh2: 

Artikel 3.1 Vormen van hulp bij het huishouden
De voorziening die de gemeente kan verstrekken voor de hulp bij het huishouden bestaat uit drie onderdelen:
1.Voorziening in natura. 
Hierbij onderscheidt het college twee soorten dienstverlening:
a. HbH 1: alleen schoonmaakwerkzaamheden. 
b. HbH 2: schoonmaakwerkzaamheden met organisatie van het huishouden
De keuze voor een categorie wordt bepaald door de complexiteit van de gezinssituatie en de aan- of afwezigheid van iemand die regie kan voeren.

Daarnaast noemt het besluit dat wordt geïndiceerd in uren en minuten, maar niet is bekend welk protocol wordt gehanteerd. Deze is om die reden bij de gemeente opgevraagd. Hetzelfde protocol als bij de gemeente Alphen-Chaam wordt gebruikt. Hierover werd reeds geoordeeld dat deze verlaagde normtijden bevat ten opzichte van het CIZ-protocol.

Conclusie Gilze en Rijen: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Goirle: voldoet NIET

De website van de gemeente noemt dat hulp te ontvangen is van de gemeente, maar niet welke manier van indiceren wordt gebruikt. Ook het besluit en de verordening noemen niet op welke wijze de omvang van de indicatie wordt bepaald. Uit onderzoek van Omroep Brabant blijkt dat deze gemeente indiceert in resultaten en niet in uren.  Ter verificatie is contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Wij kennen geen Hbh1 en Hbh 2 onderscheid meer. De ondersteuning die daar onder bedoeld werd is nu verweven in resultaatgebieden.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Wij werken met resultaten. O.a. schoon en leefbaar huis, en nog meer resultaten op dat gebeid.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Via het CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Aan de hand van beleidsregels, een gesprek met de klant, een rapport van dit gesprek (Individuele Vraaganalyse en Plan van Aanpak), het ondersteuningsplan van de zorgaanbieder met taken en frequenties.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja, indien en voor zover noodzakelijk.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Nee. De zorgaanbieder moet doen wat nodig is binnen het resultaatgebied. Het PvA en het ondersteuningsplan van de zorgaanbieder maken onderdeel uit van de beschikking. Daarin staat wat de klant en zijn netwerk zelf kan oplossen of niet, de taken en de frequentie van de benodigde ondersteuning. Alle nodige taken moeten binnen het resultaatgebied worden uitgevoerd. Als een klant een excessieve ondersteuningsbehoefte heeft, kan een plusmodule worden ingezet. Daarmee heeft de zorgaanbieder meer ruimte om de benodigde werkzaamheden uit te voeren.

De taak en frequentie worden opgenomen in de beschikking, maar de tijd die daarvoor nodig is niet. 

Conclusie Goirle: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Haaren: voldoet NIET

De website werkt ten tijde van het onderzoek van deze gemeente niet, waardoor direct wordt gekeken naar de beleidsregels. Hieruit blijkt dat wordt gewerkt met een ‘schoon en leefbaar huis’: de cliënt moet in samenspraak met de zorgaanbieder tot een ondersteuningsplan komen.  Citaat:

“De gemeente formuleert het concrete doel dat met hulp bij het huishouden moeten worden bereikt én neemt dat doel op in de beschikking. De cliënt en de aanbieder stellen een ondersteuningsplan op waarin is beschreven op welke wijze het betreffende doel worden bereikt.”

Het college bepaalt dus niet de omvang van de indicatie, maar laat dit over aan de zorgaanbieder. Niet is bekend hoe de zorgaanbieder tot de omvang van een indicatie bekend en hoogstwaarschijnlijk wordt geen gebruik gemaakt van een protocol.

Conclusie Haaren: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Heeze-Leende: voldoet NIET

De gemeente geeft summier aan dat als hulp bij het huishouden nodig is, contact met de gemeente opgenomen kan worden.  Uit het besluit kan opgemaakt worden dat enkel hh2 nog wordt vergoed middels maatwerkvoorzieningen.  Het college is dus van mening dat huishoudelijke verzorging een marktproduct is, juridisch vertaald dat de hulp algemeen gebruikelijk is. De hulp in z’n algemeenheid afschaffen is niet mogelijk. 

Conclusie Heeze-Leende: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

’s-Hertogenbosch: voldoet NIET

Deze gemeente geeft duidelijk op haar website aan hoe de huishoudelijke verzorging is ingericht.  Citaat:

“Maatwerk
Het aantal uren dat iemand ondersteuning krijgt, is voor elk huishouden anders. Het resultaat telt en dat is een schoon en leefbaar huis. U hebt daarover een gesprek met iemand van de gemeente. U mag iemand bij het gesprek vragen. Bijvoorbeeld een familielid, vrienden of een ouderenadviseur. Tijdens het gesprek kijken we of u mensen in de buurt hebt die u kunnen helpen. Of dat er in uw gezin anderen zijn van wie we mogen verwachten dat ze helpen.
Hulp in natura
U kunt de gemeente vragen de hulp voor u te regelen. Dan krijgt u zogenaamde hulp in natura van organisaties waarmee de gemeente een contract heeft gesloten. De thuiszorgaanbieder komt bij u thuis voor een gesprek. U bekijkt samen wat u zelf kunt doen en waar mensen uit uw omgeving, familie of mantelzorgers u kunnen helpen. De thuiszorgaanbieder maakt daarna een plan waarin staat hoe de ondersteuning wordt georganiseerd.”

Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, frequentie als tijd in de beschikking wordt opgenomen. Het college laat het bepalen van de omvang van de indicatie over aan de zorgaanbieder.

Conclusie ’s-Hertogenbosch: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Heusden: voldoet NIET

De gemeente Heusden verwijst voor meer informatie over de huishoudelijke verzorging naar de website van ‘Bijeen’. Deze website werkt echter op het moment van het onderzoeken van deze gemeente niet. Een brief over de stand van zaken wijst echter op het indiceren in resultaten en niet in uren: 

“De inwoners die na 1 januari een aanvraag hebben gedaan bij de gemeente, ontvangen - als de noodzaak daartoe is vastgesteld- een voorziening hulp bij het huishouden volgens het principe ‘schoon en leefbaar’ huis. Dit betekent dat Bijeen heeft vastgesteld dat er een noodzaak is voor de voorziening en dat de – door de klant gekozen- zorgaanbieder bepaalt welke activiteiten er in huis worden gedaan om te voldoen aan het resultaat schoon en leefbaar huis. Deze klanten ontvangen direct hulp volgens de nieuwe werkwijze en dit verloopt goed.”

Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat zowel taak, frequentie als tijd in de beschikking wordt opgenomen. Het college laat het bepalen van de omvang van de indicatie over aan de zorgaanbieder.

Conclusie Heusden: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Hilvarenbeek: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website duidelijk aan dat een onderscheid wordt gemaakt tussen hh1 en hh2. Eerstgenoemde wordt niet langer vergoed door de gemeente, tenzij sprake is van een laag inkomen. Hh2 wordt nog wel vergoed: 

“Gelden er geen bijzondere omstandigheden of complexe problemen? Dan speekt de gemeente van een behoefte aan ‘lichte, niet complexe ondersteuning’ in de vorm van pure hulp bij het schoonmaken. Deze hulp regelen en betalen inwoners zelf, tenzij ze de kosten voor deze hulp niet kunnen dragen. In sommige gevallen betaalt de gemeente mee aan de schoonmaakhulp via de zogenoemde Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT). Onder 'Achtergrondinformatie' vindt u hierover meer informatie.”

Door de hulp niet langer te vergoeden is de gemeente kennelijk van oordeel dat de hulp bij het huishouden algemeen gebruikelijk is. De hh1 categoraal afschaffen dan wel een inkomens- en vermogensgrens hanteren is niet toegestaan, gelet op de Wmo 2015 en de jurisprudentie. 

Conclusie Hilvarenbeek: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Loon op Zand: voldoet NIET

De website geeft aan dat een cliënt wellicht in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Dit lijkt te duiden op een constructie via de bijzondere bijstand en dat de hulp in beginsel algemeen gebruikelijk is.  De beleidsregels lijken dit beeld te bevestigen: 

“Maatwerkvoorziening met betrekking tot het huishouden
In Loon op Zand zijn er 2 typen hulp bij het huishouden: 
1. Hulp bij het huishouden 1 (hbh1); hierbij ligt de nadruk op het overnemen van de uitvoering van huishoudelijke taken (schoonmaken, wassen/strijken, boodschappen doen, maaltijdverzorging) bij de cliënt die zelf kan aangeven wat er moet gebeuren (regievoering). 
2. Hulp bij het huishouden 2 (hbh2); hierbij ligt de nadruk op begeleiding, ondersteuning en de regiefunctie. Dit type hulp is bedoeld voor mensen die zelf niet kunnen aangeven wat precies schoongemaakt moet worden of moeite hebben bij het organiseren van het huishouden. Doel is waar mogelijk aanleren van het huishoudelijke taken en structuur geven aan het huishouden. In de doorontwikkeling van het produkt begeleiding zal deze vorm van ondersteuning in de loop van 2015 naar verwachting een onderdeel van het product begeleiding gaan worden. 
Hulp bij het huishouden 1 wordt gezien als een algemene voorziening. Dit betekent dat mensen deze hulp zelf moeten regelen. Hulp bij het huishouden 2 is altijd een maatwerk voorziening.

Hoewel de gemeente stelt dat hh1 een algemene voorziening is, wordt bedoeld een algemeen gebruikelijke voorziening (particuliere markt). Hh2 wordt overigens samengevoegd met individuele begeleiding, waar mogelijk. 

Conclusie Loon op Zand: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Nuenen, Gerwen en Nederwetten: voldoet NIET

Op de website van de gemeente wordt summier aangegeven dat met de gemeente contact opgenomen kan worden, voor huishoudelijke ondersteuning.  Het Uitvoeringsbesluit laat echter zien dat sprake is van een sterfhuisconstructie:

“6.1 Ondersteuning bij het huishouden
Nieuwe instroom voor huishoudelijke hulp wordt naar de markt verwezen, tenzij huishoudelijk hulp onderdeel uitmaakt van het resultaatgebied ondersteuning bij het huishouden.”

Nieuwe cliënten worden naar de particuliere markt doorverwezen. Het college is kennelijk van mening dat voor nieuwe cliënten de hulp algemeen gebruikelijk is. Het is vreemd dat enkel voor de nieuwe cliënten dit standpunt geldt: waarom is dan bij de oude cliënten de hulp niet algemeen gebruikelijk of andersom, als bij de oude cliënten de hulp niet algemeen gebruikelijk is, waarom dan wel bij de nieuwe cliënten? Het resultaatgebied ondersteuning ziet op hh2; daar wordt kennelijk wel een indicatie voor afgegeven. De gehanteerde normtijden wijken soms ook af van de normtijden van het CIZ-protocol. 

Volledigheidshalve, Omroep Brabant geeft in haar onderzoek aan dat wordt gewerkt met resultaten.  Wanneer dat inderdaad het geval is, gelden de criteria die de CRvB stelt aan het resultaatgericht indiceren, waaronder een objectieve onderbouwing en het noemen van taak, frequentie en tijd.

Conclusie Nuenen, Gerwen en Nederwetten: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar. Als met resultaten wordt geïndiceerd: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Oisterwijk: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft goed weer hoe het beleid is: hh1 is afgeschaft en hh2 wordt verleend middels maatwerkvoorziening, waarbij geïndiceerd wordt in resultaten en niet in uren.  Wanneer hh1 niet zelf bekostigd kan worden, kan een vergoeding worden gevraagd op grond van de bijzondere bijstand. De huishoudelijke verzorging is echter bij uitstek een onderdeel van maatschappelijke ondersteuning, waardoor de bijzondere bijstand niet de aangewezen wet is om huishoudelijke hulp te regelen.

Deze gemeente gaat ver over de schreef door in de nadere regels op te nemen dat het college de inkomens- en vermogensgegevens mogen opvragen van de cliënten, te weten loonstrookjes en/of uitkeringsspecificaties:  

“Huishoudelijk schoonmaakwerk merken we aan als algemeen gebruikelijke kosten als sprake is van eenvoudige schoonmaakondersteuning tot maximaal 2,5 uur per week. In die situatie regelen mensen zelf de schoonmaakondersteuning en dragen ook zelf de kosten. Echter als uit onderzoek blijkt dat de kosten van schoonmaakwerk in de individuele situatie niet kunnen worden gerekend tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de cliënt, kan een tegemoetkoming in de meerkosten worden verstrekt.
[…] 
Voor het bepalen van het inkomen tekent de cliënt een verklaring dat zijn inkomen beneden de inkomensgrens van 120% plus € 40,- per maand blijft.
[…]
Het college zal achteraf en op basis van een steekproef de hoogte van het inkomen van de cliënt controleren. De controle bestaat uit het opvragen van loonstroken en/of uitkeringsspecificaties waaruit de hoogte van het inkomen blijkt. Tevens zal aan de hand van bankafschriften worden onderzocht over welk inkomen cliënt beschikking heeft. 
Onderdeel van de controle is de besteding van de tegemoetkoming. Cliënt zal aan de hand van betalingsbewijzen moeten kunnen aantonen waaraan de tegemoetkoming is besteed. Als betalingsbewijzen worden aangemerkt bankafschriften waarmee kan worden aangetoond dat er een overschrijving heeft plaatsgevonden naar de derde, waarmee de cliënt een overeenkomst heeft gesloten voor het leveren van huishoudelijke schoonmaakwerkzaamheden.”

Het college heeft niet de bevoegdheid om dit soort gegevens op te vragen: aan inkomenspolitiek doen in het kader van de Wmo 2015 is onaanvaardbaar en financiële gegevens opvragen op deze wijze is uit den boze. 

Conclusie Oisterwijk: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar. Het in het kader van de Wmo 2015 opvragen van financiële gegevens is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Oosterhout: voldoet NIET

De gemeente Oosterhout heeft hh1 afgeschaft en in deze gemeente is veel verzet geweest. De rechtbank Zeeland- West Brabant gaf de gemeente gelijk, maar met de uitspraken van de CRvB is bekend geworden dat het beleid niet stand kan houden. De gemeente erkent dit: 

“Naar aanleiding van de meer principiële uitspraken die de Centrale Raad van Beroep heeft gedaan, moet Oosterhout het beleid gaan aanpassen. Onduidelijkheden in de wet lijken nu eindelijk beslecht. Het organiseren én uitvoeren van hulp bij het huishouden wordt geacht wel onder de WMO 2015 te vallen.”

Naar opvatting van de onderzoeker was het altijd duidelijk dat hh1 ook onder de Wmo 2015 valt, maar nu meent ook de gemeente Oosterhout eindelijk duidelijkheid te hebben. Het is nog onduidelijk wat het nieuwe beleid gaat worden.

Conclusie Oosterhout: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Schijndel: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft summier aan dat hulp aangevraagd kan worden, maar geeft geen info over hoe dit is ingericht.   De beleidsregels maken duidelijk dat niet in uren, maar in resultaten wordt geïndiceerd: 

“De gemeente formuleert het concrete doel dat met hulp bij het huishouden moeten worden bereikt én neemt dat doel op in de beschikking. De cliënt en de aanbieder stellen een ondersteuningsplan op waarin is beschreven op welke wijze het betreffende doel worden bereikt.”

Er zijn geen aanknopingspunten dat zowel de taak, frequentie als tijd in de beschikking worden opgenomen.

Conclusie Schijndel: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Sint-Michielsgestel: voldoet NIET

Deze gemeente werkt met resultaten, oftewel er wordt niet in uren geïndiceerd en de zorgaanbieder bepaalt uiteindelijk de omvang van de hulp. Omroep Brabant heeft dit bevestigd in haar onderzoek.[1]

Conclusie Sint-Michielsgestel: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.”

Kies een andere gemeente>>

Son en Breugel: voldoet NIET

Uit een oud nieuwsartikel blijkt dat deze gemeente gestopt is met hh1.  De gemeente zelf geeft weinig informatie hierover op haar website. Uit de beleidsstukken wordt dit niet duidelijk. Het sociaal team lijkt op haar website de afschaffing van de hh1 dan wel een financiële tegemoetkoming om hh1 in te kopen te bevestigen: 

“Op 4 september 2014 heeft de gemeenteraad van Son en Breugel besloten om hulp bij het huishouden te laten vervallen als Wmo-voorziening in de nieuwe Wmo 2015. Vanaf 2015 behoort het schoonhouden van uw woning tot uw eigen verantwoordelijkheid.
In principe is de ondersteuning bij het huishouden dan een dienst die u zelf moet regelen of inkopen. Op de huidige markt zijn schoonmaakdiensten verkrijgbaar. U moet de ingekochte ondersteuning bij het huishouden zelf betalen. In enkele gevallen kan de gemeente wel ondersteuning bieden. Dat kan in de vorm van financiële ondersteuning wanneer u de markvoorziening zelf niet kunt betalen. In bepaalde gevallen komt u toch nog in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. Dat kan in de vorm van financiële ondersteuning wanneer u de marktvoorziening zelf niet kunt betalen. In bepaalde gevallen kunt u toch nog in aanmerking komen voor een voorziening op maat.”

Hh1 afschaffen dan wel een inkomens- en vermogensvoorwaarde in het leven roepen bij de vraag of een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, is onaanvaardbaar. De gemeente mag niet aan inkomenspolitiek doen in het kader van de Wmo 2015 volgens vaste jurisprudentie.

Conclusie Son en Breugel: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Tilburg: voldoet NIET

In Tilburg wordt gewerkt met dienstencheques. Dit heet de ‘algemene voorziening Hulp aan Huis’.  Om toegang te krijgen tot de algemene voorziening, moet een cliënt een IB60-verklaring overleggen, oftewel een inkomensverklaring. De gemeente heeft echter niet de bevoegdheid om een dergelijke verklaring van de cliënt te verlangen, al helemaal niet in het kader van een algemene voorziening die zonder vergaand onderzoek toegankelijk dient te zijn. Als een IB60-formulier wordt opgevraagd, kan al niet worden gesproken van een eenvoudig toegankelijke voorziening die voor inwoners met allerlei inkomens toegankelijk is. Ook blijkt dat de te betalen eigen bijdragen zijn geregeld bij besluit en niet in een verordening, net als de eventuele kortingen op de algemene voorziening.  De algemene voorziening gaat tot drie uur hulp per week, waardoor cliënten met een hogere hulpbehoefte aanspraak moeten maken op een aanvullende maatwerkvoorziening. Dit kan een stapeling van kosten met zich meebrengen. 

De korting op de dienstencheques lijkt niet onredelijk te zijn, daar ook cliënten tot ruim boven de bijstandsnorm een relatief hoge korting op het uurtarief kunnen krijgen. De prijs voor een cheque is €15,00 voor hulp van een grote zorgaanbieder en €13,50 voor alfahulp. 

Met de gekozen werkwijze wordt de cliënt werkgever van de hulp. Dit betekent dat geen contracten worden afgesloten tussen de gemeente en de zorgaanbieder, waardoor de algemene voorziening niet als zodanig is te kwalificeren. 

Al met al lijken er meerdere dingen mis te zijn met deze werkwijze: opvragen inkomensgegevens via het IB60-formulier, bijdragen en kortingen niet bij verordening geregeld, een maximum van drie uur, eventuele cumulatie qua kosten als een aanvullende maatwerkvoorziening nodig is en cliënten die werkgever worden, terwijl het gaat om een algemene voorziening. De constructie en werkwijze is dan ook in strijd met de Wmo 2015 en de jurisprudentie. 

Conclusie Tilburg: de zogenaamde algemene voorziening, namelijk de voorziening via de vouchers, is niet te kwalificeren als een algemene voorziening en bij het bepalen van de toegang tot de voorziening en de mogelijke korting wordt een te uitgebreid financieel onderzoek uitgevoerd. Het in het kader van de Wmo 2015 opvragen van financiële gegevens is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Uden: voldoet WEL

De gemeente Uden is niet geheel duidelijk op haar website of hh1 wordt aangeboden of niet.  Enerzijds wordt gesproken over het zelf regelen en betalen (particuliere markt), anderzijds wordt opgemerkt dat als het niet te betalen is de gemeente bij kan springen. Uit de nadere regels maakt de onderzoeker op dat voor zowel hh1 als hh2 situaties maatwerkvoorzieningen worden verleend.  Ook de normtijden staan genoemd in het protocol en deze sluiten aan bij het CIZ-protocol.

Conclusie Uden: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Valkenswaard: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website aan dat vanaf 1 januari 2015 de hh1 niet langer een onderdeel is van de Wmo 2015. De hulp is dus algemeen gebruikelijk volgens de gemeente.  Voor de minima is een vergoeding mogelijk. Hh1 categoraal uit de Wmo 2015 laten is niet mogelijk, gelet op de jurisprudentie. Door slechts hulp te verstrekken aan de minima, wordt een inkomens- en vermogenstoets gehanteerd in het kader van de Wmo 2015. Dit is gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk.

Conclusie Valkenswaard: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar.

Kies een andere gemeente>>

Veldhoven: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over het al dan niet verlenen van huishoudelijke verzorging. Uit het besluit blijkt dat deze vorm van hulp wordt verstrekt middels maatwerkvoorzieningen, waarbij in uren en minuten wordt geïndiceerd: 

“Voor het vaststellen van de noodzakelijkheid en de omvang van het aantal uren bij hulp bij het huishouden stelt het college nadere regels in het Protocol indicatiestelling hulp bij het huishouden gemeente Veldhoven.”

Het genoemde protocol kan onderzoeker echter niet vinden en daarom is deze bij de gemeente opgevraagd. In een reactie stuurde de gemeente het protocol en werd het volgende medegedeeld:

“De gemeente Veldhoven is hulp bij het huishouden ingaande 2015 ongewijzigd blijven aanbieden als maatwerkvoorziening. Wij hebben er dus  geen algemene voorziening gemaakt en werken hierbij niet met resultaatfinanciering. Hulp het huishouden wordt volledig (dus ook welke taken en het aantal uur) geïndiceerd door Wmo-klantmanagers. De indicatie wordt gesteld op basis van maatwerk. We hebben een protocol met richtlijnen. Om uniformiteit tussen klantmanagers te bewerkstelligen is het uitgangspunt qua normtijd voor iedereen gelijk, maar vervolgens wordt op basis van maatwerk gemotiveerd afgeweken naar boven of beneden. Wij hebben de indruk dat onze inwoners tevreden zijn over hoe wij hen ondersteunen bij het huishouden. We ontvangen nagenoeg geen klachten en bezwaarschriften. Daarnaast hebben de zorgaanbieders in april nog aangegeven dat zij amper kritiek horen van inwoners en/of hulpen op de indicatiestelling. Wij bieden de inwoners cliëntondersteuning aan die zij o.a. kunnen vragen om het keukentafelgesprek bij te wonen.”

Het gehanteerde protocol wijkt af van de normtijden van het CIZ, zonder dat inzichtelijk is gemaakt waar de verlaagde normtijden op zijn gebaseerd. Dat cliënten tevreden zijn met een eventueel urenaantal betekent niet dat het beleid juridisch houdbaar is, als een cliënt bezwaar of beroep zou indienen tegen een te laag toegekend urenaantal.

Conclusie Veldhoven: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Vught: voldoet NIET

De website van de sociale dienst van de gemeente Vught geeft aan dat een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp aangevraagd kan worden.  De website noemt echter niet of wordt gewerkt in uren of resultaten. De beleidsregels geven dit wel duidelijk weer: 

“De maatwerkvoorziening ten behoeve van het voeren van een huishouden zal meestal bestaan uit hulp bij het huishouden. De compensatie voorziet in het voorkomende individueel concrete cliëntgeval op een of meer van de navolgende activiteiten (‘aandachtsgebieden’):
a. Broodmaaltijd bereiden 
b. Licht huishoudelijk werk
c. Zwaar huishoudelijk werk 
d. Dagelijkse organisatie van het huishouden
e. Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden
4.1.3.1Omvang en normering
De omvang en normering zijn afhankelijk van de verstrekkingsvorm.
Natura
De gemeente formuleert het concrete doel dat met hulp bij het huishouden moeten worden bereikt én neemt dat doel op in de beschikking. De cliënt en de aanbieder stellen een ondersteuningsplan op waarin is beschreven op welke wijze het betreffende doel worden bereikt. “

Er wordt gelet op de beleidsregels gewerkt met resultaten en het is aldus niet het college, maar de zorgaanbieder die de concrete omvang van de indicatie bepaalt. Het college is echter verplicht om de omvang van de hulp vast te stellen en kan niet volstaan met enkel het noemen van een doel. 

Conclusie Vught: resultaatgericht indiceren is volgens de rechtbank Gelderland niet toegestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente Rotterdam dat deed, niet is toegestaan. Het beleid van deze gemeente is gelet op deze uitspraken niet toegestaan.

Kies een andere gemeente>>

Waalre: onbekend

De website van de gemeente geeft geen informatie over de huishoudelijke verzorging. Uit een oud nieuwsbericht blijkt dat de gemeente voornemens was om flink te gaan bezuinigen op de huishoudelijke verzorging.  Ook noemt de verordening niets en zijn er geen beleidsregels te vinden. Gelet op het nieuwsbericht bestaat het vermoeden dat hh1 niet langer wordt vergoed en ter verificatie is contact opgenomen met de gemeente. De gemeente heeft echter niet de moeite genomen om te antwoorden. 

Conclusie Waalre: er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Waalwijk: voldoet NIET

De gemeente Waalwijk heeft de hh1 afgeschaft en ziet deze vorm van hulp als algemeen gebruikelijk. Dit blijkt uit een nieuwsbericht over enkele ingediende bezwaarschriften.  Net als veel andere gemeenten haalde deze gemeente de begrippen algemene voorzieningen en algemeen gebruikelijke voorziening door elkaar. De gemeente is in ieder geval van mening dat de hh1 een algemeen gebruikelijke voorziening is en dat deze zelf betaald moet worden. Uit het onderzoek van Omroep Brabant blijkt dat enkel de eerste drie uur algemeen gebruikelijk zijn. Dit beleid is reeds door de rechtbank Gelderland afgewezen. 

Inmiddels is het beleid gewijzigd, maar wordt een strenge inkomenstoets gehanteerd. Dit is eveneens niet toegestaan in het kader van de Wmo 2015, gelet op vaste jurisprudentie. Hiermee wordt immers het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 doorkruist. Citaat de gemeente:

“Uw financiële situatie speelt hierbij een belangrijke rol. Uw financiële draagkracht, het bedrag dat u maandelijks kunt besteden als u uw vaste lasten heeft betaald, bepaalt hoeveel hulp bij het huishouden wij voor u betalen.”

Conclusie Waalwijk: het beleid is in strijd met de Wmo 2015. Het afschaffen van de hh1 dan wel het enkel vergoeden van deze hulp als wordt voldaan aan de inkomens- en vermogensgrenzen van de Participatiewet is onaanvaardbaar. Een strenge financiële toets om te bepalen of iemand een maatwerkvoorziening krijgt is niet toegestaan. 

Kies een andere gemeente>>

Werkendam: voldoet WEL

De gemeente geeft summier aan dat hulp bij het huishouden mogelijk is, waarbij een inkomensafhankelijke bijdrage wordt betaald. Dit lijkt te duiden op het verlenen van maatwerkvoorzieningen.  De beleidsregels lijken ook aan te geven dat zowel hh1 als hh2 worden verstrekt via maatwerkvoorzieningen.  De normtijden worden ook genoemd en daaruit blijkt dat dat deze overeenkomen met de normtijden van het CIZ-protocol.

Conclusie Werkendam: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Woudrichem: voldoet WEL

De website van de gemeente geeft summier aan dat hulp bij het huishouden geregeld kan worden via de gemeente, maar de werkwijze wordt niet toegelicht. Uit het uitvoeringsbesluit blijkt dat voor zowel hh1 als hh2 een pgb aangevraagd kan worden, wat duidt op het verlenen van maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke verzorging.  Het is echter niet vindbaar of wordt gewerkt in uren of in resultaten en of een protocol van toepassing is. Om die reden heeft de onderzoeker contact opgenomen met de gemeente. De antwoorden van de gemeente zijn cursief weergegeven.

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? HH1 en HH2 worden beide als maatwerkvoorziening binnen de Wmo aangeboden.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt gewerkt met uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Zie antwoord 1.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Wij geven per cliënt de volledige kostprijs op aan het CAK. Het CAK bepaalt op basis van inkomen en vermogen welke draagkracht er is en hoe hoog de eigen bijdrage daadwerkelijk wordt per 4 weken (periode).
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Door middel van een keukentafel gesprek wordt vastgesteld wat de persoon nog wel zelf kan met zijn/ haar omgeving. De resterende hulpvraag wordt ondersteund met maatwerk hbh. Zie beleidsregels, bijlage 4 en 5.
Vraag 6: Is de wasverzorging een onderdeel van de maatwerkvoorziening?
Ja, wasverzorging kan onderdeel uitmaken van de maatwerkvoorziening.
Vraag 7: Wordt een eventueel urenaantal opgenomen in de beschikking?
Ja, wij specificeren; de categorie (1 of 2) , de indicatie op uren per week, en de periode dat deze van toepassing is.

Ui de meegestuurde bijlage blijkt dat de normtijden van het CIZ worden gehanteerd. 

Conclusie Woudrichem: het beleid is conform de Wmo 2015. 

Kies een andere gemeente>>