Limburg

Beek: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft geen concrete informatie over de invulling van de huishoudelijke verzorging. Een beleidsstuk zegt het volgende: 

“De huishoudelijke hulp wordt in 2015 op eenzelfde wijze uitgevoerd als in 2014. Cliënten die nog een indicatie hebben op grond van het oude indicatieprotocol, worden versneld geherindiceerd op grond van het nieuwe protocol (vastgesteld in 2012). In 2015 wordt bezien of bijstelling van de aanpak huishoudelijke hulp in het licht van de transformatie noodzakelijk is.”

Het beleid lijkt dan ook conform de Wmo 2015 te zijn, in ieder geval over het jaar 2015. Echter, vervolgens noemt het beleidsstuk het volgende:

“De huishoudelijke hulp is geen nieuwe taak, gemeenten voeren deze taak sinds 2007 uit. Vanaf oktober 2012 is een nieuw indicatieprotocol huishoudelijke hulp van toepassing, gericht op beheersing van de uitgaven. Alle nieuwe aanvragen en aflopende indicaties vanaf oktober 2012 zijn getoetst aan dit nieuwe protocol. Hierdoor neemt het beroep op huishoudelijke hulp jaarlijks af. Circa 220 cliënten hebben nog een indicatie op basis van het oude protocol voor huishoudelijke hulp. Om te anticiperen op de bezuinigingen voor het overgangsjaar 2015 zullen deze cliënten vervroegd geherindiceerd worden, zodat ook zij een indicatie op basis van het nieuwe protocol krijgen.”

Kennelijk wordt afgeweken van het CIZ-protocol. Dit is toegestaan, mits het nieuwe protocol voldoet aan de door de CRvB gestelde eisen. Dit lijkt onwaarschijnlijk, aangezien de CRvB strenge eisen stelt aan een nieuw protocol. 

Uit weer latere stukken blijkt dat de gemeente Beek toch het beleid gaat wijzigen in het jaar 2016, naar resultaatgericht indiceren. 

Conclusie Beek: hoewel het beleid relatief goed leek te zijn, is het desondanks in strijd met de Wmo 2015 vanwege de lagere normtijden. Ook levert de omzetting naar resultaatgericht indiceren juridische problemen op, gelet op de jurisprudentie. 

Kies een andere gemeente>>

Beesel: onbekend

Uit de tekst van de website van de gemeente en het welzijnsloket kan worden opgemaakt dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt voor hulp bij het huishouden. Verder blijkt uit niets wat concreet het beleid is. Ook de beleidsstukken geven geen inzicht in het gehanteerde beleid. Om die reden is contact gezocht met de gemeente. Er is echter geen reactie van de gemeente ontvangen, waardoor onbekend blijft wat het beleid is.

Conclusie Beesel: Er is onvoldoende informatie om een definitief oordeel te geven over het beleid van deze gemeente.

Kies een andere gemeente>>

Bergen: voldoet NIET

De gemeente Bergen geeft duidelijk weer hoe de hulp is geregeld op hun website. Hh1 is geregeld via een algemene voorziening en hh2 via maatwerkvoorzieningen. Citaat: 

“Schoonmaakondersteuning
Heeft u hulp nodig bij het schoonmaken van uw huis? Vraagt u deze hulp dan zelf aan bij de aanbieder in uw wijk, waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. In het overzicht hieronder kunt u zien welke aanbieder voor u geldt met de bijbehorende contactgegevens. U betaalt zelf de kosten voor de hulp aan de aanbieder.
Als u kiest voor de hulp van deze aanbieder, krijgt u in 2016 korting op de eerste twee uur schoonmaakondersteuning per week. Als u kiest voor een andere partij voor schoonmaakondersteuning, ontvangt u geen korting van de gemeente.”

De cliënt moet zelf de hulp inkopen en betalen en eventueel is middels de hht-gelden een korting op het tarief te krijgen. Het is dus feitelijk een doorverwijzing naar de particuliere markt. Ook wordt een maximum van twee uur per week gehanteerd, bij het inkopen van hulp met de hht-gelden.

Conclusie Bergen: het beleid is niet toegestaan. De algemene voorziening is geen algemene voorziening in de zin van de Wmo 2015, vgl. Aa en Hunze.

Kies een andere gemeente>>

Brunssum: voldoet NIET

De website van de gemeente Brunssum noemt niets concreets over de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels daarentegen wel: 

“Artikel 5 Omvang hulp bij het huishouden
1.De toekenning en normering van hulp bij het huishouden vindt plaats op basis van het protocol indicatiestelling hulp bij het huishouden zoals opgenomen in bijlage 1.”

Huishoudelijke hulp wordt gewoon middels een maatwerkvoorziening verstrekt, maar het protocol wijkt zeer veel af van het CIZ-protocol. Zo is het uitgangspunt niet wekelijkse ondersteuning, maar tweewekelijkse ondersteuning (om de week). Ook zijn de gehanteerde normtijden aanzienlijker lager. Een dergelijke afwijking is niet toegestaan en het is niet bekend waar de verlaagde normtijden concreet op zijn gebaseerd. De uitspraken van de CRvB van 11 november 2015 en 27 januari 2016 zijn van toepassing, alsmede de recente uitspraken van 18 mei 2016. 

Conclusie Brunssum: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.

Kies een andere gemeente>>

Echt-Susteren: voldoet NIET

Op de website van de gemeente Echt-Susteren staat: 

“Hulp bij het huishouden: Door bezuinigingen vanuit het Rijk zijn de regels voor hulp bij het huishouden veranderd. De hulp die beschikbaar is, moet bij die mensen terechtkomen die dit het meest nodig hebben.”

De website vervolgt:

“Het aantal uur hulp in de huishouding gaat voor iedereen omlaag. Aan de hand van een aantal normen (‘normeringskader’) wordt bepaald hoeveel uur hulp iemand krijgt. Dit normeringskader is aangescherpt, waardoor het aantal uren voor iedereen omlaag gaat. Dit betekent in de praktijk dat er minder tijd kan worden besteed aan huishoudelijke taken zoals stofzuigen, dweilen en het doen van de was. Iedereen die hulp bij het huishouden ontvangt, heeft een herindicatie gekregen.”

Een generieke korting op de omvang van de huishoudelijke hulp is niet toegestaan. De Wmo 2015 gaat expliciet uit van maatwerk, waardoor generieke kortingen op de omvang van de hulp niet zijn toegestaan. Verlaagde normtijden kunnen slechts indien wordt voldaan aan de eisen die de CRvB daaraan stelt. Niets uit de stukken lijkt te wijzen op het voldoen aan die eisen.

Conclusie Echt-Susteren: een generieke korting op de omvang van de hulp is niet toegestaan. De Wmo 2015 gaat uit van maatwerk, waarbij opgemerkt dient te worden dat de maatwerkvoorziening net zo ver gaat als de oude individuele voorziening, wat betreft ondersteuningsomvang. 

Kies een andere gemeente>>

Eijsden-Margraten: voldoet NIET

De website van deze gemeente noemt niets concreets over de huishoudelijke verzorging en de invulling hiervan. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning noemt het volgende: 

Artikel 10: richtlijn hulp bij het huishouden,
1.Bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stelt het college de omvang hiervan vast in uren en minuten per week. 
2.Bij het bepalen van de omvang hanteert het college de richtlijn indicatiestelling voor hulp bij het huishouden, zoals opgenomen in bijlage 3. 
3.Wanneer cliënt voor een persoonsgebonden budget kiest wordt de hoogte van het budget bepaald door de door het college vastgestelde omvang maal het van toepassing zijnde tarief conform de tarievenlijst in bijlage 4.

Dit lijkt te duiden op het verlenen van huishoudelijke hulp via een maatwerkvoorziening. Artikel 12 lid 1 bevestigt dit:

Artikel 12: hulp bij het huishouden
1.De maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden kan, wanneer verondersteld wordt dat de cliënt in staat is tot zelfregie over de planning van activiteiten, bestaan uit de volgende activiteiten: 
a. huishoudelijke werkzaamheden die samenhangen met beperkingen op het vlak van schoonmaken van woonruimte, slaapruimte, sanitair, keuken (dagelijks of wekelijks onderhoud); 
b. verzorgen van textiel (wassen, strijken); 
c. onderhoud van kleding en schoeisel; 
d. zorg voor de voeding ((voor)bereiden, serveren, afwassen, opruimen); 
e. bed opmaken en/of verschonen; 
f. beperkte verzorging van huisdieren. 

Lid 2 geeft vervolgens de taken van hh2 weer. Huishoudelijke hulp verlenen middels een maatwerkvoorziening is uiteraard juridisch correct. De gehanteerde normtijden van bijlage 3 zijn echter lager dan die van het CIZ, met name wat betreft de zware huishoudelijke werkzaamheden. Voor een overzicht van de normtijden, zie het volgende figuur:

Zoals gezegd zijn deze normtijden aanzienlijker lager dan het CIZ-protocol, waardoor de uitspraken van 11 november 2015 en 27 januari 2016 van toepassing zijn. Hoogstwaarschijnlijk zijn de nieuwe normtijden niet getoetst. 

Conclusie Eijsden-Margraten: hoewel het goed is dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, zijn de gehanteerde normtijden onvoldoende en in strijd met de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Gennep: voldoet NIET

De website geeft nauwelijks informatie over de huishoudelijke verzorging, uitgezonderd informatie over de HHT-gelden. Het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2015 noemt het volgende:

Artikel 3 Ondersteuning bij huishoudelijk werk
1. Het beoogde resultaat van deze maatwerkvoorziening is dat de cliënt in staat is om:
a. In een schoon en leefbaar huis te wonen;
b. Zelfstandig thuis te blijven wonen;
c. Schone kleding te dragen.
2. De richtlijn voor de tijdnormering is gebaseerd op geraamde minuten die nodig zijn om onder normale omstandigheden huishoudelijke taken uit te voeren. Deze richtlijn geeft een handvat om te komen tot het beoordelen van de benodigde ondersteuning.
3. Op basis van persoonskenmerken en individuele omstandigheden kan van de richtlijn worden afgeweken. Een gemotiveerde onderbouwing wordt omschreven in het leefzorgplan.
4. De richtlijn is als bijlage 1 toegevoegd.

Huishoudelijke hulp wordt kennelijk middels een maatwerkvoorziening verstrekt. De richtlijn die als bijlage 1 toegevoegd zou zijn, staat echter niet op de website van de gemeente noch op een andere website. De richtlijn is daarom bij de gemeente opgevraagd en ontvangen. Uit de richtlijn blijkt dat de normtijden sterk afwijken van het CIZ-protocol: 

Conclusie Gennep: hoewel het goed is dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, zijn de gehanteerde normtijden onvoldoende en in strijd met de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Gulpen-Wittem: voldoet NIET

Constatering: de site praat over individuele voorzieningen in plaats van maatwerkvoorzieningen. Vervolgens noemt de website  het volgende:

“We hebben dit samen met de gemeenten Eijsden-Margraten, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul gedaan. Om onze nieuwe zorgtaken zo goed mogelijk op te pakken, hebben we gezamenlijk keuzes gemaakt. In de loop van dit jaar maken we ook samen een nieuw beleidsplan en een uitvoeringsplan.”

Verdere informatie is niet te vinden, ook niet in eventuele beleidsstukken. Vanwege de onduidelijkheid is contact opgenomen met de gemeente. De volgende antwoorden werden gegeven op de gestelde vragen:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Vergoed volgens Wmo.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Uren.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Maatwerkvoorziening.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
EB via CAK.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Wmo-consulenten indiceren de uren. 

Conclusie Gulpen-Wittem: aangezien het college samenwerkt met o.a. de gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht zullen hoogstwaarschijnlijk dezelfde lagere normtijden worden gehanteerd. Hoewel het goed is dat maatwerkvoorzieningen worden verstrekt, zijn de gehanteerde normtijden hoogstwaarschijnlijk onvoldoende en in strijd met de jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Heerlen: voldoet NIET

De website van het Wmo-loket te Heerlen geeft niet concreet aan waar inwoners van die gemeente op kunnen rekenen of verwijst naar links die niet langer werken. Net als bij Gulpen-Wittem kan ook hier nergens worden gevonden op welke wijze de huishoudelijke verzorging wordt georganiseerd sinds de ingang van de nieuwe Wmo 2015. Gelet op oudere nieuwsartikelen is vermoedelijk niets gewijzigd sinds de invoering van de Wmo 2015. Dit blijkt achteraf niet helemaal waar te zijn, gelet op een reactie van een persoon op een nieuwsartikel. Citaat: 

“Ook de Gemeente Heerlen heeft een algemene brief gestuurd waarin de ouderen, zonder enig overleg, (keukentafelgesprek) gekort zijn. In Heerlen is een 1/2 uur uit de HH - hulp gehaald met de motivatie dat dit half uur als strijk halfuurtje was aangemeld. Dit kunnen de senioren nu bijkopen voor 5 Euro per uur.”

Een dergelijke generieke korting is niet toegestaan. De Wmo 2015 gaat immers uit van maatwerk. Verder is onbekend welke normtijden eventueel gehanteerd worden. Vooralsnog lijkt Heerlen op het randje te balanceren wat betreft het verlenen van voldoende compensatie. 

Conclusie Heerlen: hoewel in 2014 werd aangekondigd dat niets zou veranderen, zijn er meerdere verhalen bekend van cliënten die minder hulp ontvangen. De hulp wordt nog wel middels een maatwerkvoorziening verstrekt. 

Kies een andere gemeente>>

Horst aan de Maas: voldoet NIET

De website noemt niets concreets over de huishoudelijke verzorging, behalve informatie over de HHT-gelden. Het Besluit geeft wel nadere informatie: 

Artikel 5. Ondersteuning bij huishoudelijk werk
1. Enkel wanneer eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, sociaal netwerk of algemene  gebruikelijke) voorzieningen niet leiden tot een oplossing voor beperkingen in het voeren van het huishouden, kan ondersteuning bij huishoudelijk werk als maatwerkvoorziening worden verstrekt. 
2. Het beoogde resultaat van deze maatwerkvoorziening is dat de cliënt in staat is om:
a. in een schoon en leefbaar huis te wonen;
b. zelfstandig thuis te blijven wonen;
c. schone kleding te dragen.

Artikel 6. Richtlijnen voor ondersteuning bij huishoudelijk werk
1. De richtlijnen zijn gebaseerd op geraamde minuten die nodig zijn om onder normale  omstandigheden huishoudelijke taken uit te voeren. Deze richtlijnen geven een handvat om tot het beoordelen van de benodigde ondersteuning te komen.
2. Op basis van persoonskenmerken en individuele omstandigheden maakt het college een afweging en kan van de richtlijnen worden afgeweken. Een gemotiveerde onderbouwing wordt omschreven in het leefzorgplan.
3. De richtlijnen zijn als bijlage 1 toegevoegd.

De redactie van dit artikel komt nagenoeg overeen met artikel 3 van het Besluit van Gennep. Vermoedelijk is het beleid in samenspraak tot stand gekomen. Het protocol waarnaar wordt verwezen in artikel 6 lid 3 is toegevoegd aan het besluit. Daaruit valt af te leiden dat de normtijden aanzienlijk lager zijn dan die van het CIZ. Afwijken van het CIZ-protocol is alleen toegestaan als het nieuwe protocol voldoet aan de eisen die daaraan door de CRvB worden gesteld. Geen gronden zijn aanwezig om aan te nemen dat het protocol hieraan voldoet. 

Conclusie Horst aan de Maas: het is goed dat huishoudelijke verzorging wordt verleend via een maatwerkvoorziening, maar de normtijden zijn te laag. Vgl. 31 (Eijsden-Margraten).

Kies een andere gemeente>>

Kerkrade: voldoet NIET

De website noemt niets concreets over de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels ook niet, al lijkt huishoudelijke verzorging via een maatwerkvoorziening te worden geregeld. Dit kan worden afgeleid uit zowel een besluit als een richtlijn.  De gehanteerde normtijden zijn aanzienlijker lager dan die van het CIZ en de MO-zaak, ook al pretendeert de Richtlijn dat aansluiting is gezocht bij het protocol van de MO-zaak. 

Conclusie Kerkrade: de gehanteerde normtijden zijn te laag, gelet op vaste jurisprudentie.

Kies een andere gemeente>>

Landgraaf: voldoet NIET

De gemeente geeft op haar website goed weer wat het beleid is inzake de huishoudelijke verzorging,Citaat:

“Vanaf 2015 is hulp bij het huishouden een algemene voorziening, tenminste, als u zelf in staat bent om de regie te voeren over uw huishouden (dus als u zelf weet wat er moet gebeuren).
Een algemene voorziening is een dienst of activiteit die vrij toegankelijk is en die u zelf kunt regelen (bijvoorbeeld een schoonmaakbedrijf of glazenwasser).
Als de gemeente van oordeel is dat u niet in staat bent om zelf te regie te voeren, wordt hulp in het huishouden aangeboden in de vorm van een maatwerkvoorziening.“

Kennelijk dienen hulpbehoevenden de huishoudelijke verzorging zelf te regelen en te betalen, tenzij sprake is van hh2. 

Conclusie Landgraaf: afschaffen van hh1 is niet toegestaan, gelet op de uitspraken van de CRvB van 18 mei 2016. De gekozen algemene voorziening is feitelijk de particuliere markt, hetgeen volgens de CRvB geen algemene voorziening is. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Kies een andere gemeente>>

Leudal: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft duidelijk aan dat ondersteuning bij huishoudelijke taken via de gemeente geregeld kan worden middels zorg in natura of een PGB. Dit lijkt erop te wijzen dat de gemeente huishoudelijke verzorging via een maatwerkvoorziening regelt. 

De maatwerkvoorziening houdt het volgende in:

Indien een cliënt is aangewezen op ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis kan het College een maatwerkvoorziening toekennen in de vorm van hulp bij het huishouden.

Client sluit overeenkomst met de aanbieder
Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning zal een medewerker van de betreffende aanbieder bij de cliënt op huisbezoek gaan. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe de hulp bij het huishouden geboden zal gaan worden. De cliënt heeft de keuzevrijheid uit meerdere aanbieders met wie hij een overeenkomst kan aangaan. Is de cliënt het bijvoorbeeld niet eens met het ondersteuningsplan kan hij dus ook naar een andere aanbieder overstappen. De afspraken tussen de aanbieder en de cliënt worden vastgelegd in een ondersteuningsplan. Het College ontvangt hiervan een kopie.

Resultaat een schoon en leefbaar huis
Het te bereiken resultaat ten aanzien van een schoon en leefbaar huis bestaat allereerst uit het kunnen wonen in een woning die schoongehouden is. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Met het oog op dit resultaat kan een maatwerkvoorziening getroffen worden voor het huishoudelijke werk. Het te bereiken resultaat is beperkt tot de gebruiksruimten die voor de cliënt onder zijn normale gebruik van de woning vallen. Kamers die niet in gebruik (hoeven te) zijn vallen hierbuiten.
De cliënt moet met de aanbieder afspraken maken. De taken en frequentie worden genoemd, maar de tijdsnormering niet. Deze vorm van resultaatgericht indiceren lijkt niet conform de uitspraak van de CRvB te zijn.

Conclusie Leudal: de huishoudelijke verzorging wordt middels maatwerkvoorzieningen verstrekt, maar de omvang van de indicatie wordt bepaald door de zorgaanbieder. Tijdsnormeringen worden niet gebruikt. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Kies een andere gemeente>>

Maasgouw: voldoet NIET

De website van de gemeente geeft duidelijk het volgende weer:

“Welke hulp de gemeente geeft, hangt af van wat voor u de beste oplossing is. Allereerst bekijkt de gemeente of u zelf u problemen kunt oplossen. Dit kan bijvoorbeeld door hulp van familie, vrienden en bekenden. Verder kijkt de gemeente ook of u geholpen bent met een algemene hulpdienst. Helpt dit u niet? Dan kan de gemeente u individuele hulp geven.”

Dit lijkt te duiden op het verstrekken van maatwerkvoorzieningen. De beleidsregels bevestigen dit:  

Opmerkelijk is de derde toekenningsvorm: PGB-alpha. Juridisch gezien is dit niets anders dan verstrekking van een PGB. Wel dient opgemerkt te worden dat de keuze voor een PGB gemotiveerd op initiatief van de cliënt dient te geschieden. Als deze leveringsvorm wordt gebruikt om alfahulp te stimuleren, bestaan hiertegen bezwaren. Immers, de keuze voor een PGB moet een welbewuste keuze zijn van de cliënt. 

Verder is het gehanteerde protocol van belang. Bestudering hiervan laat zien dat de normtijden (aanzienlijk) lager zijn dan de tijden van het CIZ-protocol. De afwijkende tijden dienen te voldoen aan de door de CRvB daaraan gestelde eisen. Gelet op de strenge eisen en het ontbreken van enig onderzoek naar de nieuwe normtijden dient geconcludeerd te worden dat de gehanteerde normtijden onaanvaardbaar zijn.

Conclusie Maasgouw: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Maastricht: voldoet NIET

De website van de gemeente lijkt te duiden op het verstrekken van maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke verzorging. Het Besluit  bevestigt dit:

“Artikel 10: richtlijn hulp bij het huishouden
1.Bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stelt het college de omvang hiervan vast in uren en minuten per week. 
2.Bij het bepalen van de omvang hanteert het college de Richtlijn indicatiestelling hulp bij het huishouden maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht zoals opgenomen in bijlage 3. 
3.Wanneer cliënt voor een persoonsgebonden budget kiest wordt de hoogte van het budget bepaald door de door het college vastgestelde omvang maal het van toepassing zijnde tarief conform de tarievenlijst in bijlage 4.“

De normtijden van bijlage 3 laten zien dat de omvang van de ondersteuning te klein is, aangezien grofweg 30% minder tijd wordt geïndiceerd ten opzichte van het CIZ-protocol. Gelet op vaste jurisprudentie dient het college aan te tonen dat de lagere normtijden voldoende zijn. Er word van uit gegaan dat hier geen onderzoek naar is verricht dat voldoet aan de door de CRvB gestelde eisen.

Conclusie Maastricht: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Meerssen: voldoet NIET

Ten tijde van het uitzoeken van het beleid van deze gemeente werkt de website niet of nauwelijks. De beleidsregels geven echter direct een duidelijk beeld: 

Artikel 10: richtlijn hulp bij het huishouden
1.Bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stelt het college de omvang hiervan vast in uren en minuten per week. 
2.Bij het bepalen van de omvang hanteert het college de Richtlijn indicatiestelling hulp bij het huishouden maatschappelijke ondersteuning gemeente Meerssen zoals opgenomen in bijlage 3. 
3.Wanneer cliënt voor een persoonsgebonden budget kiest wordt de hoogte van het budget bepaald door de door het college vastgestelde omvang maal het van toepassing zijnde tarief conform de tarievenlijst in bijlage 4.

De normtijden van bijlage 3 komen overeen met bijvoorbeeld de normtijden van Maastricht. Hierover is geoordeeld dat deze tijden hoogstwaarschijnlijk te laag zijn. 

Conclusie Meerssen: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Mook en Middelaar: voldoet WEL

De gemeente Mook en Middelaar is al een tijd bezig om nieuw beleid vorm te geven. De website geeft helaas geen duidelijkheid over de vraag of huishoudelijke verzorging wel of niet wordt verleend en op welke manier. Uit de oude beleidsstukken blijkt dat huishoudelijke verzorging wordt geregeld middels een maatwerkvoorziening. De omvang wordt bepaald aan de hand van het protocol van de MO-zaak: 

“De omvang van de voorziening als bedoeld in artikel 6 wordt uitgedrukt in uren, afgerond naar decimalen per week. De omvang wordt bepaald aan de hand van de Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden van de MO-zaak op basis van de noodzakelijk te verrichten activiteiten.”

Het protocol van de MO-zaak is nagenoeg identiek aan het CIZ-protocol, met wat meer concretiseringen hier en daar. De urenomvang is (nagenoeg) identiek. Een persbericht op de website van de gemeente geeft echter duidelijkheid over het voorgenomen nieuwe beleid:  

Huishoudelijke hulp 1 wordt een algemene voorziening
Huishoudelijke hulp is een onderdeel van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners: wat kunnen zij zelf, en kan hun omgeving daarbij helpen?
Algemene voorziening
Op dit moment wordt hulp bij het huishouden categorie 1, aangeboden als maatwerkvoorziening. Vanaf 1 juni 2016 wordt deze eenvoudige schoonmaakondersteuning een algemene voorziening. Dit betekent dat cliënten zelf afspraken kunnen maken met een gecontracteerde aanbieder over de hulp bij het huishouden. De gemeente stelt geen indicatie meer. In principe betaalt iedereen de hulp bij het huishouden zelf. In sommige gevallen ontvangen cliënten een financiële tegemoetkoming van de gemeente. Deze tegemoetkoming is beschikbaar voor maximaal 2 uur per week hulp bij het huishouden. Cliënten zijn reeds persoonlijk geïnformeerd over de veranderingen.

Het afschaffen van hh1 is niet toegestaan; de algemene voorziening is niets anders dan de particuliere markt. De voorgenomen wijziging is dan ook in strijd met de Wmo 2015. Sinds de uitspraken van de CRvB lijkt de gemeente dit te beseffen en wordt gekeken naar nieuw beleid. 

Conclusie Mook en Middelaar: maatwerkvoorzieningen waarvan de omvang wordt bepaald aan de hand van het protocol van de MO-zaak zijn juridisch juist. Het beleid was dan ook conform de Wmo 2015. Wel is het college voornemens om het beleid te wijzigen, in eerste instantie naar beleid dat juridisch niet correct zou zijn.

Kies een andere gemeente>>

Nederweert: voldoet NIET

In de beleidsregels staat, citaat: 

Indien een cliënt is aangewezen op ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis kan het College een maatwerkvoorziening toekennen in de vorm van hulp bij het huishouden.

Client sluit overeenkomst met de aanbieder
Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning, zal een medewerker van de betreffende aanbieder bij de cliënt op huisbezoek gaan. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe de hulp bij het huishouden geboden zal gaan worden. De cliënt heeft de keuzevrijheid uit meerdere aanbieders met wie hij een overeenkomst kan aangaan. Is de cliënt het bijvoorbeeld niet eens met het ondersteuningsplan kan hij dus ook naar een andere aanbieder overstappen. De afspraken tussen de aanbieder en de cliënt worden vastgelegd ineen ondersteuningsplan. Het College ontvangt hiervan een kopie.

Voor hulp bij het huishouden in natura geldt dat de aanbieder en de cliënt in samenspraak met elkaar kijken naar wat passende ondersteuning is. De aanbieder onderzoekt en bespreekt met de cliënt de mogelijkheden die er zijn binnen het sociale netwerk en beschikbare algemene voorzieningen. Dit met het oog op het verbeteren en/of versterken van de zelfredzaamheid van de cliënt. De gemaakte afspraken worden door de aanbieder vastgelegd in een persoonlijk ondersteuningsplan. Dat plan geeft ook aan de frequentie en taken zijn die door de aanbieder worden uitgevoerd.

Dit duidt op resultaatgericht indiceren. Het college is echter verplicht om de rechten en plichten van de cliënt vast te stellen; niet de zorgaanbieder. Tevens wordt genoemd dat de frequentie en taak wordt genoemd, maar niet de tijd die daarvoor nodig is. Het beleid is dan ook niet conform de jurisprudentie van de CRvB.

Conclusie Nederweert: de huishoudelijke verzorging wordt middels maatwerkvoorzieningen verstrekt, maar de omvang van de indicatie wordt bepaald door de zorgaanbieder. Tijdsnormeringen worden niet gebruikt. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Kies een andere gemeente>>

Nuth: voldoet NIET

De website geeft geen concrete informatie over de huishoudelijke verzorging. Ook beleidsstukken zijn niet te vinden. De verordening noemt niets concreets en ook lijken geen beleidsregels of andere besluiten te zijn opgesteld. Om die reden is contact opgenomen met de gemeente. De volgende vragen zijn gesteld, met vervolgens cursief de antwoorden: 

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? De hulp bij het huishouden, zowel basis (1) als ook plus bij regieverlies (2) worden in de gemeente Nuth (indien noodzakelijk) o.g.v. de Wmo toegewezen.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
In onze gemeente werken wij, in volle tevredenheid van zowel cliënten als ook zorgaanbieders, in uren. 
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
De huishoudelijke hulp wordt via een maatwerkvoorziening verstrekt.
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
Uit artikel 2.1.4 van de wet vloeit de bevoegdheid voort tot het vragen van een bijdrage in de kosten. Belanghebbenden zullen voor hun ondersteuning een bijdragemoeten betalen. Deze bijdrage kan, als het een maatwerkvoorziening betreft, afhankelijk worden gesteld van het inkomen en het vermogen. Op grond van artikel 2.1.4 lid 4 van de wet zijn bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels (uitvoeringsbesluit) gesteld. Daarin is bepaald wat de ruimte is die het college bij delegatie door de gemeenteraad heeft voor het bepalen van de omvang van de eigen bijdrage. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van inkomen, tarief huishoudelijke hulp, parameters VWS etc.  en wordt door het CAK vastgesteld.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Een aantal jaar geleden is het CIZ protocol herschreven naar een ‘eigen’ indicatie protocol waarin de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde uren vastgesteld zijn. Uiteraard is de Wmo maatwerk en wordt elke aanvraag individueel bekeken. In het ondersteuningsplan wordt samen met de cliënt (eventueel in aanwezigheid van derden en daar waar mogelijk / noodzakelijk ook een zorgaanbieder) bekeken en ‘vastgesteld’ hoeveel zorguren er noodzakelijk zijn.

Conclusie Nuth: het indiceren met uren via maatwerkvoorzieningen is wenselijk, maar het afwijken van het CIZ-protocol kan problemen opleveren. Er is (vanwege de strenge eisen die de CRvB daaraan stelt) geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook vermoedelijk in strijd met de Wmo 2015, wat betreft de normtijden. 

Kies een andere gemeente>>

Onderbanken: voldoet WEL

In de Nadere regels wordt over huishoudelijke verzorging het volgende vermeld: 

Artikel 20. Omvang voeren van een huishouden
1.Ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid, sub a genoemde ondersteuning bij een hulpvraag op het gebied van: het voeren van een huishouden, wordt uitgegaan van een schoon en verzorgd huis waarbij de opsplitsing wordt aangehouden van:
a. Het schoonhouden van de woning (HBH basis)
b. Het organiseren van het huishouden (HBH plus): naast de onder sub a bedoelde huishoudelijke werkzaamheden, tevens de organisatie van het huishouden indien de belanghebbende niet meer zelf de regie kan voeren dan wel dat er binnen de leefeenheid kinderen van jonger dan 12 jaar zijn.
2. Licht en zwaar huishoudelijk werk dient op de gebruikelijke wijze te kunnen worden uitgevoerd opdat het resultaat van een schoon en verzorgd huis kan worden bereikt, waarbij algemeen gangbare huishoudelijke apparatuur beschikbaar dient te zijn.
3. Woonruimten die onder de compensatieplicht vallen zijn in elk geval die ruimten die op het niveau sociale woningbouw voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn, in het bijzonder de keuken, de badkamer, het separaat toilet, woonkamer, slaapkamer(s) en gang. Niet voor dagelijks gebruik en daardoor uitgesloten zijn in ieder geval: de zolder, de kelder, de tuin.

Hieruit leiden wij af dat wordt gewerkt met maatwerkvoorzieningen, ook voor hh1. Artikel 12 zegt het volgende over de omvang van de hulp: 

Voor de hulp bij het huishouden wordt gebruik gemaakt van een werkinstructie die in de ‘oude Wmo’ werden gehanteerd. Zo wordt bij het bepalen van de omvang van het aantal uren HH uitgegaan van een woning op het niveau sociale woningbouw. Daarbij rekening houdend met: de grootte van de woning, het aantal in gebruik zijnde kamers en het aanwezig zijn van 1e en/of 2e verdieping.

Het is niet bekend wat de inhoud van deze werkinstructie is. Het beleid is conform de Wmo 2015, mits de gehanteerde normtijden voldoen aan de jurisprudentie.

Conclusie Onderbanken: het beleid is conform de Wmo 2015, mits normtijden worden gehanteerd die niet of nagenoeg niet afwijken van de tijden van het CIZ-protocol dan wel dat een eigen protocol wordt gehanteerd dat voldoet aan de eisen die de CRvB daaraan stelt.

Kies een andere gemeente>>

Peel en Maas: voldoet NIET

Ten tijde van het onderzoeken van deze gemeente werkt de website niet. De beleidsregels maken het volgende duidelijk: 

Artikel 9. Ondersteuning bij huishoudelijk werk
1. Het beoogde resultaat van ondersteuning bij huishoudelijk werk is dat de burger in staat is om: 
a. in een schoon en leefbaar huis te wonen;
b. zelfstandig thuis te blijven wonen;
c. schone kleding te dragen.

Artikel 10. Richtlijnen voor ondersteuning bij huishoudelijk werk
1.De richtlijnen zijn gebaseerd op geraamde minuten die nodig zijn om onder normale omstandigheden huishoudelijke taken uit te voeren. Deze richtlijnen geven een handvat om tot het beoordelen van de benodigde ondersteuning te komen. 
2. Op basis van persoonskenmerken en individuele omstandigheden maakt het college een afweging en kan van de richtlijnen worden afgeweken. Een gemotiveerde onderbouwing wordt omschreven in het ondersteuningsplan.
3. De richtlijnen zijn als bijlage toegevoegd.
 
Huishoudelijke verzorging wordt via maatwerkvoorzieningen verstrekt. De normtijden wijken sterk af van de normtijden van het CIZ-protocol. Er zijn geen redenen aanwezig om aan te nemen dat de lagere normtijden conform de uitspraken van de CRvB zijn.

Conclusie Peel en Maas: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Roerdalen: voldoet NIET

De informatie op de website lijkt aan te geven dat de gemeente huishoudelijke verzorging vergoed op grond van de Wmo 2015. Verdere bestudering geeft aan dat het beleid identiek is aan het beleid van de gemeente Maasgouw, inclusief het gehanteerde normtijdenprotocol en de specifieke benoeming van de PGB-alfa constructie.

Conclusie Roerdalen: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Roermond: voldoet NIET

Een nieuwsartikel legt het beleid van de gemeente Roermond in een notendop uit: de normtijden zijn verlaagd.  Bestudering van de beleidsregels laat zien dat het beleid aansluit bij het beleid van Roerdalen en Maasgouw, inclusief de verlaagde normtijden.  In plaats van het noemen van een alfa-PGB wordt echter gesproken over natura-alfa, hetgeen uiterst opmerkelijk is. Zorg in natura middels een alfahulp is naar onze opvatting per definitie niet mogelijk. Deze constructie kan dan ook niet standhouden. Ook zijn de normtijden hoogstwaarschijnlijk onvoldoende onderbouwd gelet op de vaste jurisprudentie. 

Conclusie Roermond: de verlaagde normtijden zullen waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname. Ook is de constructie van natura-alfa vermoedelijk in strijd met de Wmo 2015

Kies een andere gemeente>>

Schinnen: voldoet WEL

Deze gemeente indiceert vooralsnog in uren en minuten, maar heeft het voornemen om per 1 januari 2017 te gaan indiceren met arrangementen. De Wmo-consulent bepaalt welke arrangement een cliënt krijgt, maar de invulling daarvan wordt overgelaten aan de zorgaanbieder. Er zal dus sprake zijn van (een vorm van) resultaatgericht indiceren.  Gelet op de uitspraak van de CRvB inzake Rotterdam dient in ieder geval in het besluit opgenomen te worden welke taken worden verricht, de frequentie en hoeveel tijd daarvoor nodig is. Vermoedelijk zullen niet al deze aspecten worden opgenomen in de beschikking, waardoor het nieuwe beleid hoogstwaarschijnlijk in strijd met de Wmo 2015 zal zijn. 

Over het huidige beleid is niet veel te vinden. Vermoedelijk wordt de hulp verstrekt middels maatwerkvoorzieningen aan de hand van een protocol. Om zekerheid te krijgen is informatie bij de gemeente opgevraagd. De volgende antwoorden werden gegeven:

Vraag 1: Is hh1 c.q. hh2 afgeschaft of wordt het nog vergoed volgens de Wmo 2015? Wordt conform Wmo 2015 vergoed.
Vraag 2: Wordt er gewerkt met uren of wordt er gewerkt met resultaten (c.q. een schoon en leefbaar huis)? 
Er wordt in uren en minuten geindiceerd.
Vraag 3: Wordt hulp verstrekt via een maatwerkvoorziening of via een algemene voorziening?
Hulp wordt als maatwerkvoorziening verstrekt
Vraag 4: Op welke wijze is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd? 
De eigen bijdrage is gebaseerd op inkomen/vermogen, uurprijs HH en de daadwerkelijk geleverde uren hulp.
Vraag 5: Hoe wordt de omvang van de hulp vastgesteld? (bijv. CIZ protocol, bepaling door zorgaanbieder aan de hand van een ondersteuningsplan, etc.) 
Hulp en omvang wordt vastgesteld in een keukentafelgesprek door een gemeentelijke Wmo-consulent waarbij het CIZ-protocol leidend is. Er waren plannen om volgend jaar over te stappen naar een maatwerkvoorziening op basis doelen, resultaten en hulp in de vorm van arrangementen. Vanwege recente jurisprudentie wordt dat nu heroverwogen.

Het college indiceert in uren aan de hand van het CIZ-protocol. Het plan om in resultaten te gaan indiceren, wordt heroverwogen. Als het beleid ongewijzigd blijft, is het beleid in orde.

Conclusie Schinnen: het beleid is conform de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Simpelveld: voldoet WEL

De website van de gemeente geeft duidelijk de volgende informatie weer:  

De gemeente kan u helpen als u niet meer alles zelf kunt doen in uw huishouden. Bijvoorbeeld door een ziekte, een beperking of ouderdom.
De gemeente zoekt samen met u naar een oplossing. In bepaalde gevallen kunt u een aanvraag doen voor een hulp in het huishouden.

De website heeft echter de beleidsregels niet online gezet; deze zijn wel te vinden op de website overheid.nl. Volgens de beleidsregels wordt huishoudelijke hulp verleend aan de hand van maatwerkvoorzieningen. Over de omvang van de indicatie wordt het volgende gesteld: 

Indien gesproken wordt over hulp bij het huishouden, dan kan onderscheid gemaakt worden in de volgende twee vormen: 
- HbH basis: huishoudelijk werk
- HbH plus: huishoudelijk werk en organisatie
Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de cliënt, zijn situatie met huisgenoten en sociale omgeving. Om richting te geven aan deze beoordeling zal gebruik worden gemaakt van een aantal begrippen en richtlijnen die eerder in de Wmo en AWBZ ook werden gebruikt. Deze richtlijnen zijn in jurisprudentie bevestigd en verschaffen inzicht in wat redelijkerwijs van een cliënt en zijn sociale omgeving mag worden verwacht om zelf op te lossen en waar een beroep op algemene en voorliggende voorzieningen kan worden gedaan. 
Indien de hulp bij het huishouden, bij een sterk vervuilde woning, pas kan worden ingezet nadat de woning is gesaneerd kan ook hiervoor een voorziening worden getroffen. 

Het college indiceert in uren voor zowel hh1 (HbH basis) en hh2 (HbH plus). Aansluiting wordt gezocht bij de richtlijnen die eerder in de Wmo en AWBZ zijn gebruikt. Hiermee wordt vermoedelijk gedoeld op het CIZ-protocol. Dit is immers het goedgekeurde protocol in de jurisprudentie.

Conclusie Simpelveld: het beleid is conform de Wmo 2015, mits normtijden worden gehanteerd die niet of nagenoeg niet afwijken van de tijden van het CIZ-protocol dan wel dat een eigen protocol wordt gehanteerd dat voldoet aan de eisen die de CRvB daaraan stelt.

Kies een andere gemeente>>

Sittard-Geleen: voldoet NIET

Eén van de eerste resultaten bij het zoeken naar informatie over de huishoudelijke verzorging verwijst naar een recent artikel op de website van de gemeente.  In het persbericht stelt de gemeente dat het beleid inzake de huishoudelijke verzorging conform de wetgeving en jurisprudentie is. Hierna wordt het persbericht weergegeven: 

Het college stelt dat aldus het resultaatgericht indiceren zoals de gemeente dat doet is toegestaan. De vereisten hiervoor zijn dat in ieder geval de te verrichten taken worden genoemd, de frequentie van die taken en de tijd die daarvoor nodig is. Na bestudering van de beleidsregels is de onderzoeker het niet eens met de stelling van de gemeente dat het beleid conform de uitspraak van de CRvB is. Enkele citaten uit de Beleidsregels:

“Ook is het aan de cliënt om (in samenspraak met de aanbieder) het arrangement zó in te zetten om zo maximaal rendement en efficiëntie te realiseren. Daarbij dient de cliënt waar aanwezig gebruik te maken van voorliggende voorzieningen zoals de glazenwasser.”

“In de nieuwe werkwijze wordt niet meer door de gemeente bepaald welke huishoudelijke hulp door een zorgaanbieder ingezet moet worden. De arrangementstarieven zijn berekend op een gewogen gemiddelde tussen HH1 en HH2 zodat de zorgaanbieder zelf kan beslissen welke huishoudelijke hulp ingezet dient te worden. Het wordt van de zorgaanbieder verwacht dat hij inspeelt op de individuele cliënt situatie.”
“Het type en grootte van de woning, eveneens als het aantal bewoners van de woning, is niet van invloed op het te verstrekken arrangement. Er wordt uitgegaan van sociale woningbouw; het hebben van een grote (vrijstaande) woning leidt niet tot meerzorg c.q. een hoger arrangement.”

Bovenstaande citaten geven goed weer  dat het college niet de rechten en plichten van de cliënt vaststelt, maar dit overlaat aan de zorgaanbieder. Daarnaast wordt de zorgaanbieder betaald aan de hand van gemiddelden (vast budget per vier weken per cliënt) en is de omvang van de woning en het aantal bewoners niet van belang bij de bepaling van de omvang van de hulp. De Wmo 2015 gaat echter expliciet uit van maatwerk; het college kan dan ook niet bij voorbaat de omvang van de hulp dan wel de schoon te maken kamers beperken en geen rekening houden met eventuele medebewoners. 

Conclusie Sittard-Geleen: in tegenstelling tot wat de gemeente beweert in het persbericht van 26 mei 2016, dient ernstig getwijfeld te worden of het beleid conform de uitspraken van de CRvB is. Uit niets blijkt dat zowel de taken, de frequentie en de daarvoor benodigde tijd in de beschikking wordt opgenomen. Het college kan de invulling van het indicatiebesluit, oftewel de vaststelling van de rechten van de cliënt, niet aan de zorgaanbieder overlaten.

Kies een andere gemeente>>

Stein: voldoet NIET

De gemeente Stein werkt samen met de gemeente Sittard-Geleen en voert hetzelfde beleid uit.  In het geval van de gemeente Sittard-Geleen is geoordeeld dat het beleid in strijd met de wet en de jurisprudentie is. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit anders is in het geval van de gemeente Stein.

Conclusie Stein: de huishoudelijke verzorging wordt middels maatwerkvoorzieningen verstrekt, maar de omvang van de indicatie wordt bepaald door de zorgaanbieder. Tijdsnormeringen worden niet gebruikt. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Kies een andere gemeente>>

Vaals: voldoet NIET

Constatering: de website noemt niets concreets over de (eventuele) hervorming van de huishoudelijke verzorging. Ook de verordening noemt niets en een concrete beleidsregel lijkt niet te bestaan. De onduidelijkheid komt overeen met hetgeen eerder is geconstateerd bij Gulpen-Wittem, waarmee samengewerkt zou worden. Het vermoeden bestaat dan ook dat het beleid van de gemeente Vaals hetzelfde is als het beleid van o.a. de gemeente Gulpen-Wittem. Voor meer duidelijkheid wordt contact opgenomen met de gemeente. 

Conclusie Vaals: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Valkenburg aan de Geul: voldoet NIET

De website wijst duidelijk en snel door naar formulieren die ingevuld kunnen worden om huishoudelijke hulp aan te vragen. Voor meer informatie over het beleid is gezocht in de beleidsstukken, waarvan de nieuwste versie van het Besluit is ingegaan per 1 mei 2016.  Uit artikel 12 blijkt dat huishoudelijke verzorging wordt verleend via maatwerkvoorzieningen. De omvang van de hulp wordt vastgesteld in uren en minuten:

Dit komt overeen met het beleid van bijvoorbeeld Maastricht en Meerssen. De lagere normtijden zijn (nagenoeg) identiek.

Conclusie Valkenburg aan de Geul: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Venlo: voldoet NIET

Constatering: de website geeft geen informatie over de huishoudelijke verzorging. De beleidsregels geven gelukkig wel duidelijkheid. Hieruit blijkt dat huishoudelijke verzorging wordt geregeld middels maatwerkvoorzieningen. In artikel 1.4 staan de normtijden genoemd.  Deze tijden wijken (soms fors) af van de tijden die het CIZ-protocol noemt. Met name de normtijden voor zware werkzaamheden zijn aanzienlijk lager, maar ook de tijden voor het lichte werk en de verzorging van de was zijn verlaagd. Het is onwaarschijnlijk dat deze tijden conform de uitspraak van de CRvB zijn, gelet op de strenge eisen. Zo staat volgens het CIZ-protocol voor een woning met 3 of meer kamers 180 minuten voor het zware werk, terwijl gemeente Venlo hier slechts 100 minuten voor indiceert. Ook wordt weinig extra tijd geïndiceerd als sprake is van een meerpersoonshuishouden ten opzichte van een eenpersoonshuishouden. 

Conclusie Venlo: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Venray: voldoet NIET

Constatering: de website noemt niets concreets over de huishoudelijke verzorging. Ook is het lastig om beleidsstukken te vinden, waardoor uit wordt gegaan van een relatief recente (en wellicht nog geldige) beleidsregel.  Het college lijkt uit te gaan van maatwerk, oftewel maatwerkvoorzieningen via de Wmo 2015. Bijlage 2 geeft inzicht in de omvang van de geïndiceerde zorg. Het college zegt het volgende over de normtijden:

“De normtijden die hieronder genoemd worden zijn bedoeld als leidraad en zeker geen vaststaand feit. Het is altijd maatwerk. In overleg met de hulpvrager wordt gezamenlijk tot een oplossing gekomen. De tijdnormering kan hierbij helpen. Deze normering is tot stand gekomen in overleg met de klankbordgroep Wmo en de zorgaanbieders.”

De normtijden wijken sterk af van de normtijden die het CIZ hanteert (vgl. o.a. Eijsden-Margraten). De CRvB heeft geoordeeld dat enkel overleg met de klankbordgroep Wmo en de zorgaanbieders onvoldoende is om nieuwe normtijden te hanteren. De lagere normtijden zullen dan ook niet stand houden bij de CRvB.

Conclusie Venray: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Gelet op de toelichting van het college voldoen de lagere normtijden niet aan de eisen die de CRvB hieraan stelt.

Kies een andere gemeente>>

Voerendaal: voldoet NIET

De website geeft duidelijk aan dat een cliënt hulp bij het huishouden kan aanvragen. Ook wijst de website door naar een gehanteerd indicatieprotocol. Hierdoor krijgt de burger goed inzicht in wat hij of zij kan verwachten. De beleidsstukken zijn echter niet eenvoudig te vinden via de website van de gemeente. Tevens bestaat onduidelijkheid over het gehanteerde protocol: de website linkt in eerste instantie naar het protocol uit 2013, terwijl uit een persbericht van 8 april 2014 blijkt dat een nieuw protocol inwerking is getreden, waarbij de wasverzorging uit de maatwerkvoorziening is gehaald. De cliënten dienen €5,00 per uur bij te betalen voor de wasverzorging en dit zou een algemene voorziening zijn. Het protocol is echter niet op de website van de gemeente Voerendaal te vinden. Het is dan ook onbekend of dit protocol daadwerkelijk wordt gebruikt. Vast staat dat het protocol uit 2013 aanzienlijk lagere normtijden had dan het CIZ-protocol, waardoor het vermoeden bestaat dat het oude protocol, maar ook het eventuele nieuwe protocol, in strijd met de uitspraken van de CRvB is. Verder dient opgemerkt te worden dat de zogenaamde algemene voorziening voor de wasverzorging moet voldoen aan de uitspraak van de CRvB tegen de gemeente Aa en Hunze. Ook dient in ieder individueel geval beoordeeld te worden of de algemene voorziening passend is, ook financieel gezien. Het bij voorbaat uitsluiten van de wasverzorging uit de maatwerkvoorziening is dan ook niet mogelijk. Vanwege de onduidelijkheden is contact opgenomen met de gemeente. 

Conclusie Voerendaal: de gehanteerde normtijden wijken af van het CIZ-protocol en dienen derhalve te voldoen aan de vaste jurisprudentie. Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de nieuwe normtijden aan de jurisprudentie voldoen en het beleid is dan ook in strijd met de Wmo 2015.

Kies een andere gemeente>>

Weert: voldoet NIET

De gemeente Weert heeft de beleidswijzigingen naar aanleiding van de Wmo 2015 aangekondigd op haar website.  Daaruit blijkt dat het college niet langer in uren indiceert, maar met ‘een schoon en leefbaar huis’ en resultaten. De zorgaanbieder bepaalt de omvang van de ondersteuning. Citaat uit de beleidsregels, die kennelijk zijn opgesteld door Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies: 

“Gemeente en aanbieders van Hulp bij het Huishouden hebben afspraken gemaakt om samen de Hulp bij het Huishouden in de nieuwe Wmo uit te voeren. Uitgangspunt voor het resultaat is een schoon en leefbaar huis, in plaats van het aantal uren hulp. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de eigen mogelijkheden van mensen en die van hun sociale netwerk. De gemeente bepaalt nog wel de toegang tot de Hulp bij het Huishouden, maar koppelt dit niet langer aan een indicatie in uren. Hoe dit resultaat wordt bereikt en wat hiervoor aan de kant van de aanbieder wordt ingezet, komen klant en zorgaanbieder samen overeen. Deze nieuwe aanpak maakt het mogelijk de ondersteuning efficiënter en meer op maat in te zetten, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit.”

De hulp wordt aldus wel via maatwerkvoorzieningen verstrekt, maar waar een cliënt concreet recht op heeft wordt overgelaten aan de zorgaanbieder. De beleidsregels bevestigen dat nog steeds op deze manier wordt gewerkt:

“Nadat het College heeft vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning neemt de cliënt contact op met een aanbieder. Er zal een medewerker van de betreffende aanbieder bij de cliënt op huisbezoek gaan. Er worden dan in samenspraak met de cliënt afspraken gemaakt over hoe de hulp bij het huishouden geboden zal gaan worden. “

Het college dient te beseffen dat zij en niet de zorgaanbieder de aangewezen instantie is om de zorgomvang van de cliënt te bepalen en dat in het besluit op te nemen. Tevens dient opgemerkt te worden dat als een cliënt kiest voor zorg in natura, die persoon in principe geen contract hoort af te sluiten met de zorgaanbieder. De essentie van zorg in natura is immers dat het college de zorg contracteert en derhalve de inhoud van de overeenkomsten bepaalt.

Conclusie Weert: de huishoudelijke verzorging wordt middels maatwerkvoorzieningen verstrekt, maar de omvang van de indicatie wordt bepaald door de zorgaanbieder. Tijdsnormeringen worden niet gebruikt. Het beleid is dan ook in strijd met de wet.

Kies een andere gemeente>>